Symposium

Renovatieles in Pakhuis De Zwijger

Sociale woningbouw verdient aandacht en vakmanschap

Tekst:
Leestijd: .

Tussen 2014 en 2022 zijn in Nederland 73 duizend woningen gesloopt: een stad zo groot als Zwolle. Met die schokkende mededeling startte onlangs een symposium rondom de renovatie van sociale woningbouw in Pakhuis De Zwijger. Marnix van der Scheer pakte de trein naar Amsterdam.

Hoewel ik een aantal corporaties, erfgoedorganisaties en gelukkig ook twee aannemers zie, komen er vooral architecten op het symposium af dat Architectenweb, MORE Architecture en Pakhuis De Zwijger organiseren. Zowel op het podium als in de zaal zijn ze oververtegenwoordigd. Het symposium is een pleidooi voor meer hergebruik, maar bovenal voor betere sociale woningbouw.

De tijd dat Nederland kon pronken met een royaal aanbod aan kwalitatief hoogwaardige sociale woningbouw ligt inmiddels ver achter ons. Hoe brengen we daar verandering in? 

Om te beginnen door te stoppen met slopen, bepleit architect Daan Roggeveen van MORE. Want daarmee vernietigen we de sociale geschiedenis en samenhang en gaat erfgoed (ook jonger erfgoed) verloren. Hergebruik en herbestemming zijn bovendien veel duurzamer. 

Waarom wordt er dan toch zoveel gesloopt? Vooral omdat verondersteld wordt dat je voor het geld dat renovatie kost beter iets nieuws kunt neerzetten, omdat bewoners denken dat nieuwbouw hun problemen het best oplost of omdat bij sloop-nieuwbouw de risico’s beter in te schatten zijn.

Stedenbouwkundige Tess Broekmans van Urhahn gaat nog een stapje verder. Ze vindt dat je per definitie niets meer zou moeten slopen. Geen gebouwen, maar ook geen bomen. 

Broekmans benadrukt het belang van de lessen die transformatieprocessen ons door de tijd heen geleerd hebben. Zoals de noodzaak tot verduurzaming nu voor een energietransitie zorgt, gingen mensen na de Tweede Wereldoorlog van kolen over op gas. Daarmee verdween het kolenhok. De gebouwen die wij nu neerzetten, zullen op hun beurt over vijftig jaar aangepast moeten worden aan de transformaties die dan plaatsvinden. Juist omdat processen als deze zich herhalen, is het van belang ze te bestuderen.

De belangrijkste les, volgens Broekmans, is dat transformaties te veel sectoraal en te weinig integraal plaatsvinden. ‘Als er bijvoorbeeld stadsverwarming aangelegd wordt, en de straat ligt open, dan vinden we nadenken over de bovengrondse effecten ervan lastig. Daardoor laten we enorme kansen liggen.’ 

Voor de rijksoverheid ontwikkelde Broekmans een iteratief stappenplan voor de omgang met bestaande gebouwen. Haar boodschap daarbij: afwegingen moeten op een veel meer gedegen manier gemaakt worden – een manier die haaks staat op de simplistische Excel-logica die nu vaak gehanteerd wordt.

Renovatie portiekflats, Weesp // Bureau Van Eig // Foto: Sebastian van Damme

Verduurzamen is architectenwerk 

Renoveren is niet per definitie goedkoper of sneller dan slopen en nieuwbouwen, zegt architect Marjolein van Eig – soms zelfs juist niet. Maar ons collectieve geheugen en onze sociale structuren zijn te waardevol om zomaar af te breken.

Voor woningcorporaties zijn renovatieopgaven vaak technische opgaven, ziet Van Eig. Daardoor zit de aannemer eerder aan tafel dan de architect. Toch komt bij zo’n opgave veel meer kijken dan techniek. De wensen van bewoners over hun woonomgeving, bijvoorbeeld. ‘Verduurzamen is architectenwerk’, is haar overtuiging. Want juist goede architecten zijn in staat om zowel de technische, sociale als cultuurhistorische aspecten tot een integraal plan te smeden.

Met liefde en aandacht verweven we verleden en toekomst

Zelf schrikt ze overigens vaak, als ze een eerste blik op een renovatieproject werpt. Een slechte onderhoudsstaat, verloedering of rampzalige aanpassingen zorgen ervoor dat het soms even duurt voor ze de kwaliteit van een gebouw ziet. ‘We zoeken naar het cadeautje dat uitgepakt kan worden’, vertelt ze. ‘Daar werken we dan op door.’ Zo’n verrassing kan een mooi trappenhuis zijn, een entree, een specifiek detail of een mooi materiaal.

Met liefde en aandacht verweven we verleden en toekomst, benadrukt Van Eig, om vervolgens een nadrukkelijke oproep aan corporaties te doen: ‘Leg deze opgave niet bij aannemers neer, maar selecteer zelf je architect. Een architect kan je helpen kiezen waaraan je je geld uitgeeft.’ 

Erfgoed in erbarmelijke staat

Als het over de renovatie van vooroorlogse woningen gaat, is Marc Ibelings een uitgesproken expert. Wie de afgelopen maanden een krant heeft opengeslagen, zag de fantastische renovatieprojecten van zijn bureau Ibelings van Tilburg architecten voorbij komen.

In Amsterdam-Noord renoveerde het een groot deel van de Gentiaanbuurt en de Van der Pekbuurt. Prachtig erfgoed dat Ibelings aantrof in erbarmelijke staat. Verziekt met ‘plastic kozijnen’, omringd door verwaarloosde openbare ruimte en met groeiende sociale problematiek.

Heel precies liet het bureau de gebouwen scannen en in 3D intekenen. Ibelings dook het archief in en bestudeerde met aandacht en bewondering de historische bouwtekeningen. Met veel technisch vernuft herstelden de architecten daarna de oorspronkelijke kleurstelling en detaillering, op basis van hedendaagse eisen.

Ook de plattegronden kregen een opfrisser. Minder hokkerig en met ruimte voor de benodigde installaties. Daarvoor werd zelfs de fundering van de woningen versterkt. Om er zeker van te zijn dat ze niets over het hoofd zagen, stelden de architecten richtlijnen op voor de detaillering, het kleurgebruik en zelfs de plaatsing van de benodigde pijpjes en afvoeren – alleen aan de achterzijde van het dak. Die aandacht vertaalt zich in een voorbeeldig renovatieplan.

Renovatie Van der Pekbuurt, Amsterdam // Ibelings van Tilburg architecten // Foto: Petra Appelhof

Renovatie Gentiaanbuurt, Amsterdam // Ibelings van Tilburg architecten // Foto: Petra Appelhof

Comfortabel en anarchistisch

Ik ken geen bureau dat zich meer identificeert met hergebruik dan het internationale collectief Superuse Studios. Het renoveerde recent twee voormalige kraakpanden die door de betreffende corporatie omgezet werden tot permanente woonruimte. De voormalige krakers werden huurders en mochten zelf meebepalen over wat er met het pand ging gebeuren, en door wie. Omdat veel van hen een ideologische levensstijl hebben, ook op het gebied van duurzaamheid, kwamen ze uit bij Superuse Studios.

Jeroen Bergsma, architect en partner van het bureau, geniet zichtbaar als hij vertelt hoe ze bouwmaterialen ‘oogsten’. Een vliesgevel van een oud gemeentehuis of spanten van een gesloopt buurtcentrum. Het is indrukwekkend om te zien hoever je kunt komen met hergebruik, als je er energie in steekt. Als het om comfort gaat, kunnen de woningen zich meten met nieuwbouw, maar ik denk te zien dat ze tegelijkertijd een zekere mate van anarchisme behouden.

Voor de renovatieopgave is een sterk ontwikkelde smaakzin benodigd om écht van rehabilitatie te kunnen spreken

Ook Vanschagen Architecten, het bureau van Hans Meijer, wordt veelvuldig gevraagd voor renovatieprojecten. Voor Meijer is renovatie een vorm van eerherstel. Met een eigen handschrift voegt zijn bureau eventueel iets nieuws toe aan bestaande bouwwerken.

Van dat handschrift word ik overigens minder blij. Het toont me dat voor de renovatieopgave een sterk ontwikkelde smaakzin benodigd is om écht van rehabilitatie te kunnen spreken. Ook dat is een les.

Radicaal concept

Dat het een stuk radicaler kan, toont Oliver Thill. Dat verbaast me niet, want ik ken Atelier Kempe Thill inderdaad niet als de spreekwoordelijke zachte heelmeester. Het bureau transformeerde een brute betonnen flat in Rozemaai, bij Antwerpen, en haalde die letterlijk tot op het skelet leeg. Vervangende nieuwbouw zou uit slechts vier bouwlagen mogen bestaan, terwijl bij renovatie het gehele, negen bouwlagen tellende, bouwvolume kon worden gehandhaafd. Zo bleek die tweede optie economisch veel aantrekkelijker.

Alle gevels gingen eruit en de massieve externe trappenhuizen verdwenen. Zelfs de stabiliteitswanden, die een vrije indeelbaarheid met een nieuwe mix aan appartementen in de weg stonden, moesten het ontgelden. Wat overbleef was een leeg betoncasco. Daaromheen kreeg het gebouw een rondgaande krans van buitenruimten of galerijen met glazen borstweringen en goed geïsoleerde nieuwe gevels met glazen puien van vloer tot plafond.

Renovatie flatgebouw, Rozemaai // Atelier Kempe Thill // Foto’s: Ulrich Schwarz

Met dit radicale concept veranderde een in zichzelf gekeerd pand in een transparant woongebouw. Door het casco te sparen, behaalden de architecten ook nog eens een CO2-reductie van 80 procent ten opzichte van nieuwbouw.

Nog even werd het spannend, want het plan zou pas bestempeld worden als renovatie wanneer de architecten maximaal 75 procent van de gevels zouden vernieuwen. Om binnen dit percentage te blijven, bedacht het bureau een truc. Tegen de bestaande kopgevels bouwde het een trappenhuis dat als boekensteun voor de stabiliteit van het gebouw zorgt.

Sociaal renoveren

Joop ten Brink, stadsontwikkelaar bij corporatie Woonin, merkt in Utrecht wat het sociale aspect betekent bij renovatieprojecten. De wijk Overvecht heeft daar al jaren de twijfelachtige eer om koploper te zijn op ‘de verkeerde lijstjes’. Ook na investeringen in het vastgoed bleef dat beeld onveranderd. Dat bracht Woonin ertoe om met een bredere blik naar het gebied te kijken.

De corporatie paste haar toewijzingsbeleid aan, met meer diversiteit onder de huurders in de wijk als gevolg. Daarnaast gaan ze niet zomaar over tot sloop-nieuwbouw, maar kiezen ze alleen voor nieuwbouw op strategische plekken. Woonin gaat anders om met wat er is, ook op sociaal vlak. Sociaal renoveren, noemen ze het zelf. Wijkconsulenten staan voor huurders klaar, bijvoorbeeld in het geval van schuldhulp of opvoedadvies.

De Universiteit Utrecht meet de effecten van woningrenovatie op de gezondheid van bewoners. Dat bracht een opmerkelijk feit aan het licht: de tevredenheid na de renovatie is bij veel mensen groot, maar het aantal mentale problemen neemt toe. Waar corporaties vaak voorafgaand aan de renovatie contact met bewoners zoeken, kunnen ze dat volgens de onderzoekers daarom beter erná doen.

Vóór de renovatie is achterstallig onderhoud voor bewoners een negatieve factor, tijdens de renovatie de overlast, en pas als het stof neergedaald is worden de positieve gezondheidseffecten van de verbeterde woonomstandigheden zichtbaar. Juist daarom is dat het moment waarop bewoners openstaan voor een woonconsulent waarmee ze kunnen bespreken wat zich verder in hun leven afspeelt.

De belangrijkste tip voor corporaties, als het om renovatie gaat: betrek bewoners bij het proces. Bijvoorbeeld door ze de keuze te geven in de uitvoering van de keuken, of simpelweg door goed met ze te communiceren.

De essentie nog maar eens benadrukt

Terug in de trein begin ik direct te schrijven. Hoewel ik niet per se nieuwe dingen hoorde, werd vandaag nog maar eens benadrukt dat liefde en aandacht de sleutel tot succesvolle plannen zijn, of het nou een voor- of naoorlogse renovatieopgave betreft. Goed kijken is bovendien essentieel, zowel naar het bestaande gebouw als naar de context. En een woonomgeving gaat over meer dan huisvesting: juist een corporatie die openstaat voor wat er speelt in een buurt en in het leven van bewoners, kan het verschil kan maken.

En, bovenal: vakmanschap en toewijding zijn cruciale factoren. Een goede architect levert daarmee ook bij renovatieprojecten een fundamentele bijdrage. Maar ook dat wisten we eigenlijk al.