Ruimte voor Omgevingskwaliteit // Aflevering 1: Jan Doevendans

3 augustus 2022 Leestijd: 6 minuten

Met de Omgevingswet doet de term ‘omgevingskwaliteit’ zijn intrede. Het Steunpunt Ruimtelijke Kwaliteit van de provincie Groningen maakte er een brochure over, en interviewde daarvoor samen met GRAS vier mensen over hun persoonlijke en vakmatige kijk op het begrip. Voor aflevering 1 spraken Sandra Grabs en Chris Zwart met ecoloog Jan Doevendans. ‘Als ergens een vlinder fladdert of een merel fluit, hoef je niet na te denken over de kwaliteit van de omgeving. Daar word je vanzelf vrolijk van.'

Als je iets afpakt, moet je iets terugdoen

Jan Doevendans is ecoloog. In Groningen werd de geboren en getogen Brabander een van de eerste zelfstandige (stads)ecologen van Nederland. Ook richtte hij de Stichting Natuurhart op, waarmee hij het belang van ecologie agendeert.

Eigenlijk is het heel simpel, zegt Doevendans: alles begint en eindigt met ecologie. Ook omgevingskwaliteit. Geen verrassende uitspraak uit de mond van een ecoloog. Maar wat betekent het in de praktijk?

Voor Doevendans moet ecologie bij elke door mensen uitgevoerde ontwikkeling het uitgangspunt zijn. Of het nu om de bouw van een elektriciteitsmast gaat of om het renoveren van een woning. 'Als je gaat bouwen, pak je grond af. Dus moet je iets terugdoen.’

Bij het bouwen van woningen is de oplossing eenvoudig: ‘Ga de hoogte in. Hou het compact en zorg dat je zo veel mogelijk ruimte overlaat. We wonen tegenwoordig erg ruim. Maar zolang je de ruimte rondom je huis ter beschikking stelt van dieren, is dat niet erg. Dus bevestig geen mussenschroten voor je dakpannen. Laat nestkasten hangen, laat bloemen in je tuin staan. En natuurlijk mag je een pad hebben, maar haal de rest van die tegels weg.'

Een andere, relatief eenvoudige manier om iets terug te doen voor de natuur, en daarmee voor de kwaliteit van de omgeving, is met een groen dak. Het geeft zuurstof, haalt CO2 uit de lucht, houdt water vast en er groeien bloemen op waar insecten op afkomen. 'En als woningen met topgevels geïsoleerd moeten worden, vernieuw dan niet het hele dak. Isoleer liever de zolders vanbinnen. Want die topgevels zijn een ideale plek voor vleermuizen, vogels of vlinders.'

Met kleine ingrepen zet je grote stappen

De timing van werkzaamheden kan veel leed voorkomen, weet Doevendans. 'Je moet met de dieren meewerken. Als je in het broedseizoen niet met dakpannen in de weer gaat, hoef je ook geen ontheffingen aan te vragen. Zo simpel is het.'

Ook als het om de inrichting van straten gaat, weet Doevendans hoe je met simpele ingrepen een stap in de goede richting kunt zetten: 'Neem nou lantaarnpalen: zet die maar in de klimop! Een klimop blijft het hele jaar groen. Dan hoef je zo'n paal ook niet meer te verven. Als het een besdragende klimop is, komen er ook nog beestjes op af.'

‘Als je ergens gaat bouwen, kijk dan eens naar wat er vroeger op die plek leefde en groeide. En probeer dat terug te krijgen'

Hoewel het op veel plekken niet goed gaat, zijn er hoopvolle voorbeelden. Doevendans kijkt met voldoening naar de Groningse wijk Lewenborg, gebouwd in de jaren 70. Hij is ruim opgezet, er is voldoende groen en er staat meer hoogbouw dan in veel andere wijken. Als je meer wijken op die manier inricht, en ze met elkaar verbindt, kunnen vogels en vlinders makkelijker van plek naar plek.

De ecoloog vertelt hoe hij aan de rand van datzelfde Lewenborg een keer een gezinnetje voorbij zag fietsen. 'Ik hoor de vader nog zeggen: "Kijk, hier begint de natuur. Daar staat het: natuurgebied."' Hij lacht. 'Maar zo is het dus niet. De natuur is overal.'

Natuurinclusief bouwen is tegennatuurlijk

Doevendans is al decennia bezig met nestkasten in woonwijken. 'Je ziet hier en daar kopse gevels waar er wel veertig hangen. Dat werkt niet. Bij elke woning moet je kijken wat bij dat specifieke pand mogelijk is, wat je op die plek terug kunt doen.' Het ene type ecologie is bovendien het andere niet, vult hij aan. Met andere woorden: het maakt nogal uit of je in de polder of in de stad bouwt. Elke plek vraagt om een eigen aanpak.

Hoe hard Doevendans er ook op hamert, zelden is ecologie het uitgangspunt. Met lede ogen ziet hij hoe, onder het mom van natuurinclusief bouwen, voorafgaand aan werkzaamheden alles wat leeft weggehaald wordt. ‘Ze maken het eerst natuurvrij, want anders mag je niet bouwen. De insteek van die werkwijze is fout. Natuurinclusief bouwen is op die manier een wassen neus. Ik probeer bouwende partijen te laten beseffen wat ze allemaal insluiten als ze tijdens het ‘natuurvrij maken’ dakpannen dichtsmeren. Als je bij elk project probeert er zo makkelijk mogelijk vanaf te zijn, ben je uiteindelijk ook van de mensen af. Ecologie is een ketting – die breekt als er een zwakke schakel tussen zit.'

Mensen worden vrolijker als je ecologie als uitgangspunt neemt, is de overtuiging van Doevendans. Maar vaak blijken andere dingen belangrijker. Niet alleen geld, maar ook netheid, gemak of veiligheid. Als er één manier is om echt de ecologie als uitgangspunt te nemen, dan is dat volgens de ecoloog door op een plek simpelweg niks te doen. 'De grond de grond laten. Want als je niks doet, gaat op die plek exact groeien wat daar past. Dat gaat helemaal vanzelf.'

Foto: Janna Bathoorn

Kwaliteit terughalen

Omgevingskwaliteit heeft niet alleen te maken met het in stand houden van de bestaande situatie, maar ook met het toevoegen van kwaliteit. Daar kan Doevendans zich in vinden. 'Als je ergens gaat bouwen, kijk dan eens naar wat er vroeger op die plek was; wat er toen leefde en groeide. En probeer dat terug te krijgen.'

Aan gemeenten en provincie is volgens Doevendans de schone taak om kennis te verspreiden. Mensen voor te lichten, informatie te bieden. Maar ook om te opereren met een andere instelling en vanuit het besef dat ecologie altijd de basis is. 'Er is kennis zat. Alleen we moeten het wel toepassen. Mogen toepassen, eigenlijk. De wil moet er zijn. En in plaats van de natuurbescherming juridisch te bekijken en eraan te moeten voldoen, zouden we de natuur vanuit onszelf al moeten willen beschermen. Want zonder leven is er geen leven.’

Omgevingskwaliteit heeft een rechtstreekse link met onze gezondheid, is wat hij duidelijk probeert te maken. ‘Een omgeving met weinig natuur, en daarmee weinig kwaliteit, maakt mensen steeds chagrijniger. Erger nog, zo’n omgeving maakt ons ziek.’

Ondanks de ernst van zijn boodschap ziet Doevendans de toekomst hoopvol tegemoet. 'De natuur is ijzersterk. Dus er is altijd hoop. Gisteren ving ik nog een keep, met een ring, uit Finland.' Hij maakt een triomfantelijk gebaar. 'Yes! Bij ons op de voedertafel! Hoe is dat? Als ergens een vlinder fladdert of een merel fluit, hoef je niet na te denken over de kwaliteit van de omgeving. Daar word je vanzelf vrolijk van.'

***

Wat betekent omgevingskwaliteit precies en waarom is het belangrijk? De brochure Ruimte voor Omgevingskwaliteit! (juli 2022) van het Steunpunt Ruimtelijke Kwaliteit van de provincie Groningen richt zich op bestuurders en medewerkers van gemeenten en waterschappen. Het begrip omgevingskwaliteit wordt erin geduid, daarnaast geeft de brochure een aantal inspirerende voorbeelden, eenvoudige tips en praktische instrumenten. Het Steunpunt Ruimtelijke Kwaliteit wordt uitgevoerd door Libau, adviesorganisatie voor omgevingskwaliteit en cultureel erfgoed in Groningen en Drenthe.