Statement

Zonder goed opdrachtgeverschap kan een sterk ontwerp zomaar een gedrocht opleveren

De lessen van de Apedans

Tekst:
Leestijd: .

Weinig architecten die hun ontwerp volledig verkeerd uitgevoerd zien worden, zullen datzelfde project indienen voor de Groninger Architectuurprijs. De Apedans is een uitzondering. Het project is een statement, en een les voor opdrachtgevers en architecten.

In 2019 wil projectontwikkelaar Pieter Bakker het monumentale pand op de hoek van de Verlengde Oosterstraat en de Herebinnensingel, waarin tot 2012 restaurant Apedans zat, verbouwen. Hij schakelt er MINT architecten voor in. Het bureau van Dianne Maas-Flim krijgt de opdracht een optopping van het hoekpand uit 1882 te ontwerpen.

In plaats van de gevel op te hogen door een knip in het metselwerk te maken of het dak uit te bouwen, kiezen de architecten ervoor om de monumentale gootlijst als het ware op te rekken. Ze tillen het dak op, waarna ze tussen de goot en het dak een nieuwe laag plaatsen, die op zichzelf een kroonlijst van het pand vormt.

Het karakteristieke gebouw bevindt zich op een opvallende hoek in een prachtige straat en heeft een gevel met speklagen en een mooi vormgegeven uitgetimmerde gootlijst. De detaillering is rijk, en dat is bij veel omliggende panden ook zo.

Het optoppen van gebouwen als deze heeft al snel een armoedig resultaat tot gevolg. De architecten passen hun ontwerp daarom op een nauwkeurige manier in. In plaats van in de stijl van het bestaande pand te ontwerpen, maken ze een nieuw en eigentijds patroon, geïnspireerd door Spaanse kragen uit de 17de eeuw.

De kracht van het ontwerp schuilt vooral in de vernieuwende manier waarop omgegaan wordt met monumentale architectuur. Het pand krijgt letterlijk een nieuwe laag, met net zoveel liefde vormgegeven als het oorspronkelijke ontwerp. De gedraaid gemetselde grijs-witte bakstenen verraden vakmanschap. Daarmee krijgt de laag een heel eigen karakter, maar wordt hij tegelijk onderdeel van de gootlijst.

De transformatie van de voormalige Apedans, na ingrijpen van de gemeente, naar ontwerp van MINT architecten // Foto: Harry Cock

Maas-Flim: 'Een gebouw als dit kun je niet onzichtbaar optoppen zonder daarbij het bestaande aan te tasten. Dan trek je hem uit z'n verband. Het gaat over verhoudingen, en het komt heel precies. Toen we dit plan aan het maken waren, dacht ik: dit is materiaal voor de Groninger Architectuurprijs. Die gaan we inzenden als-ie klaar is.'

Het ontwerp, dat het bureau afstemt met toenmalig stadsbouwmeester Jeroen de Willigen, is goed, oordeelt ook de gemeente. De bouw kan beginnen. De rol van de architecten is op dat moment uitgespeeld: als de omgevingsvergunning binnen is, moeten ze een stap terug doen, dat weten ze vooraf al. Vanaf nu is het aan de aannemer.

'Het gaat helemaal mis' 

Wanneer het project vordert, gaat architect Martijn Woldring van MINT polshoogte nemen. Hij keert wit weggetrokken terug. Maas-Flim: 'Het gaat helemaal mis, zei hij.' De aannemer blijkt het ontwerp van de architecten dusdanig losjes geïnterpreteerd te hebben dat de uitvoering er aan alle kanten van afwijkt.

De nieuwe tussenlaag is veel te hoog, wel anderhalve meter hoger dan in het ontwerp. Bovendien is hij niet in baksteen uitgevoerd, zoals de architecten bedacht hadden, en mist hij alle detaillering. Ook de ramen zijn niet uitgevoerd zoals ze ontworpen zijn.

MINT seint de opdrachtgever in. Dit kan zo niet, laten ze weten. En, voegen ze eraan toe: de gemeente gaat het op deze manier niet accepteren, juist op een locatie als deze niet.

Maas-Flim: 'Ons ontwerp was gemaakt voor die plek. Als je dat vervolgens heel anders uitvoert – dat kan gewoon niet.' De architecten sturen hun opdrachtgever een lijstje met alle punten waarop de uitvoering afwijkt van hun plan.

De urgentie van het bericht ten spijt neemt Bakker het slechts ter kennisgeving aan. Een reactie krijgen de architecten niet, en de aannemer gaat ondertussen rustig verder. Met afgrijzen volgt Maas-Flim de vordering van de bouw. 

Gedrocht

Als de steigers rondom het pand begin 2021 verdwijnen, ziet ineens iedereen wat de architecten al een tijdje wisten. 'Wat een gedrocht', kopt Dagblad van het Noorden. De krant beschrijft wat er mis is, maar vergeet contact op te nemen met de architecten, waardoor in het artikel de reden van de wanstaltige verschijning niet duidelijk wordt. Het lijkt alsof de ontwerpers hier een enorme misser hebben begaan.

Dat het een gedrocht is, daarmee is Maas-Flim het overigens roerend eens. Wat haar betreft had de kop van het stuk 'Wat een gedrocht, vindt ook de architect', mogen zijn. 'Dat was nog veel smeuïger geweest! Wat is daar gebeurd?, hadden mensen dan gedacht.' 

De situatie levert haar buikpijn en slapeloze nachten op. 'Dit was ons eerste project in deze categorie in de binnenstad van Groningen. We probeerden op een oprechte manier iets goeds toe te voegen, maar vervolgens stonden we compleet voor schut. Heel pijnlijk.'

Ook de gemeente ziet wat er gebeurd is. Na een inspectie geeft ze de opdrachtgever een heldere boodschap: dit was niet de afspraak. MINT krijgt daarop van Bakker de vraag of ze met wat lapwerk de boel alsnog op orde kunnen krijgen. Maas-Flim: 'Maar het viel niet weg te poetsen, en daar wilde ik ook niet aan meewerken. Het moest gewoon helemaal opnieuw.'

De architect heeft de boel verprutst, lijkt het, waarna een ander bureau de boel redt. Maar dat is niet het echte verhaal

Daar is de gemeente het mee eens: de nieuwe laag moet er weer af. Omdat de relatie tussen architect en opdrachtgever vertroebeld is, besluit die laatste een andere architect op de tweede uitvoeringspoging te zetten: Urban Climate Architects. Het bureau neemt direct contact op met MINT, bespreekt het ontwerp en werkt dat daarna op een zorgvuldige manier uit. 

De lokale pers smult intussen van de klucht rondom de Apedans. De oorspronkelijke architect heeft de boel verprutst, lijkt het, waarna een ander bureau de boel redt. Maar dat is niet het echte verhaal.

Waarom ging het hier zo faliekant mis? Voor Maas-Flim zit hem dat in het ontbreken van deskundigheid in een cruciale fase. 'De opdrachtgever was simpelweg gewend om op deze manier te werken. Hij heeft een vergunning nodig om te kunnen starten met bouwen, daarvoor schakelt hij een architect in. Als die vergunning eenmaal binnen is, zet hij de aannemer aan het werk. En die voert het ontwerp naar eigen goeddunken uit.' 

Hoe de nieuwe laag anderhalve meter hoger geworden is dan het ontwerp voorschreef, is voor de architect een raadsel. Het leverde in elk geval geen extra ruimte op in het gebouw. 'Waarschijnlijk is het gewoon onzorgvuldigheid. Het ongeveer uitvoeren zoals wij het ontworpen hadden, was kennelijk goed genoeg.'

De transformatie van de voormalige Apedans, na ingrijpen van de gemeente, naar ontwerp van MINT architecten // Foto: Harry Cock

Goed opdrachtgeverschap

In september 2023 verdwijnen voor de tweede keer de steigers rondom de voormalige Apedans. De nieuwe laag, met daarin appartementen, is klaar. Deze keer is het beter. Niet perfect, zegt Maas-Flim, maar wel goed genoeg.

Op de hoek van het gebouw zit een grote grijze vlek, dat moet nog gerepareerd worden. Maar verder is het gebouw helemaal klaar. De kwaliteit die ze tijdens het ontwerpen al zag, is nu ook op straat te zien.

De conclusie van het verhaal? 'Eind goed, al goed. Urban Climate Architects heeft zijn rol op een goede manier vervuld. Je zou het een ongewenste samenwerking met een gewenst resultaat kunnen noemen. Maar er is onnodig veel extra moeite gedaan en er zijn veel extra kosten gemaakt.'

Een project als dit, maar eigenlijk elk project, valt of staat met goed opdrachtgeverschap. 'Zonder dat kun je als architect geen goed resultaat bereiken. Dat is meteen een les voor ons, en ik hoop ook voor andere architecten. Neem nooit een opdracht aan waarbij je alleen gebruikt wordt om een vergunning binnen te slepen, maar borg altijd dat je tot het eind betrokken blijft. Want voor je het weet word je voor een karretje gespannen.'

Opdrachtgever Bakker steekt de hand in eigen boezem. Hij weet wat hij anders had moeten doen. Maas-Flim hoopt stiekem dat hij uiteindelijk heel trots is op het pand, en zich realiseert dat als je het goed doet, je zoiets kunt bouwen. 'Maar dat hij tegelijkertijd beseft dat hij het ook in één keer goed had kunnen doen.'

In de zomer van 2024 besluit MINT het project in te dienen voor de Groninger Architectuurprijs. Niet alleen omdat het bureau met terugwerkende kracht trots is op het ontwerp, maar ook om daarmee de kwetsbare positie van architecten te agenderen.

Richting andere opdrachtgevers die denken het niet zo nauw te hoeven nemen met een plan dat is vergund, is dit een duidelijk signaal. En de gemeente mag veel vaker op deze manier handhaven. 

Maas-Flim: 'Het proces dat voorafgaat aan een vergunning is heel zorgvuldig. Het moet niet kunnen dat een ontwerp vervolgens totaal anders uitgevoerd wordt. Opdrachtgevers hebben zich te houden aan de vergunning en het ontwerp dat daarbij hoort. Je kunt er geen loopje mee nemen.'