Plekportretten // Dudok aan het Diep
Parel in de kroon
In 2025 opende in Groningen Dudok aan het Diep. De ietwat rafelige locatie van een voormalig tankstation werd dankzij een stevig en integraal ontwerp getransformeerd tot een nieuwe, aantrekkelijke en groene verblijfplek. Zien we hier een trend? Is Dudok aan het Diep één van de voorbeelden van een ontwerp dat de publieke waarden weer op de kaart zet of is het een uitzondering?
Het is de eerste dag van de herfst. De wind jaagt bladeren over de steiger en wolken voor de zon. Het is koud, maar toch behoorlijk druk bij Vandeeg Vandaag. Bij de bakkerij in het voormalig tankstation aan de Turfsingel staat een rij en het terras zit vol. Voor het raam staat de bakker deeg te kneden, kinderen spelen tussen het groen en aan de kade zitten mensen met hun gezicht omhoog te wachten op een spaarzame zonnestraal. Op het terras warmen mensen hun handen aan een kop koffie.
Aan een van de tafeltjes zitten Jeroen Marseille en Wouter van Riet Paap samen met Elzo Dijkhuis en Emiel Driesten. Hun koffie is al op, de handen hebben ze diep in hun zakken gestoken. Marseille (Marseille Buiten) is ontwerper van openbare ruimte, Van Riet Paap (IRIS architecten) is als architect gespecialiseerd in jonge monumenten.
Driesten is medeoprichter en -eigenaar van Koffiestation, waar Vandeeg Vandaag onderdeel van is. Dijkhuis is projectmanager bij de gemeente Groningen. Hij was betrokken bij verschillende beeldbepalende projecten in de stad, waaronder de transformatie van de plek waar we nu zitten: Dudok aan Diep.
Strategische aankoop
De gemeente Groningen koopt soms een pand in de stille verkoop, om te voorkomen dat het in handen van speculanten valt. Vaak is er dan nog geen concreet plan, maar voorkomt de gemeente zo dat het gebouw commercieel uitgebaat wordt. Ook zorgt ze ervoor dat de publieke waarde behouden blijft. Het in 1953 door architect Willem Marinus Dudok ontworpen Esso-tankstation was zo’n strategische aankoop.
Het gebouw is de bevestiging van de plek, redeneerde de gemeente
Dudok ontwierp na de Tweede Wereldoorlog voor Esso 112 tankstations die door heel Nederland werden neergezet. Daarvan zijn er inmiddels nog maar twee over. Eén staat op de rand van de Groninger binnenstad. Om het gebouwtje te beschermen, werd het in 2010 aangewezen als rijksmonument. De kademuur ernaast kreeg trouwens meteen dezelfde status.
In 2019 schreef de gemeente een prijsvraag uit voor de herinrichting van de omgeving van het rijksmonumentale gebouwtje. Daarvoor nog haalde ze onder bewoners allerlei ideeën op voor een originele bestemming van het oude tankstation – van openluchttheater tot ballenbak, er kwam een breed scala aan vondsten voorbij. Naar aanleiding van zijn ontwerp voor de singels in Leiden werd Marseille benaderd. Die belde Van Riet Paap weer, op de plek stond tenslotte een beeldbepalend naoorlogs monument.
Elk plein heeft een markant gebouw, zegt Dijkhuis. In Groningen zijn dat bijvoorbeeld het stadhuis en de Martinitoren op de Grote Markt, de Korenbeurs op de Vismarkt en het Forum op de Nieuwe Markt. Het tankstation van Dudok is dat op deze plek aan de Turfsingel, redeneerde de gemeente. Het gebouw als de bevestiging van de plek.
Op het moment dat de gemeente de prijsvraag uitschreef, had de eigenaar van het nabijgelegen café het voormalige tankstation nog in bruikleen. Het diende als opslag en verloederde, net als het pleintje ervoor, dat kleiner was dan het nu is en geheel uit steen bestond.
Voor de selectie van de gebruiker deed de café-eigenaar ook mee, in de hoop zijn terras uit te kunnen breiden. Dijkhuis: 'In veel steden krijgen dit soort plekken een commerciële functie, terwijl het zich juist zo goed leent voor een combinatie van publiek en commercieel. Deze plek moest wat ons betreft openbaar blijven.'
De gemeente wilde zowel een architect als een landschapsarchitect bij het project betrekken. Het gebouwtje zou als haakje dienen om de ruimtelijke kwaliteit van het geheel te verbeteren. Daarbij kon het water een belangrijke rol krijgen, zo was het idee. Marseille en Van Riet Paap bundelden daarom hun krachten.
Groningen onderscheidt zich op twee manieren van andere Nederlandse steden, legt Marseille uit: de schaal van de stad is prettig: niet te groot en niet te klein, daarnaast gaat de gemeente niet altijd voor de bekende, grote bureaus, maar geeft ze nieuwe talenten een kans.
Na het formuleren van de vraag nodigde de gemeente Groningen drie ontwerpteams uit hun ideeën in te zenden. Deze inzendingen werden vervolgens beoordeeld door een vakjury en een publieksjury. Door via dit soort prijsvragen publieke plekken een nieuwe invulling te geven, wil de gemeente bewoners betrekken bij het proces en hun leefomgeving. Dat bleek hier goed te werken. Het projectteam ervaarde later een grote betrokkenheid en vooral weinig weerstand onder de Groningers.
Het ontwerp van Marseille Buiten en IRIS architecten ontving 4000 van de 8000 uitgebrachte publieksstemmen. Ook de vakjury beoordeelde het plan als beste.
Strak, gevleugeld, opstijgend dak
Architect Willem Dudok ontwierp begin jaren vijftig drie typen tankstations. Het dak was altijd hetzelfde, daaronder zaten drie of vier segmenten. Het tankstation aan de Turfsingel is nog groter, en heeft vijf segmenten. Dat komt doordat de gemeente Groningen er een netstation in wilde, een elektriciteitshuisje.
Uit brieven die Van Riet Paap in het archief vond, blijkt dat Dudok en Esso het daar absoluut niet mee eens waren. Ze waren bang dat het ten koste van de transparantie van het ontwerp zou gaan. Maar de gemeente hield voet bij stuk en Dudok paste het ontwerp aan met een vijfde segment.
De auto stond in de jaren vijftig voor vooruitgang, voor een positief toekomstbeeld. Voor Dudok was transparantie leidend bij het ontwerp van het gebouw. Zijn idee was dat er licht van binnenuit naar buiten moest schijnen. Van Riet Paap heeft dat in zijn ontwerp geprobeerd terug te laten komen. Het warme licht dat het gebouwtje nu uitstraalt, is exact zoals Dudok het zeventig jaar geleden voor zich zag. Het is een soort lampion, vindt Driesten. Voor hem is het de perfecte plek voor verstilling en voor ambacht.
Ten tijde van de wederopbouw waren bouwmaterialen schaars. Beton, staal en glas werden in Nederland zelf geproduceerd. 'Dat is ook de reden dat de ontwerpen van Dudok in die materialen uitgevoerd werden', weet Van Riet Paap. 'Naast dat ze natuurlijk pasten bij zijn verlichte en transparante toekomstbeeld.'
Van Riet Paap wilde Dudoks ontwerp eer aan doen, maar het gebouwtje ook volledig verduurzamen. Bij wederopbouwarchitectuur is dat vaak lastig, de toegepaste materialen vormen een koudebrug. De architect ging op zoek naar slimme oplossingen, met het transparante van Dudok als leidraad.
De zonnepanelen op het dak liggen plat, zodat ze niet zichtbaar zijn vanaf de straat en het oorspronkelijke ontwerp niet verstoren. Ook aan de zijgevel zijn panelen geplaatst. Er zijn foto’s op geprint waarop de geschiedenis van het tankstation te zien is – de zonnepanelen zelf zijn dankzij de foto’s geheel onzichtbaar.
De foto's kregen de architecten van de kleinzoon van de eerste uitbater van het tankstation. Hij benaderde de projectgroep zelf. Het is een bewijs van de grote betrokkenheid onder het publiek bij het project. Dat werd ook bij de opening van Dudok aan het Diep zichtbaar. Tussen het publiek stond een man van rond de 90 jaar oud. Hij bleek één van de mensen te zijn die het tankstation 70 jaar geleden bouwden.
Hergebruik was een ander belangrijk thema. De architecten herstelden de kozijnen, gebruikten de roosters van het netstation bij de plaatsing van de warmtepomp, behielden alle deuren en legden de zonnepanelen op het dak plat, zodat ze het ontwerp niet verstoren. De ingang, die ergens in de jaren tachtig werd verplaatst naar het midden van de voorgevel, werd teruggebracht naar zijn oorspronkelijke plek.
In de voorgevel zit nog een uitgifteraam, dat door middel van een espagnolet (een mechanisme om met één beweging een dubbel raam te openen en sluiten) kan worden gesloten. Zo’n espagnolet zit normaal gesproken op het kozijn, maar Dudok plaatste hem ín het kozijn. Daardoor is een ander soort sluiting nodig, alleen wist niemand meer hoe dat werkt. Na een lange zoektocht kwam Van Riet Paap bij een smid uit die het geheim kende en een nieuwe sluiting voor Dudoks espagnolet maakte, met origineel materiaal.
Je zou het hele gebouw onder de twee poten weg kunnen halen zonder dat het dak instort
Ook de kleuren waarin het gebouw geschilderd is, zijn origineel, ze kwamen naar voren na kleurenonderzoek. De vitrines zouden Dudok trouwens ook bekend voorkomen: het monumentale glas en sommige van de glazen plankjes zijn nog origineel.
Bij de renovatie wilde Van Riet Paap niet alleen het gebouwtje in ere herstellen en alles in de oorspronkelijke staat terugbouwen, hij wilde ook nadrukkelijk alle lagen in de tijd laten zien. Zo is bij de vloertegels, door een verschil in breedte van de voeg, terug te zien hoe de toenmalige gebruikers van het pand in de jaren tachtig en negentig tot twee keer toe een muur verplaatsten.
Het mooiste aan het ontwerp vindt Van Riet Paap misschien wel het dak dat volledig zelfdragend is. Het leunt op twee poten, aan elke zijde één. 'Je zou het hele gebouw eronder weg kunnen halen zonder dat het dak instort.' Hij verwijst naar een gedicht van Martin Bril, die het in 2007 treffend wist te verwoorden:
'Een strak, maar toch gevleugeld, opstijgend dak op een rechthoekig huisje met veel glas, een wonder van functionaliteit en elegantie. Je hoort het niet vaak iemand zeggen over een benzinestation, maar dit van Dudok heeft het vermogen te ontroeren.'
Heden en verleden aan elkaar lijmen
'Dit is een plek die al eeuwenlang in beweging is,' vertelt Jeroen Marseille op het terras. 'In de 17de eeuw lag hier een haventje. Goederen als turf en bakstenen werden vanuit het Boterdiep overgeslagen op de diepenring.' Toen het Boterdiep in 1948 deels werd gedempt, verdween de haven. Met de bouw van het tankstation, in 1955, kreeg de plek een nieuwe functie. Er werden geen schepen meer volgeladen, maar auto’s volgetankt.
De ontwerpers van Marseille Buiten begonnen niet vanuit de bestemming, maar vanuit de beweging. Hoe zouden mensen door het gebied lopen als het beter toegankelijk was? Waar ga je langs als je vanuit de Bloemstraat komt en je wilt naar de markt? Door een haag en geparkeerde fietsen was het veldje achter het voormalig tankstation tot voor kort onbegaanbaar. De doorsteek vanaf het Boterdiep richting de Ebbingebrug is nu een hoofdroute geworden in het plan van de landschapsarchitecten.
Marseille ontwierp een structuur van paden in natuursteen, dat zijn de loopstromen. Op de ‘hoofdpaden’ liggen gezaagde natuurstenen keien, de ‘secundaire paadjes’ zijn bestraat met grovere keien. De nadruk komt zo op de route langs de kade te liggen. Met biologische kwekerij Lageschaar stelden de ontwerpers het biodiverse en onderhoudsarme plantenmengsel samen.
Door in de Turfsingel van de tweebaansweg een eenbaansweg te maken, kon het groene deel op de wal breder worden. De linden die eerst midden op de weg stonden, vormen daardoor nu de rand van het plein. De horeca aan de overkant is dankzij de looproutes en de beplanting ook onderdeel van het plan geworden. En zelfs de auto rijdt er niet meer langs, maar doorheen.
Marseille wijst naar het voorbij stromende water in het diep: 'Dit is het theater dat je wilt zien'
De openbare ruimte bestaat op deze plek als het ware uit twee delen: de steiger met zijn ronde vorm en zitelementen, en het plein waar de paden tussen het groen kronkelen en waarop het gebouwtje staat. Het pand en het terras liggen net wat hoger dan de rest van het plein. Met de plaatsing van voorzitranden, aparte zitplekken aan het water, maakte Marseille Buiten het voormalige tankstation onderdeel van de ruimte, in plaats van het op een voetstuk te plaatsen. Marseille wijst naar het voorbij stromende water in het diep: ‘Dit is tenslotte het theater dat je wilt zien.’
Omdat de kade een monument is, moest de steiger er los van komen te staan. Daarom lieten de ontwerpers hem op buispalen monteren. Zelfs de leuningen raken de kade niet aan. De steiger is opgebouwd uit blokjes, alsof het een stapel hout was die hier vroeger bij een timmerloods op de kade stond. Het stramien van de blokjes heeft Marseille gebruikt om de traptreden en de ‘rugleuningen’ mee te maken. Het zit precies goed.
De steiger vormt een golvende beweging. Het is nog best ingewikkeld om met vierkante blokjes een gebogen steigervorm te maken, zegt Marseille. Maar als het hoogwater is, kan de rondvaartboot niet onder de brug door, legt hij uit. Dan moet het vaartuig hier kunnen keren. Daarom heeft de steiger zo’n mooie taille.
Met de afdeling Stadsbeheer van de gemeente Groningen voerden de architecten een discussie over het toepassen van hout in de steiger. De ambtenaren maakten zich sterk voor het gebruik van kunststof – dodelijk voor het ontwerp van Marseille, die duurzaam hout wilde gebruiken. Elzo Dijkhuis hakte uiteindelijk de knoop door: het werd hout. De lijnen van de steiger liggen in het verlengde van de looproutes. ‘Je lijmt niet alleen kade en water, maar eigenlijk ook verleden en heden ermee aan elkaar’, merkt Marseille op.
Logisitiek wondertje
Nadat het winnende ontwerp gekozen was, moest de gemeente een passende invulling voor het gebouwtje en het plein vinden. ‘Natuurlijk moest die financieel rendabel zijn, maar de gemeente wilde ondernemers een eerlijke kans geven en vroeg daarom niet de hoofdprijs’, zegt Dijkhuis.
Drie jaar nadat het als monument werd aangewezen, kozen de inwoners van Groningen het tankstation als het mooiste naoorlogse gebouw van Groningen. Ondanks het verkeer dat erlangs raasde, alle lagen van verval die de tand des tijds er vakkundig overheen gedrapeerd had en de armzalige woonarken die er lagen afgemeerd, zagen blijkbaar meer mensen de waarde van de plek.
Ook Emiel Driesten zag die waarde. Toen Koffiestation in 2021 een pilot in Boekhandel Riemer begon, tegenover het tankstation, viel zijn oog op het pandje. Wat gebeurt er met dat gebouwtje?, wilde hij weten. 'Ik zag een logistiek wondertje, aan het water, op de rand van de binnenstad, dat een podium en een aanjager zou kunnen worden voor de projecten die we vanuit Koffiestation wilden starten.'
In 2021 stuurde Driesten een e-mail met zijn vraag naar de gemeente. En anderhalf jaar later nog een, om te vragen of ze nog op de radar zaten.
Elzo Dijkhuis beaamt dat het proces destijds in een impasse zat. Er werd door de gemeente hard aan verschillende plekken in de stad gewerkt. Zelf werd hij ingevlogen om Dudok aan het Diep weer op het spoor te zetten.
De gemeente benaderde via verenigingen en media zo veel mogelijk Groningse ondernemers. 35 daarvan hadden een idee voor de invulling van Dudok aan het Diep. Aan de oproep om met een concreet plan te komen, gaven zeven van hen gehoor. 'Eerlijk is eerlijk,' zegt Dijkhuis, 'één plan stak er met kop en schouders bovenuit.'
'Ik zag een logistiek wondertje, aan het water, op de rand van de binnenstad, dat een podium en een aanjager zou kunnen worden voor nieuwe projecten'
Dat plan was van Emiel Driesten. Hij legt uit hoe Koffiestation de verbinding vanuit de stad met het ommeland wil leggen. Zo kocht het bedrijf in 2024, met behulp van een investeerder, de voormalige zuurstoffabriek aan de Pop Dijkemaweg. Ook dit is een ‘rafelige’ rand aan het water, in dit geval het Van Starkenborghkanaal. De wens van Driesten is dat de zuurstoffabriek een centrale hub voor die verbinding wordt en dat Dudok aan het Diep op zijn beurt gaat fungeren als aanjager en podium waar dingen landen die hun oorsprong buiten de stad hebben.
Driesten bergt een combinatie in zich van een filosoof, kunstenaar en (duurzaam) ondernemer. Hij focust zich op één ding, bijvoorbeeld een koffieboon, en zoomt vervolgens ver uit. Hij vertelt het hele verhaal, hoe de boon geteeld, geplukt, vervoerd, gebrand en tot koffie vermalen wordt, en uiteindelijk wordt geschonken. Langs een duurzame, lokale weg probeert hij de wereld een beetje beter te maken.
Door de pilot waarmee Koffiestation in Boekhandel Riemer startte, kwam er naast de microbranderij een microbakkerij bij. Ze gebruiken er de biologisch geteelde bakgranen van Landgoud uit Kloosterburen, op ambachtelijke wijze vermalen in de molen Joeswert in Feerwerd. Die molen staat aan het Reitdiep, een rechtstreekse waterverbinding met... Dudok aan het Diep.
Stel je voor…
De plaatjes van Dudok aan het Diep op Instagram zijn inmiddels ontelbaar. En toen het terras op een mooie, zomerse dag vol zat, opende het achtuurjournaal met beelden van de plek. Het wonder van functionaliteit en elegantie is nu de hoofdrolspeler op een prachtig plein, een knipoog naar de Groningse geschiedenis met het water. Er is een terras, een prachtige steiger, het is er groen, er stroomt water, er liggen stenen om op te klauteren, uit een tappunt kunnen dorstige voorbijgangers water drinken en er zijn looppaden die volstrekt natuurlijk voelen en die perfect aansluiten op de omgeving.
Een prachtig plein lijmt water en wal, stad en ommeland, binnenstad en schilwijk en heden en verleden aan elkaar, zonder dat je het doorhebt. Als je er bent, voel je dat het past. Dat vonden ook de publieksjury en de vakjury van de Groninger Architectuurprijs. Dudok aan het Diep sleepte in oktober 2025 vier van de vijf prijzen in de wacht.
Soms komt alles op de perfecte manier samen. Dat is niet alleen toeval. De verhalen van de plek, Van Riet Paap, Marseille en Driesten leidden dankzij de ambities van de gemeente en het inzicht van de projectleider tot iets heel moois. 'Alles begint bij een gemeente die ambitie heeft, dan kunnen wij aan de slag', zegt Van Riet Paap. 'Elzo is een projectleider die zo’n ambitie waardeert en niet de architectonische vrijheid om zeep helpt, maar knopen doorhakt en plooien gladstrijkt.'
'Ja ja, zo kan die wel weer.' Dijkhuis staat op. Hij moet weer door naar het volgende project.
De gemeente is constant druk bezig met grote binnenstadsprojecten. Een daarvan was de aanleg van de Kattenbrug, even verderop aan de diepenring. De nieuwe brug ligt in het verlengde van het Gedempte Kattendiep en vormt, net als bij Dudok aan het Diep, een overgang tussen de binnenstad en de omliggende schil. En ook hier werden de (monumentale) kades tot prettige verblijfsruimte getransformeerd.
Terwijl Dijkhuis langs de diepenring wegloopt, vraagt Marseille zich af wat deze projecten voor die hele ring rondom de stad zouden kunnen betekenen. Zo biedt de Oosterhaven volgens hem volop kansen om als volgende parel van de diepenring een groene, prettige en veilige verblijfplek te worden. Zijn eerdere werk aan de singels in Leiden, waar verschillende ‘kansen’ aan elkaar geregen werden, zou als inspiratie kunnen dienen voor Groningen.
Toevalligerwijs heet de visie voor de diepenring die de gemeente ooit maakte Parels aan de ketting. De daarin beoogde transformatie van de gehele diepenring naar fijne verblijfruimte ging niet door. De ketting werd niet geregen, maar hier en daar verschijnt dus wel degelijk een losse parel.
In Groningen, met zijn hoge kades, die ons ooit beschermden tegen de getijden, is de scheiding tussen water en wal hard. Maar er liggen wel kansen. Door het water op de plekken die er bijna om vragen meer te betrekken, kan de kwaliteit van de openbare ruimte, net als bij Dudok aan het Diep gebeurd is, een vlucht nemen.
'Soms hoef je er maar heel weinig voor te doen om, op plekken die zich daarvoor lenen, de verbinding te creëren', zegt Marseille. Hij wijst naar de parkeerplaatsen iets verderop. 'Daar braken Wouter en ik gisteren nog bijna ons been. Die parkeerruimte zou je gewoon weg kunnen halen. Misschien kan je hier en daar een bruggetje plaatsen, of een vlonder. Daarbij: je moet ook niet overal Dudoks aan het Diep willen maken. Deze plek kan de aanjager voor een mooie diepenring worden, als een parel in de kroon.'
Wat zou de volgende parel aan de diepenring kunnen zijn? Marseille laat zijn blik glijden naar de Ossenmarkt, een stenig plein aan het water, iets verderop. ‘Stel je voor,' zegt hij, 'dat je vanaf de steiger een houten pad aanlegt dat onder de Ebbingebrug doorgaat en aansluit op het pad aan de andere kant. Dan hoef je nooit meer de brug op te klimmen en de weg over te steken om verder langs het water te lopen. Het is lastig om voor elkaar te krijgen, maar… ik heb het al een keer getekend. Het ligt klaar.’