Schoolvoorbeeld
2024

De gemeente Groningen staat voor een gigantische opgave: de komende jaren steekt ze miljoenen in de ver- en nieuwbouw van scholen. Een prachtige kans om een hoofdstuk toe te voegen aan de rijke Groninger scholenbouwtraditie die, laten we eerlijk zijn, de laatste decennia wat is weggezakt. Maar hoe doe je dat goed? Voor de manifestatie Schoolvoorbeeld organiseerde GRAS drie gesprekken waarin inspirerende sprekers drie verschillende invalshoeken belichtten.

Binnen de manifestatie Schoolvoorbeeld ging de gemeente Groningen op zoek naar inspiratie en antwoorden. Gelukkig begonnen we niet op nul. De stad kent een enorm rijke scholenbouwtraditie. Kijk maar eens naar die prachtige schoolgebouwen van Siebe Jan Bouma, Jan Anthony Mulock Houwer, Jaap Wilhelm en de meer recente Vensterscholen. Niet voor niets ging het Groninger scholentype als inspiratie de hele wereld over.

De plek van de school

In het eerste gesprek, De plek van de school, onderzochten we de plek die scholen innemen in wijken, buurten, de stadsontwikkeling en in ons leven. Gespreksleider Wouter Marchand dook met architectuurhistoricus Marieke van der Heide in de geschiedenis van de Groninger scholen. Wat vertellen ze ons over het denken over het onderwijs?

Stadsbouwmeester Michiel Van Driessche en architect Jan Nauta vertelden over de school van de toekomst en de relatie met de omgeving. Planeconoom David Inden zorgde voor de kritische noot. Want die gewilde plek is duur – en welke keuzes maak je dan?

Michiel Van Driessche, Marieke van der Heide, Jan Nauta, David Inden, Wouter Marchand // Beeld: David Vroom

De school van de toekomst

In De school van de toekomst onderzochten we wat de scholenbouwopgave voor de Groninger scholen van de toekomst betekent. Op welke wijze geven we ruimtelijk invulling aan opvattingen over onderwijs? Daarbij kwam ook de vraag op tafel hoever je hierin moet willen gaan, in een tijd dat het denken over ‘het schoolsysteem’ continu in ontwikkeling is en onderwijsvernieuwingen elkaar snel opvolgen.

Bij gespreksleider en docent Jelte Posthumus schoven aan: Wilma Kempinga, partner bij Mevrouw Meijer, een ideëel onderzoeksbureau dat verbetering van de schoolarchitectuur nastreeft en prachtige resultaten op haar naam heeft staan, Henk Vermeulen, onderwijsvernieuwer en voorzitter van het college van bestuur van Nimeto, een vakschool voor creatieve ruimtemakers, en Bart van Kampen, partner en architect bij De Zwarte Hond – maar vooral curator van de manifestatie.

Bart van Kampen, Henk Vermeulen, Wilma Kempinga en Jelte Posthumus

Meer dan een school

Onder de noemer Meer dan een school, dook Jelte Posthumus met Carine Bloemhoff, wethouder onderwijs, en Jochen Mierau, hoogleraar Economie van de Volksgezondheid en gespecialiseerd in gezondheidsverschillen, samen met curator Bart van Kampen in kansengelijkheid en de rol van onderwijs.

Het ontwerp van een school en de plek waar hij staat, heeft namelijk invloed op kansen(on)gelijkheid. In de gemeente Groningen zijn de verschillen tussen arm en rijk relatief groot, dat manifesteert zich vaak ook ruimtelijk.

Kan onderwijs ingezet worden om tot meer kansengelijkheid te komen? En wat betekent dit voor onze onderwijsgebouwen? Begint kansengelijkheid op school? Moet de school helpen in de opvoeding, of juist niet?

Wat hebben de Vensterscholen ons opgeleverd? Helpen ze ons anders naar een school te kijken? Welke rol heeft het schoolplein in de wijk? Is dit een plek louter voor leerlingen, of kan het ook onderdeel zijn van de openbare ruimte? En waarom verschuiven steeds meer scholen naar de randen van de stad of wijk? Voor wie is er plek in het centrum?

Bart van Kampen, Jochen Mierau, Carine Bloemhoff en Jelte Posthumus