Van onze correspondent in Winschoten // Vroeger

10 december 2021 Leestijd: 5 minuten

Vroeger was alles beter, dat weet iedereen. Jaap Ploeger, onze correspondent in Winschoten, schreef eerder al eens over wat door de jaren heen verloren gegaan is in de Rozenstad. Deze keer richt hij zijn blik vooral op wat komen gaat – mét een dosis hoop en optimisme.

Vrouger, vrouger

Wat gaait de tied toch vlug

Pas as ie older worden

Ja, din komt alles weer terug

Ede Staal

Voormalig raadhuis, gerechtsgebouw en arbeidsbureau // Foto: Janna Bathoorn

Vroeger –

'Daar gaat-ie weer!’

Maar ik wil het stuk even inleiden.

'Elke keer als er iets met Winschoten is, heeft hij het weer over vroeger. Vroeger, vroeger, vroeger.’

Ja dat komt –

'Vroeger was dit nog een café.’

Ja, maar –

'Vroeger stond je hier als kleine jongen op het schoolplein in je broek te plassen en nu is het een bejaardenflat.’

Nou, dat hoeven de mensen niet te weten en dat complex staat er al een hele tij–

‘Vroeger was de Klinker een evenementenhal met concerten, jaarbeurzen, hardloopwedstrijden van honderd kilometer en –’

Zo gaan mijn stukken helemaal niet, het is veel genuan–

'Vroeger stond hier een prachtige muziekschool en daar zat een beddenzaak, slager Kiewiet in de Torenstraat en Teuben was nog melkboer.’

Je maakt het veel te simpel, ik probee–

'Vroeger dit, vroeger dat. Altijd weer vroeger!’

Dat is niet helemaal waar! De vorige keer ging het over een spiksplinternieuwe fietsbrug naar Blauwestad. Die was er vroeger niet.

'Zie je wel: vroeger.'

Mag ik het verhaal even inleiden, alsjeblieft?

'Probeer het eens vanuit het heden te doen.'

Blijhamsterstraat // Foto: Janna Bathoorn

Probeer het eens vanuit het heden te doen. Goed.

Er zijn plannen om Winschoten weer aantrekkelijker te maken voor een winkelend en wandelend publiek. Zo wil men vanuit de haven het water iets verder de stad in laten stromen. Er komt een nieuw gemeentehuis, een compacter koopcentrum, promenades, palmbomen, bruggen, grachten –

‘Zo kan-ie wel weer.’

Ik overdrijf inderdaad. Tijdens een recente rondgang door het centrum viel mij echter wel op dat er veel aannemersbusjes en nieuw geplaatste steigers staan. Zo is het oude gerechtsgebouw, wat daarna functie deed als arbeidsbureau, al flink opgeknapt. Mooi geschilderde raamlijsten – en überhaupt: ramen! Het pand heeft lang leeggestaan en is godzijdank niet ten prooi gevallen aan brand, zoals veel andere gebouwen in het oude centrum.

Ertegenover, op de hoek van de Blijhamsterstraat en de Poortstraat, staat het geboortehuis van mijn moeder. De nieuwe bewoners willen zo veel mogelijk recht doen aan de oorspronkelijke indeling en het originele uiterlijk. Ze hadden mijn moeder gevraagd om eens te komen kijken en zij wist nog precies waar bepaalde deuren hadden gezeten en waar de trap oorspronkelijk hoorde.

De omstreden karakteristieke gevelpanden aan de Blijhamsterstraat, die van ellende bijna omvielen, zijn inmiddels gesloopt. Opknappen was geen optie meer. Hopelijk komt er wel iets passends voor terug.

De gaten die door sloop of brand in het centrum gevallen waren, zijn deels ingevuld met parkjes. De mooiste vind je midden in het oudste stukje Winschoten, nabij het Marktplein: Ons Toentje. Er hangt een boekenkastje, staat een picknickbankje en een herinneringsteken aan de Joodse inwoners. Het parkje wordt netjes onderhouden en past goed binnen de omgeving. Dat is volgens mij ook wat je wilt als ruimte ingevuld wordt, dat het past en eigenlijk voelt alsof het er altijd geweest is.

Ons Toentje // Foto: Janna Bathoorn

Dat uitgangspunt hanteren ook de architecten van de Poort van Winschoten, het nieuwe gemeentehuis en de gebiedsontwikkeling daaromheen, blijkt tijdens een online informatieavond. Rondom de HEMA, waarachter vroe– ik bedoel: tot voor kort de bibliotheek stond, wordt in 2022-2023 het nieuwe gemeentehuis gerealiseerd. In rode, van Oldambster klei gebakken baksteen met witte accenten, aldus de architect.

Het monumentale stadhuis met toren zal beter tot zijn recht komen dan de jaren-90-aanbouw die straks van de achtergevel afgescheurd en afgevoerd wordt. Eromheen zal, naast veel groen, ook plek zijn voor een vijver en ruime parkeermogelijkheden. Waarschijnlijk met hippe verblijfsplekken, oftewel een bankje of wat. Winschoten blijft tenslotte het koopcentrum van de regio – althans, die ambitie dient weer opgepakt te worden.

Dat er plannen zijn er dat er reuring is, is al heel wat. De plannen lijken in elk geval iets beter doordacht dan het vreselijke ’t Rond, de indoor winkelpromenade met woontoren die in een vlaag van verstandsverbijstering is neergezet. Winschoten zou weer een stadje moeten worden waar je ook met plezier een wandeling kunt maken. In de Rozenstad zouden naast de doornen in het oog weer daadwerkelijk rozen te bewonderen mogen zijn.

‘Het lijkt erop dat er dus iets aan het verschuiven is.’

Kijk. Misschien nog wel meer dan in de rest van het land willen we het hier eerst zien en dan geloven. Er is in Winschoten echt heel veel moois verloren gegaan, dat nooit meer terugkomt. De ambitie om een deel van het centrum te verfraaien moet daarom altijd met enige scepsis bekeken worden. De doorbraak in de jaren 70, waarbij kleine straatjes weken voor supermarkten en parkeerplekken, werd misschien ook met de beste intenties gedaan. Maar in een tijd waar meer aandacht is voor cultureel erfgoed en stedenbouwkundige oplossingen die recht doen aan binnensteden mag en moet je verwachten dat beleidsmakers, architecten en bouwers met liefde en aandacht met een stad bezig zijn.

’Dus over een paar jaar is Winschoten weer de roos in de regio!’

Ik laat me niet uit over wat ervan terechtkomt. Er zijn nog veel open wonden te helen: het leegstaande Sint Lucas Ziekenhuis, de panden ertegenover, het terrein rond de Liefkensstraat. Tegelijkertijd is daar wel de oude LTS veranderd in een complex met zorgappartementen, zonder het uiterlijk van het markante gebouw te schaden.

Voormalige LTS // Foto: Janna Bathoorn

Kortom: er is perspectief, en er zijn partijen bezig om bestaande gebouwen weer levensvatbaar te maken. Laten we daarom hopen dat met het moois dat er nog staat zuinig en wijs omgegaan wordt. En dat wat toegevoegd wordt ook écht iets toevoegt. Zodat we over een paar jaar weer trots kunnen zeggen: ‘Hé doe! Komst ook es noar Winschoot?’

‘Net als vrouger!’

***