'We vroegen ons af of ontwerp nog het verschil kon maken'
De landschapsarchitecten van Vogt tekenden voor de herinrichting van de Grote Markt
Op 17 september wordt het boek Het lege midden gepresenteerd, naar aanleiding van de recente herinrichting van de Grote Markt. Aan de hand van beeldverhalen, analyses, historische schetsen, essays, herinneringen, bespiegelingen, columns, interviews en gedichten schetsen auteurs van diverse pluimage de vele gezichten van het belangrijkste plein van Groningen. Dit interview met landschapsarchitect Martijn Slob, ten tijde van de herinrichting werkzaam voor Vogt Landschaftsarchitekten, is onderdeel van het boek. Wat is het verhaal achter het plan dat het bureau maakte? En hoe kwam het tot stand?
Midden in de coronapandemie kwam het ontwerp voor de herinrichting van de Grote Markt tot stand. Hadden communicatietechnologie en -toepassingen zich niet zo vlot ontwikkeld in de afgelopen decennia, dan was het proces vast een heel ander verhaal geweest. Wellicht was het maanden, zo niet jaren opgeschoven. Nu konden de gemeente Groningen en de ontwerpers van de Londense vestiging van Vogt Landschaftsarchitekten ondanks alle maatregelen en beperkingen gemakkelijk online met elkaar in gesprek gaan en ideeën voor het plan blijven uitwisselen.
Vanaf begin 2021 vormde het landschapsbureau de ambities die de gemeente samen met de ontwerpers en adviseurs van Gehl in het programma van eisen had opgesteld om tot een concreet ontwerp voor de Grote Markt.
Genius loci
Met zijn Nederlandse achtergrond is Martijn Slob, tijdens het ontwerpproces voor de Grote Markt hoofd van het bureau in Londen en onderdeel van het management van Vogt, veel betrokken bij projecten in Nederlandstalige gebieden. Al was dat in het geval van Groningen eigenlijk toevallig, erkent Jaco Kalfsbeek, stedenbouwkundige van de gemeente. Met Kalfsbeek spreek ik Slob in de zomer van 2024 in een digitale omgeving – niet meer omdat corona een fysieke ontmoeting in de weg staat, maar vanuit praktische overwegingen.
De reden dat de gemeente Vogt – dat naast Londen ook vestigingen in Zürich, Berlijn en Parijs heeft – op de hoogte stelde van de aanbesteding was omdat ze onder de indruk was van de portfolio van het bureau. ‘Uit het werk van Vogt blijkt een grondige en nauwkeurig omgang met historische binnensteden, die altijd wordt bepaald door scherpe analyses van de ruimtelijke context’, legt Kalfsbeek uit. ‘Dat leek ons passend voor de Grote Markt.’
Vanuit Zürich werd de gemeente doorgestuurd naar Londen en kwam ze bij Slob terecht. Bij hem legde ze de vraag neer of het bureau wilde inschrijven op de aanbesteding van het ontwerp. Ondertussen speurde ze naar meer bureaus, die weer op andere fronten opvielen. Het Amsterdamse Bureau B+B, al een halve eeuw een begrip in het ontwerp van openbare ruimte en landschap, schreef in, net als Masu Planning, een Deens bureau met veel ervaring in binnenstedelijk landschappelijk ontwerp. Ook ontwerpbureau Omgeving diende een offerte in, vanuit hun expertise op het vlak van duurzame openbare ruimte.
Slob geeft toe dat er bij Vogt juist wat aarzeling was: ‘We hebben lang nagedacht over deelname, we twijfelden eraan of we moesten inschrijven.’ Een podcast van Kalfsbeek gaf het bureau een idee van de opgave. ‘Voor ons was direct duidelijk dat het een belangrijk project was. De informatie en ambitie waren helder. Maar we waren op dat moment heel selectief in welke aanbestedingen en prijsvragen we wel of niet deden.'
'We waren het niet alleen eens met de ambities en de opgave, we wilden uiteindelijk ook gewoon onderdeel van deze opdracht zijn'
Omdat Vogt veel gevraagd wordt, heeft het bureau de luxe om elk project kritisch en inhoudelijk te benaderen. Het neemt de tijd om de opgave en de gestelde vraag grondig te bestuderen, zodat duidelijk is of het met een ontwerp voldoende kwaliteit kan realiseren. 'Maar bij de opgave in Groningen was het haast een beetje de omgekeerde wereld. Het enorm uitgebreide programma van eisen zorgde bij ons voor aarzeling. Groningen had ons helemaal niet nodig, zo leek het, de ambitie was heel duidelijk, de structuurkaart ook, we vroegen ons af wat wij daar als ontwerpers nog aan konden bijdragen. En of ontwerp nog daadwerkelijk een verschil kon maken.’
Wat Slob en Vogt uiteindelijk over de streep trok, was de kern van de inhoud en opgave. ‘Het mooie was dat we volledig achter alles wat we lazen, stonden. Het was daadwerkelijk interessante materie. En we waren het niet alleen eens met de ambities en de opgave, we wilden uiteindelijk ook gewoon onderdeel van deze opdracht zijn.’ Die inhoudelijke bevlogenheid en betrokkenheid onderscheidden de inschrijving van het bureau van de andere drie. Waar deze werden gekenmerkt door een dynamische inrichting met bonte vormen en veel groen, viel die van Vogt op door eenvoud en subtiele nuances.
Studie naar de positie en de omvang van het groen op de Grote Markt // Berte Daan in samenwerking met Vogt Landschaftsarchitekten
Het werk van het bureau kenmerkt zich door een nauwkeurige analyse van de plek. Ze bestuderen niet alleen de bebouwde context, maar juist ook de landschappelijke: de geologische, topografische en ecologische kenmerken van de plek. Dat begint met het verzamelen van kennis en het doen van onderzoek naar de locatie, als vertrekpunt voor het ontwerp. Zo ontstaan specifieke plannen voor unieke opgaven.
Met de historische analyses, antropologische studies en culturele manifestaties van een plek als basis schakelt het bureau vervolgens telkens tussen het uitvoeren van onderzoek en het maken van schetsen en modellen. Die grondhouding waardeerde het beoordelingsteam.
Ook Kalfsbeek was enthousiast over de visie van Vogt op de opgave: ‘Ze hadden heel minimaal voorwerk verricht, maar hun benadering was overtuigend en passend bij de opdracht. Ze waren terughoudend, dat viel op; ze wilden eigenlijk het minimale doen, maar de ideeën waren direct verbonden met de historische rijkdom van de plek en met de brede ruimtelijke samenhang. En hoewel de verbeelding van hun visie nog slechts schetsmatig was, is een aantal principes daarvan nog heel duidelijk in het uiteindelijke plan te herkennen.’
De juiste typologie
Voordat Vogt met de aanbesteding aan de slag ging, belde Slob eerst landschapsarchitect Berte Daan, met wie hij in Zürich voor het bureau werkte. ‘Ze komt uit Paterswolde, kent de regio goed en woont en werkt in Noord-Nederland. We gaan niet vaak een samenwerking aan voor een aanbesteding, maar omdat we twijfelden en bovendien midden in de covid-perikelen zaten, leek ons een partner op locatie zinvol.’
Het ontwerpproces vond grotendeels online plaats. Met Daan in het team had Vogt een ontwerper in de buurt die relatief eenvoudig naar de plek kon. Zij en Slob werkten nauw samen in de eerste fase, van onderzoek tot voorlopig ontwerp. Omdat er inhoudelijk weinig twijfel over de opgave en het programma van eisen was, hield Vogt de inschrijving eenvoudig en vormde die de basis voor het vervolg.
Slob licht toe: ‘We hadden wel wat kritische vragen, maar de inschrijving was in beginsel een reflectie op het programma van eisen, met een aantal voorbeelduitwerkingen. Daarbij probeerden we twee ontwerpprincipes te verkennen: we wilden de structuurschets terugbrengen tot een eenduidige, terughoudende hoofdlijn en probeerden met één sterke ontwerpingreep de voornaamste deelopgaven in samenhang vorm te geven.’
Twee varianten uit de plattegrond- en maquettestudie naar verschillende ontwerpmodellen // Vogt Landschaftsarchitekten
Daarmee nam het bureau ook een risico. ‘Het gevolg van die keuze was dat we niet alles konden, maar ook niet wilden oplossen. We geloven werkelijk in het plan dat we hebben gemaakt, het is een goed ontwerp voor deze plek, maar we denken ook dat het niet op veel plekken op deze manier had gekund.’
Slob duidt het vraagstuk in relatie tot de stad als geheel: ‘Alle ambities waren relevant en de gemeente had geweldig voorwerk verricht. Maar wij beschouwden de opgave ook binnen het centrum als samenhangend systeem, niet in de laatste plaats door de voor Groningen kenmerkende reeks pleinen: Vismarkt – Grote Markt – Martinikerkhof. Onze inschrijving en het uiteindelijke ontwerp moesten dus wat ons betreft passen bij de typologie van de Grote Markt als een stenen plein.’
'Natuurlijk voegden wij – net als andere indieners – ook groen toe, maar enkel om de Grote Markt als léég plein te ondersteunen'
Dat besef leefde bij de gemeente ook, maar het onderscheidde de visie van Vogt van de andere inschrijvers, die veel ‘groenere’ schetsen voorlegden. In de eenvoudige tekeningen die bij de inschrijving van Vogt zaten, zijn de grote lijnen van het uiteindelijke plan te herkennen: een bescheiden maar heldere accentuering van de zonering tussen middenplein en randen enerzijds, anderzijds de verplaatsing van de windroos naar de zuidoosthoek van het plein. Dit laatste element zou vanuit de verschillende windrichtingen het snijpunt vormen van de belangrijkste publieke gebouwen: het stadhuis, de Martinitoren en het Forum.
Conceptschetsen uit de eerste fase van het ontwerp. Verschillende ruimtelijke opgaven worden verkend: de positie van bomen, de dimensies van het plein ten opzichte van de omringende bebouwing, de plek en rol van Boumaʼs windroos en de verschillende zones van het plein // Berte Daan in samenwerking met Vogt Landschaftsarchitekten
Ook de aandacht voor materiaalgebruik en de uitwerking van het maaiveld vallen op. Daarbij zijn de steenverbanden bepaald door de hoofdelementen. ‘Aan die paar hoofdlijnen hebben we zo lang mogelijk vastgehouden, juist ook vanuit het besef dat we met een eeuwenoud plein te maken hebben. Het heeft een bepaald karakter, bepaalde ruimtelijke kenmerken, op die manier heeft het betekenis gekregen. Natuurlijk voegden wij ook groen toe, maar enkel om de Grote Markt als leeg plein te ondersteunen.’
De gemeente had dezelfde discussie ook al intern gevoerd, daarom viel hen die kritische houding van Vogt in positieve zin op. ‘In de gemeente vonden wij het juiste klankbord. Alle ambities waren relevant, merkten we, en zo begonnen we ook aan het ontwerptraject. Daarbij werden we overigens van alle kanten nog eens inhoudelijk bestookt.’
Terug naar het begin
Naast de kennisuitwisseling die Vogt en de gemeente bij aanvang van het ontwerptraject opstartten, wilde het bureau toch eerst een paar stappen terug, vertelt Slob: ‘Hoezeer de gemeente ook op alle relevante niveaus kennis en informatie had verzameld als vertrekpunt voor het ontwerp – wij wilden zelf ook feeling krijgen met een aantal belangrijke ambities, bijvoorbeeld ten aanzien van de begrenzing van het plein. Waar begint het en waar houdt het op? In hoeverre is het Waagplein onderdeel van de Grote Markt? Hoe zit het met die gemengde zone en hoe vloeit de markt over in de Martinitoren en de Kreupelstraat? Dat soort vragen moesten we ook zelf logisch kunnen beantwoorden, voordat we in het ontwerpwerk doken. We twijfelden niet aan de ambities en uitgangspunten van de gemeente, maar wilden ook alles voor onszelf op orde krijgen, alle ambities nog eens tegen het licht houden.’
Wie het programma van eisen en het uiteindelijk uitgevoerde ontwerp naast elkaar legt, ziet onmiddellijk de grootste wijziging in de hoofdopzet. Die kwam voort uit de principes van de schetsen bij de aanbieding. Net als bij de inschrijving had Vogt in het definitieve plan de windroos verplaatst en de bomen rondom een tot zitmeubel opgetilde variant geplaatst.
Het kostte wat overtuigingskracht om de gemeente mee te krijgen in dat ontwerp. ‘We moesten praten als Brugman’, lacht Slob. ‘Naar ons idee was die bomengroep de beste ingreep uit het plan. Maar het was ook de grootste wijziging, samen met het verplaatsen van die ster, en dus het grootste discussiepunt. Die ingreep bundelde een aantal elementen van het programma van eisen, waarmee nog meer helderheid en rust ontstond.’
Een tweede belangrijk element uit het ontwerp is de zogenaamde Circus Maximus-lijn. Slob legt uit hoe in de oudheid de renbaan van het Circus Maximus, een groot stadion in het centrum van Rome, in tweeën gedeeld werd door een langgerekte middenzone: de spina. Dit werd een verzamelplaats voor trofeeën, heiligdommen en tempeltjes, maar er stonden ook standbeelden en een groep bronzen palmbomen. De spina zorgde voor orde binnen de open ruimte van het stadion.
Ontwerpconcept volgens het structurerende principe van de spina in het Circus Maximus: een lijnvormige zone als verzamelplaats en basisschema voor het ordenen van alle programmaonderdelen // Vogt Landschaftsarchitekten, Martijn Slob, met Berte Daan
Datzelfde principe gebruikte Vogt voor de Grote Markt. ‘Met de bomengroep en Circus Maximus-lijn hadden we een heel sterk basisschema, waarbinnen alle deelopgaven goed konden worden opgelost. Door de bomengroep rond die lijn te bundelen, kwam er weer overzicht in het plan. Daarom bleven we bleven ons best doen om de gemeente op dit punt te overtuigen. We maakten een grote maquette, waarin ik dan tijdens online vergadering met mijn mobiel filmde, om tastbaar te maken hoe zoiets er op maaiveldniveau uit zou zien.’
Ook het programma van eisen voerde Vogt uit in maquettevorm, om het onderscheid zichtbaar te maken. ‘Die bomengroep had naar ons idee direct veel meer betekenis, creëerde een plek, zonder dat de groep als geheel te veel aandacht vroeg. We begrepen dat die ontwerpbenadering ook gefronste wenkbrauwen opleverde, omdat wij juist op de typologie van het stenen plein hadden gewezen. Maar we waren zelf niet bang voor de ruimtelijke werking van de bomen, aangezien we die in omvang en kenmerken zorgvuldig konden selecteren.’
'Naar ons idee was de bomengroep de beste ingreep uit het plan. Maar het was ook de grootste wijziging, en dus het grootste discussiepunt'
De bomengroep bleek goed op de schaal van het plein te passen en was ook symbolisch sterk omdat hij zich ongeveer op de plek van het voormalige asfalt bevond. ‘Wij dachten bovendien dat de groep op bescheiden wijze, als evenknie van het stadhuis, juist de centrale positie van dit monument zou benadrukken. Tegelijk konden de bomen de maat en schaal van de oostwand wat verzachten. En, heel belangrijk, door de bundeling bleef het plein op andere plekken nadrukkelijk veel leger, wat natuurlijk de kern van het programma van eisen was.’
Samen met de Circus Maximus-lijn, uitgevoerd in de bestaande grijsblauwe granieten keien, zorgen de gebundelde bomen voor richting en aandacht, zonder dat ze zelf te veel ruimte innemen. ‘Voor de gezondheid van de bomen was de ingreep ook goed uit te leggen, net zoals de beoogde werking van de bomen, voor verkoeling en wateropvang, in groepen veel beter is. Ze betekenen zo daadwerkelijk iets in landschappelijke zin, in plaats van dat ze uit een tuininrichting komen. Als groep doen ze ook echt wat voor het plein als geheel, niet enkel voor delen van het plein.’
Inrichtingsplan van het gerealiseerde ontwerp voor de Grote Markt // Vogt Landschaftsarchitekten
De Grote Markt na de herinrichting, ter hoogte van de bomengroep // Foto: Peter de Kan
Zonder dat het verplaatsen en verhogen van de windroos onderdeel van het programma van eisen was – ook al was die ingreep in Nieuwe stadsruimtes bij een van de voorbeelduitwerkingen toevallig genoeg ook een suggestie – speelde Bouma’s erfenis een belangrijke rol in de bomendiscussie. ‘Door de combinatie met de opgetilde windroos van Bouma werden de bomen zelfs een plek an sich, dat vonden we misschien wel de grootste winst. De groep gedraagt zich niet als een boeket, maar gewoon als een plek, zonder dat die het plein helemaal vult. Vanuit die filosofie konden we het verplaatsen van de ster ook motiveren.’
De eerste ster, te zien op de kaart van Haubois, lag met een reden voor het oude raad- en wijnhuis, passend bij die tijd. De ster van Bouma lag er ook heel specifiek in relatie tot het plein, zoals dat door het verkeer vorm kreeg, opnieuw passend bij die tijd. Die historische plekken waren er in de nieuwe opzet niet meer, net zomin als de vorm en functie van het plein waarin die betekenis hadden gekregen. ‘We moesten dus opnieuw betekenis geven aan de windroos, passend bij de huidige tijd en bij het nieuwe plan.’
Het verfijnen van de basis
Met het basisschema op zak begon Vogt aan de uitwerking en verfijning van het ontwerp. Slob: ‘De grote lijnen van het ontwerp hielpen bij de fases erna, omdat we veel ontwerpkeuzes en overwegingen voor de uitwerking aan het overkoepelende verhaal konden ophangen. De wens van de gemeente om een doorlopend maaiveld aan te leggen, van gevel tot gevel, onderschreven we, maar de profilering van het plein met verschillende zones hebben we vereenvoudigd en gepolijst.’
Bij de gemeente kwam de discussie over de historische gelaagdheid van het plein ook in relatie tot de bomen nadrukkelijk naar voren. Het gebruik van één soort steen moest voorkomen dat de zones en bomen alsnog een onafhankelijk middenplein zouden creëren. ‘Omdat wij de bomen bundelden en de Circus Maximus-lijn als organisatieprincipe introduceerden, leken die ontwerpopgaven minder ingewikkeld. Er was er al een natuurlijke zonering, zonder dat het plein in losse delen uit elkaar viel.’
Maquettes van Vogt voor de waterpartijen op de vernieuwde Grote Markt
De waterpartij na de realisatie van het plan, in september 2024 // Foto: Peter de Kan
Het homogene plein met de Circus Maximus-lijn hield het beste van twee werelden: het beeld van gevel tot gevel uit Ruimte voor ruimte en dat van het geaccentueerde middenplein uit Nieuwe stadsruimtes. Vogt gebruikte de historische rijkdom om nuances te leggen.
‘Natuurlijk werden wij ook wel een beetje nerveus van dat plein, met zo veel geschiedenis. Het is zo’n fundamentele plek in de ontwikkeling van Groningen. Als je recht wilt doen aan zo’n plek, is een plein voor ontwerpers altijd een beetje intimiderend. Maar we hielden onszelf ook voor dat echt relevante verwijzingen naar de historie over de structuur en indeling van het plein gaan, over gebruik, minder over de inrichting en uitwerking. De rijkdom in zones, van stoepen, riepe en gemengde zone, hebben we daarom heel fijnzinnig verwerkt. Berte heeft een uitgebreide studie gedaan naar de mogelijkheden om met één steenvorm, verschillende verbanden en zachte overgangen een samenhangend geheel te maken dat recht doet aan het historische gewicht, zonder dat het nadrukkelijk om aandacht vraagt.’De keuze van de bestrating op de Grote Markt was lastig: ‘Uiteindelijk werd die wat donkerder dan beoogd, tussen rood en bruin in, maar past de steen goed bij de kleurtonen in de binnenstad.’
Over de vraag of die uitwerking wellicht te subtiel is geworden, hoeft Slob niet lang na te denken: ‘Ik zou het jammer vinden als zulke historische informatie niet subtiel verwerkt werd, want dan zouden de hoofdlijnen van het plan eigenlijk niet kloppen. De historische rijkdom ondersteunt het ontwerp. Hij ligt er wel, maar hoeft niet continu zichtbaar te zijn.’
Vogt gebruikte de basisprincipes vervolgens wel om het type bestrating uitvoerig te onderzoeken. ‘Een natuurlijk materiaal lag voor de hand, ook volgens het programma van eisen en met het oog op het budget. Maar door de context begonnen we een beetje te twijfelen aan dit uitgangspunt. Wij kijken altijd heel zorgvuldig naar de plek, naar de aard van de omgeving. Hoewel Groningen als Hanzestad wel natuursteen importeerde, is dit geen materiaal uit de omgeving en komt het relatief weinig voor. Alleen chique of belangrijke openbare gebouwen kregen een buitenkant van natuursteen, vaak op een basis van de kenmerkende lokale rode baksteen. Dat principe vonden wij heel mooi, ook vanuit een duurzaam perspectief: de basis eenvoudig, een gebakken klinker, de belangrijke bebouwing en plekken op een tapijt van de bestaande granieten keien.’
Die laatste werden allemaal opnieuw gebruikt en dienden als basis voor het stadhuis, de Martinitoren en de Circus Maximus-lijn. Over die benadering was binnen de gemeente wel discussie, maar Vogt was er vanuit dit heldere ontwerpvertrekpunt snel uit. De kleurkeuze was moeilijker: ‘Rood was niet vanzelfsprekend, vanwege de bebouwing. We wilden het liefst een kleur die natuurlijk oogt, beige of zandkleurig, maar daarvan konden we geen goede straatsteen vinden. We hebben intensief met Jaco Kalfsbeek samengewerkt om de juiste kleur te kiezen. Uiteindelijk werd die wat donkerder dan beoogd, tussen rood en bruin in, maar past de steen goed bij de kleurtonen in de binnenstad.’
'De openbaarheid is de kern van het plein. Eerlijk gezegd vonden we het licht absurd hoeveel ruimte en invloed de ondernemers met hun terrassen op de Grote Markt hadden'
Ook voor de inrichting van het meubilair en de speelplekken, zoals de waterpartij, wilde Vogt keuzes maken die passen bij de grote lijnen van het ontwerp: ‘We dachten op een vergelijkbare manier na over de inrichting en welke onderdelen daarvan voor welke termijn ontworpen moesten worden. Alles wat een zekere permanentie heeft en gekoppeld was aan de zone van de Circus Maximus-lijn – de verlichting, het openbare meubilair, de waterpartij, de plek onder de bomen, de statafels – hebben we daarbij in hoogwaardige, degelijke materialen uitgevoerd. Vooral de natuurstenen banken, tafels en waterelementen hebben we daarbij nauwkeurig afgestemd op de materialen en kleuren van stadhuis, Martinitoren en Forum. De mobiele terrassen en de banken buiten de Circus Maximus-lijn, maar bijvoorbeeld ook die rondom de bomen aan de noordzijde, hebben we lichter uitgevoerd zodat ze, indien nodig, gemakkelijker gedemonteerd kunnen worden.’
De positie en vorm van de natuurstenen banken op de Circus Maximus-lijn brachten een mooi gesprek op gang, dat ook bij Vogt intern gevoerd werd. ‘Wij wilden lange, zware stenen banken, ook om duidelijk te maken dat die onderdeel zijn van de basisstructuur van het plein en door iedereen gebruikt kunnen worden. Omdat ze tegelijkertijd aan de zuidzijde de grens van de horecaterrassen vormen, hebben we ze enigszins provocatief dubbelzijdig gemaakt, zodat die publieke zitplekken juist ook op de terrassen zijn gericht. Die menging van openbaar en commercieel zat in het programma van eisen, maar wij vonden dit ook wel een statement waard. De openbaarheid is de kern van het plein, als plek om samen te komen, te demonstreren, te herdenken, te ontmoeten. Eerlijk gezegd vonden we het licht absurd hoeveel ruimte en invloed die ondernemers met hun terrassen op de Grote Markt hadden.’
De lange stenen banken zijn een mooi symbool geworden van dat evenwicht, tussen publieke ruimte en private belangen. ‘Hier en daar piept er een stukje terras door maar dat maakt eigenlijk weinig uit, dat is tijdelijk. De bank is blijvend en voor iedereen, zoals het bij openbare ruimte moet zijn.’
Het lege midden: nu te koop!
Het lege midden is een ode aan de rijkdom en veelzijdigheid van de Grote Markt, het belangrijkste plein van Groningen. Het hart van het boek wordt gevormd door een beschouwing van de recente herinrichting van het plein (2020-2024) en de wortels daarvan in de jaren zeventig en negentig. Daaromheen zijn verschillende verhalen van diverse auteurs gebundeld, uit allerlei periodes van de meer dan duizend jaar geschiedenis van de Grote Markt.
De nadruk ligt op de ruimte van het plein zelf. De leegte – en daarmee de potentie van een even veelomvattend als intensief gebruik – staat centraal in tekst en beeld. Historische foto’s, prenten en ansichtkaarten, ontwerptekeningen, schetsen, strips, schilderijen, lucht- foto’s en plattegronden vormen de beeldende context van de ontwikkeling van de Grote Markt door de eeuwen heen. Zo portretteert Het lege midden de vele gezichten van de centrale en meest publieke ruimte van Groningen.