Vaandeldragers
Wonen op een grens: wat doet dat met een mens?
Wat betekent het om op een provincie- of gemeentegrens te wonen? Heeft het invloed op je dagelijks leven, en op hoe je je voelt? Versterkt het misschien zelfs je identiteit? Filosoof Bente van Leeuwen, die zelf ook op zo’n grens woont, ging op onderzoek.
Als je weleens over de Groningerweg rijdt, van Peize richting Hoogkerk, is het je misschien opgevallen: voordat je bij de rotonde naast P+R Hoogkerk komt, strijken twee huizen naast elkaar de Groningse vlag. Waarschijnlijk rij je er gedachteloos voorbij, want het valt je pas op als je weet hoe de grenzen lopen. Deze huizen staan namelijk niet in Groningen, maar net over de grens in Drenthe.
Hoe zit het met die vlaggen? Is het een stil protest of een luid teken van trots? Gaat het om een hekel aan, of om liefde voor? Met die vragen bel ik aan.
Twee Groningse vlaggen
In de linker van de twee woningen, het verst Drenthe in, woont Marieke Duursma met haar man en twee dochters. Ze kochten het huis in 2003 en verbouwden het twee jaar lang voor ze er gingen wonen. Marieke werkt bij het UMCG, bij de faculteit geneeskunde, waar ze zich bezighoudt met het bacheloronderwijs.
Het huis ligt in Drenthe, in de gemeente Noordenveld, hemelsbreed 225 meter van de grens met Groningen. Feitelijk staat het op een 'driegemeentenpunt': zowel de gemeenten Groningen als Tynaarlo liggen op een steenworp afstand.
De vlaggenmast was een ludiek cadeautje van Mariekes schoonvader bij de aankoop van het huis. Eerst hingen ze er een vaandel aan met een Japanse vis erop, voor geluk, maar die was snel kapot. Toen kwam de Groningse vlag. ‘Hij hangt er al heel lang. Zolang wij hier wonen. En we wisselen alleen bij feestdagen: dan hangen we de Nederlandse vlag uit.’
Hoe zit dat bij de buurman? Rinus Postma van nummer 79 (202 meter van de provinciegrens) woont samen met zijn vrouw al 30 jaar op deze plek, nadat hij eerst aan de overkant woonde. Dat huis verkochten ze aan hun zoon, die er nog steeds woont. Rinus is geboren en opgegroeid in de Groningse Zeeheldenbuurt en werkte in de installatietechniek, ook in Groningen. Met vrouw en kinderen verhuisde hij naar buiten, op zoek naar meer ruimte.
Toen hij in Drenthe kwam wonen, hing Rinus eerst een Drentse vlag op. Nadat die door de wind kapotging, kocht hij een nieuwe, maar deze keer koos hij niet voor de witte vlag met het rood-zwarte wapen erop. ‘Ik dacht: nou, nee, ik ben toch echt een Groninger.' Sindsdien hangt die vlag dan ook in zijn mast.
‘Van hier’ of ‘van daar’?
Spreek ik hier met Drenten of met Groningers? De Finse cultureel geograaf Anssi Paasi schreef over regionale identiteit en grenzen dat júíst in grensgebieden verschillen in identiteit zichtbaar worden. Mensen definiëren zichzelf vaker als ‘van hier’ of ‘van daar’ wanneer een bestuurlijke grens dichtbij is.
Wellicht is dat een verklaring voor hoe duidelijk Marieke en Rinus zijn over hun identiteit. Ze noemen zichzelf allebei zonder enige twijfel ‘gewoon een Groninger’.
'De Groningse vlag is geen protest, hij hoort gewoon bij ons. Ik weet niet eens hoe de Drentse vlag eruitziet'
Marieke en haar man zijn beiden geboren en getogen in Groningen. Ze werken er, hun kinderen sporten er en gaan er naar school. Ook kent Marieke de Groningse taal goed en woont haar familie er. ‘We zijn helemaal niet op Drenthe georiënteerd. Alles in ons leven is Groningen.'
Op die manier kwam ook de vlag voor hun huis. 'Ik denk dat we het er niet eens over hebben gehad welke vlag we zouden kiezen, dat het automatisch ging: hup, de Groningse vlag, hangen. Het is geen protest. Het hoort gewoon bij ons. Ik weet niet eens hoe de Drentse vlag eruitziet.’
Ook voor Rinus is het geen ingewikkelde vraag: ‘Ik ben een rasechte Groninger. Het is een heel natuurlijk iets, dat ben ik gewoon. Mijn familie komt er vandaan, ik ben er geboren, ik heb er altijd gewerkt. Die geschiedenis, dat vergeet je niet.’
Praktische drempels
Grenzen zijn niet toevallig of neutraal, ze hebben sociale gevolgen. Zo schrijft geograaf David Harvey in zijn boek Social Justice and the City dat grenzen mede bepalen hoe ruimte wordt ingericht en hoe mensen toegang krijgen tot voorzieningen, macht en kansen. Dit idee komt uit de kritische stadsgeografie, waarin ruimte wordt gezien als iets dat actief wordt ‘gemaakt’ door beleid en bestuur.
Maar hoe is dat dan merkbaar voor ‘grensbewoners’? Voor gemeentelijke zaken, zoals het verlengen van je paspoort, moeten Marieke en Rinus naar Roden. Ook bij verkiezingen is het onhandig: de reistijd naar de stembus verhoogt de drempel om te stemmen, vooral voor ouderen en mensen zonder auto. ‘Ik moet naar Roden om te stemmen, terwijl ik werk in Groningen', zegt Marieke. 'Het zou voor mij veel natuurlijker voelen als ik gewoon even op mijn fiets vanuit het UMCG kon stemmen.’
Misschien nog wel fundamenteler: bij gemeentelijke en provinciale verkiezingen beslis je, als je als grensbewoner meer georiënteerd bent op een buurgemeente of -provincie, niet mee over de plek waar jij je het meest mee verbonden voelt.
Voor het kiezen van een huisarts maakt het dan weer niet uit, die hanteren afstandsgrenzen, geen gemeentelijke of provinciale. Maar de dichtstbijzijnde hulpdiensten kunnen wel in een andere gemeente of provincie liggen, waardoor in acute situaties onduidelijkheid kan ontstaan, bijvoorbeeld bij wijkteams.
Bij de keuze van een school voor je kind ben je als ouder vrij. Zowel Marieke als Rinus kozen Groningse scholen voor hun kinderen. In theorie kunnen bepaalde toegangsregelingen of vergoedingen wel anders geregeld zijn per gemeente, dat kan een obstakel vormen voor grensbewoners.
Sociaal gezien voelt het soms gek dat je overbuur aan andere regels moet voldoen dan jij, bijvoorbeeld als het gaat om gemeentelijke belastingen, parkeren, vergunningen of afvalregelingen. Een andere moeilijkheid kan zijn dat beleid in bepaalde gevallen stopt bij de grens. Dit kan vooral in het openbaar vervoer en in de infrastructuur problemen geven, als het onderhoud van fietspaden en bushaltes letterlijk stopt bij de gemeentegrens of ov-lijnen niet logisch aansluiten. Dat leidt tot omfietsen, overstappen en slechtere bereikbaarheid, terwijl de logische route net over de grens ligt.
Dit laatste speelt ook aan de Groningerweg in Peizermade. Marieke: ‘Het fietspad daar verderop is van de gemeente Groningen, maar dit stuk is van Noordenveld. Dat soort dingen zijn soms best ingewikkeld.’
De staart van de hond
Uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat bewoners aan de randen van gemeenten en provincies vaker afstand ervaren tot voorzieningen en besluitvorming dan inwoners die meer centraal in een gebied wonen.
Bij Marieke proef ik dat sentiment niet zo, maar voor Rinus geldt dit duidelijk wel. Hij ervaart de Groningerweg die voor zijn huis langs loopt als onveilig, mede doordat er veel verkeer van Roden naar Groningen gaat. Hij moet zijn best doen om ertussen te komen, als hij van huis vertrekt. 'Ik zet de auto er gewoon voor, want anders kom je er nooit op. Als Roden bouwt, dan komt het verkeer hier ook langs. En er wordt je helemaal niet gevraagd wat je daarvan vindt. Ik heb nooit iemand van Roden gesproken.’
Bewoners van een grensgebied kunnen geraakt worden door beslissingen die genomen worden aan beide kanten van die grens. Onlangs kwam in het nieuws hoe de gemeente Tynaarlo op de grens met de gemeente Groningen een asielzoekerscentrum wil plaatsen. Het speelt zich toevallig af op een steenworp afstand van waar Rinus en Marieke wonen. In de klankbordgroep, bedoeld om omwonenden mee te laten praten, zijn mensen die net over de grens wonen niet welkom. Ook al wonen ze net zo goed in de buurt als de mensen die officieel in de gemeente Tynaarlo wonen.
Voor Rinus voelen de beslissingen die in Roden worden genomen ver weg. Zo is Peizermade al een poos een nieuw buurthuis beloofd. ‘Maar het oude buurthuis staat er nog, daar wordt helemaal niks mee gedaan. Dat wordt in Roden uitgespeeld, en dan moeten wij ons daar maar mee redden.’ Het gevoel iets in te brengen te hebben, ervaart hij niet: ‘Wij zijn hier de staart van de hond.’
De grens opnieuw tekenen
Ikzelf woon ook op een grens. Geen provinciale, maar een gemeentelijke. En die grens lijkt hier wel heel willekeurig te lopen. Ik woon in de gemeente Midden-Drenthe, maar het dorp dat op mijn adresregel staat hoort bij de gemeente Hoogeveen. Het dorp waar ik het dichtst bij woon, waar op een stuk of acht huizen na de rest van mijn straat bij hoort en waar ik me net als mijn buren sociaal mee verbonden voel, hoort weer bij de gemeente Midden-Drenthe.
Als ik de dorpsgrenzen hier opnieuw mocht intekenen, zou ik het doen. Als mensen vragen waar ik woon, zeg ik dat ik net iets buiten het dorp woon waarmee ik me verbonden voel, maar eigenlijk niet woon. Niet omdat ik iets heb tegen mijn officiële woonplaats, maar ik heb er ook niks méé. En als iemand wil weten waar ik woon, zegt die officieuze woonplaats meer over mijn ervaring.
In dat dorp doe ik mee met de buurtborrel, daar breng ik mijn zoon naar de opvang, in die buurtkrant plaats ik een advertentie als mijn dochtertje binnenkort geboren wordt, en daar stond ik afgelopen zomer in een holbewoner-outfit op het podium bij de playbackshow.
Als Rinus de grens kon verplaatsen, zou hij het doen. ‘Dan zou ik liever bij Groningen horen’
Als ik aan Marieke vraag wat haar antwoord is wanneer iemand vraagt waar ze woont, schiet ze in de lach: ‘Ja, dat is grappig. Dan zeg ik dat ik net iets buiten Groningen woon.’ Snel voegt ze toe: ‘Maar dat is niet omdat ik iets tegen Peize of Drenthe heb, maar gewoon omdat je iemand graag vertelt wat het beste klopt.’
Het voelt voor Marieke alsof ze in een buitenwijk van Groningen woont, ook omdat er geen dorpskern in de buurt is. Met die ‘buitenwijk’ voelt ze zich wel degelijk verbonden. Ze was jarenlang actief bij de buurtvereniging van Peizermade. ‘Maar de meeste mensen hier zijn ook meer georiënteerd op Groningen. Het merendeel van dit streekje werkt in Groningen en brengt daar ook hun kinderen naar school. Het voelt hier niet helemaal als het 'echte Drenthe'.’
Zelf zou ze de grens niet opnieuw intekenen, als dat zou kunnen. ‘Nee, zover wil ik niet gaan. Het is gewoon zo, en ik ben me er verder ook niet zo bewust van. Dat ik dan moet stemmen in Roden, is wat onhandig, maar ik ervaar het niet als vervelend.’
Bij Rinus ligt het anders. Als hij de grens kon verplaatsen, zou hij het doen. ‘Ja, dan zou ik liever bij Groningen horen.’ Hij heeft niks met Drenthe, zegt hij. Het hijsen van de Groningse vlag begon niet als protest, maar dat is het inmiddels wel. De vlag staat nu deels symbool voor de onvrede die hij voelt over hoe ze in Drenthe, in Roden, met hem omgaan.
Twee werkelijkheden
Wie in een grensgebied woont, leeft vaak in twee werkelijkheden tegelijk: bestuurlijk hoor je bij de ene gemeente of provincie, terwijl het dagelijks leven zich net zo goed aan de andere kant van de grens afspeelt. Dat kan een vervelend gevoel geven, zoals bij Rinus.
Ikzelf ervaar weinig tot geen praktische ongemakken bij het wonen op een gemeentegrens. Toch voel me veel sterker verbonden met het dorp waar ik niet woon, dan met het dorp waar ik wel woon. Dat levert me weinig grieven op, ik zou er dan ook niet veel voor overhebben om de dorpsgrens daadwerkelijk te verschuiven – maar ik zou er wel blij van worden als het gebeurde. Het zou kloppend voelen.
Voor Marieke zit het weer net anders: ze is zich niet zo bewust van het leven op de grens. Tóch hijst ook zij een Groningse vlag en vindt ze dat ze ‘net buiten Groningen’ woont, in plaats van in Peize.
Zelfs in een klein land als Nederland, waar wonen aan een bepaalde grens nooit echt ver van een centrum kan zijn, kun je de sporen van grenzen ontdekken. Sommige hard en duidelijk, sommige zo subtiel als twee Groningse vlaggen wapperend in een Drents briesje.
De grens in beeld
Wat is een grens daadwerkelijk en hoe manifesteert deze zich in onze omgeving? Fotograaf David Vroom zocht voor dit artikel de grens tussen Groningen en Drenthe op. Voor elke foto ging hij precies op die grens staan, om zo te proberen deze te vangen in beeld.