Van onze correspondent in Winschoten // Fietsbrug naar de toekomst

26 augustus 2021 Leestijd: 3 minuten

GRAS bracht onlangs een bezoek aan Blauwestad. We keken vol verbazing naar de pretparkarchitectuur die we er zagen. Jaap Ploeger, onze correspondent in Winschoten, bekijkt het van een andere kant. Kan Blauwestad misschien een nieuwe levensader voor Winschoten worden?

Het is druk op de inmiddels een half jaar oude fietsbrug over het Winschoterdiep en snelweg A7, die met een flauwe bocht over een deel van het Oldambtmeer zachtjes landt aan de oevers van Blauwestad. Slingerend wisselen wandelaars en fietsers elkaar af. Hier en daar staat een echtpaar stil om met een ander echtpaar te praten. Op de parallelweg onder de brug is een boer bezig met een kapotte trekker. Een man op een scootmobiel kijkt ernaar, zoals alleen een Groninger kan kijken naar iets wat vermoedelijk wel even gaat duren. Jongeren rennen voorbij en een wielrenner schiet langs.

De Pieter Smitbrug, vernoemd naar de veel te vroeg overleden burgervader van het Oldambt, is eigenlijk meer een promenade. Bij zonnig weer is de brug flaneerwaardig, iets dat Winschoters sinds het openstellen ervan dan ook graag doen. Eem over de brug. Die promenade werd en wordt nog steeds aangeprijsd als de langste fietsbrug van Europa. Hoewel mijn zwager die claim persoonlijk heeft ontkracht, klinkt het mooi.

De brug is voornamelijk uit hout opgetrokken, met een beweegbaar deel over het Winschoterdiep. Het doet denken aan de houten bruggen over de rondweg bij Sneek. ’s Avonds springen er sfeerlichtjes aan die de overtocht in het donker veraangenamen. In Blauwestad sluit de brug aan op de weg richting het havenkwartier.

Blauwestad heb ik altijd een weinig inventieve naam gevonden. Bedacht achter een bureau op vrijdagmiddag, stel ik me zo voor. Meerstad was misschien al vergeven. Winschoten aan Zee? De Rietlanden? Wotterstad? Ach, uiteindelijk went alles. Ook Blauwestad.

Een man op een scootmobiel kijkt naar een boer die bezig is met een kapotte trekker, zoals alleen een Groninger kan kijken naar iets wat vermoedelijk wel even gaat duren

Het is inmiddels al een aardig dorp aan het worden, daar aan de overkant van het Winschoterdiep. Overal wordt druk gebouwd, als een legpuzzel waarbij gaten gevuld worden komen er meer en meer huizen bij, in allerlei stijlen en kleuren.

Recent meldden media nog dat het goed gaat met de verkoop van kavels. Naar Oost-Groninger maatstaf dan: er zijn zo’n 400 van de 1250 plekken bezet sinds het begin van de verkoop. Waar Winschoten leegstand kent, wordt hier volop gebouwd. Het is bijna alsof alles wat in Winschoten verdwijnt hier in een modern jasje verschijnt. Een wandelende stad.

Je zou de fietsbrug ook kunnen zien als een nieuwe levensader voor de Molenstad. Voorheen moesten de pioniers omfietsen via Oostereind, om dan over de Beersterbrug via de Beersterweg Winschoten binnen te rijden. De nieuwe brug levert de gemiddelde fietser een besparing van minstens twintig minuten op. Schoolgaande jeugd kan vanaf de middelbare scholen in het centrum in tien minuten weer in Blauwestad staan. Als je een frietje haalt bij de eerste snackbar na de brug heb je dat thuis warm op tafel. Nou ja, lauwwarm, als je doortrapt. En geen bekende tegenkomt.

Zonder gekheid: de brug zou weleens van vitaal belang kunnen zijn voor het centrum van Winschoten. In navolging van de aantrekkende huizenmarkt in het gebied zou de economische impuls ervan ook voelbaar moeten worden. Blauwestad is nu in de echt verbonden met het centrum. De vitaliteit, moderniteit en levensvreugd uit het nieuwe gebied zou nu omgekeerd weer naar het centrum kunnen stromen.

Mogelijk geef ik een 500 meter lange fiets- en wandelbrug nu wat te veel credits. Bovendien moet er op het gebied van recreatie nog het een en ander gebeuren om in de toekomst ook toeristen te trekken. Er ligt inmiddels al een zak geld voor klaar. Hopelijk is de Pieter Smitbrug een nieuw begin en gaat het weer een beetje stromen in Winschoten.

***

Foto header: Jeroen Bos / oldambtnu.nl