Wandelend onderzoeken

Op zoek naar het zwarte paadje van Ellerhuizen

Observaties in een veranderend landschap

Tekst:
Leestijd: .

Ontwerper Sjoerd Willem Bosch trekt de komende maanden te voet door de provincie Groningen, op zoek naar zichtbare en onzichtbare verhalen in het snel veranderende landschap. Hij begint in Ellerhuizen, waar hij de sporen van een oude familieherinnering volgt.

Het Groninger landschap is in transitie. Sommige veranderingen springen in het oog, zoals de grootschalige hersteloperatie in het aardbevingsgebied, de bouw van windmolens en de aanleg van zonneparken. Andere zijn minder zichtbaar, bijvoorbeeld de verzilting en bodemdaling van landbouwgrond, of de gevolgen van de steeds drogere zomers en nattere winters.

Natuurlijk, verandering is inherent aan landschappen. En zeker in Groningen is enige vaart geboden. Maar bij het aanleggen van nieuwe infrastructuren en energievoorzieningen, en bij grootschalige nieuwbouw, ligt het gevaar op de loer dat we voorbijgaan aan het alledaagse. In het leven van Groningers, maar ook in hun leefomgeving.

Met mijn wandelingen in Groningen wil ik bijdragen aan een alternatieve landschapsvertelling, met oog voor het verleden en een blik op de toekomst. Ik loop en gebruik mijn zintuigen. Ik luister naar het landschap en haar bewoners. Die zintuiglijke ervaring leg ik samen met mijn observaties vast in tekeningen, verhalen en fotoreportages. Mijn route ontstaat onderweg, ik laat me leiden door wat ik vind of waar Groningers me op wijzen.

Terug naar Ellerhuizen

Mijn tocht start in Ellerhuizen, een buurtschap ten zuiden van het dorp Bedum met amper dertig adressen. Op een aantal daarvan hebben mijn voorouders gewoond. Zo ook mijn overgrootmoeder: Hilje Oudman, geboren in 1905 en overleden in 1996. Ze kwam hier als klein meisje al vaak bij haar familie op bezoek, die op nummer 26 woonde. En in de jaren voor haar huwelijk betrok ze met haar ouders en broers de boerderij op Ellerhuizen 28, tegenwoordig bekend als ‘Ellerhoes’.

Hoewel ik mijn overgrootmoeder nooit heb gekend, voel ik een gedeelde liefde voor Groningen. Ze woonde een groot deel van haar leven in Friesland, maar haar Groningse geboortegrond liet ze nooit los. Mijn overgrootmoeders bestaan is voor mij een reden om te zeggen dat ik Groninger ben. Ik ben geboren en getogen in Stad, maar mijn wortels liggen in de provincie.

Boerderij Oudman met slingertuin, ca 1925-1935 // Links staat Hilje Oudman, de overgrootmoeder van Sjoerd // © Historische Vereniging gemeente Bedum

Sinds ik me in het Groninger landschap verdiep, vertelt mijn moeder me over mijn Groningse familie. We komen dan vaak uit bij verhalen over mijn overgrootmoeder. Ze had haar eigen taaltje, met zelfverzonnen woorden die ze Gronings liet klinken door te knauwen en delen in te slikken. Inmiddels volg ik zelf een cursus Gronings. Ik kan me er iets bij voorstellen dat je je eigen woorden verzint, als je ze niet weet.

Naast haar eigen taaltje kwam één landschapsverhaal nadrukkelijk naar boven. Toen mijn overgrootmoeder op late leeftijd naar een verzorgingshuis verhuisde, vertelde ze haar kinderen en kleinkinderen over ‘het zwarte paadje’.

Haar herinnering voerde haar terug naar de boerderijen uit haar jeugd, in Ellerhuizen. Vanaf het erf van de familieboerderij op nummer 26 liep een paadje dwars door de landerijen naar Bedum. Een kerkepad, zoals je ze tegenwoordig nog maar zelden tegenkomt. Vaak zijn ze verdwenen of afgesneden van de openbare weg. 

Ik ben nieuwsgierig naar de geschiedenis en besluit op zoek te gaan naar het zwarte paadje uit het verhaal van mijn overgrootmoeder. Waar liep het en hoe zag het eruit? Waarom noemde mijn overgrootmoeder het eigenlijk een zwart paadje? En kennen de huidige bewoners van Ellerhuizen dit pad?

Hoewel ik nieuwsgierig ben naar dit familieverhaal, is het zwarte paadje van Ellerhuizen vooral de aanleiding om landschappelijke veranderingen beter te leren begrijpen.

Winterse weide met nieuwe nieuwe 380kv-hoogspanningsmasten // Ter Laan, Groningen, december 2023 // Foto: Rubén Dario Kleimeer 

Snijdende kou

Bij de bushalte op het Hoofdstation is het koud en stil. De bus slingert om het UMCG het centrum uit, maakt een pitstop bij Kardinge en tuft langs het Boterdiep de stad uit. Bij de Ellerhuizerbrug druk ik op de rode knop, ik ben de enige die hier uitstapt. De bus sluit zuchtend zijn deuren, trekt op en zoeft de brug over.

Het is iets na twaalven in de middag. Gevoelstemperatuur: -3. Ik steek over en loop de Ellerhuizerweg op. Om de kou te negeren, versnel ik mijn pas. Uit het oosten blaast de wind mijn broekspijpen langs mijn schenen. De kou snijdt al snel door mijn broek heen. 

Als ik besef dat ik de warmte van de bus verloren ben, stop ik en sta ik stil. Ik draai mijn hoofd licht, de wind suist langs mijn oren. Mijn broekspijpen flapperen heen en weer. Ik draai mijn hoofd terug, op zoek naar de stilte, maar ik vind het geluid van neuriënde koeien. 

Een eindje verderop staat een open stal. Het lijkt de enige grootschalige koeienstal in de omgeving. Gebruikt één boer alle weilanden of staan hier ’s zomers koeien van meerdere boeren in de wei? 

Het Boterdiep als lijn, de Ellerhuizerweg als meander – Zintuiglijke kaart Boterdiep-Ellerhuizen, Groningen // Beeld: Sjoerd Willem Bosch

Ik loop door en zoek naar de huisnummers op de huizen. 20, 22. Bij nummer 26 stop ik. Dit is de boerderij waar de voorouders van mijn overgrootmoeder in de 19de eeuw woonden. Nu is het een boerencamping, genaamd De Rode Kapschuur. Bij de camping hoort een Rustpunt, een plek waar voorbijgangers kunnen stoppen voor een kopje koffie. Het uithangbord vertelt me dat het open is.

Ik kijk naar het smalle, voorname voorhuis met daarachter een dubbele Groningse kap. Een hoge, in het verlengde van het voorhuis, en een lagere kap daarnaast. Het metselwerk in het voorhuis is prachtig onderhouden. De details als de gemetselde hanenkammen boven de raamopeningen vallen me op, en maken me nieuwsgierig. 

Ik loop het erf op. Zoals vaak bij Groningse boerderijen leidt de oprijlaan naar de meer praktische ingang, achter op het erf. 

Het zwarte paadje

De gastvrouw van het Rustpunt ziet me lopen en haast zich naar buiten. Ik loop haar tegemoet. Achter haar zie ik de kleinere kap, die op dit moment wordt gerenoveerd. De houten gebintconstructie staat naakt tussen de bakstenen muren.

Ze groet me vriendelijk, stelt zich voor als Ineke en wijst me de koffiekamer op de deel. In de winter staat deze ruimte tot beschikking tot wandelaars en fietsers.

Ineke draait zich om en wijst naar de schuur die links op het erf staat, een meter of tien verder. Een met rode dakpannen belegde open kap die fungeert als opslag voor van alles en als overdekt terras. ‘s Zomers doet de schuur dienst als Rustpunt, maar op dit moment is het er te koud.

Ineke gaat me voor naar de koffiekamer. Ik vertel haar over mijn overgrootmoeder en over het paadje dat volgens haar op deze boerderij uitkwam. De gastvrouw klikt ondertussen een Senseo-apparaat open, frunnikt er een koffiepad in en wacht met haar hand op het apparaat.

Terwijl de koffie drupt, vertel ik dat mijn overgrootmoeder het zwarte paadje haar leven lang koesterde. Ineke glundert en leidt me naar het voorhuis. Mijn nieuwsgierigheid naar het paadje is blijkbaar de sleutel naar de woonvertrekken.

In de woonkeuken, in het voorhuis, overhandigt Ineke me een groot boek, het blijkt de recente publicatie Boerderijenboek Bedum. Het immense boekwerk toont de geschiedenis van de boerderijen in deze omgeving. Adressen, families en verhalen zijn hierin onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ingekleurde landkaarten laten zien hoe de landerijen door ruilverkavelingen bij de huidige eigenaren terechtgekomen zijn.

Familie-initialen uit 1868 (links) en de rode kap als baken in het landschap // Beeld: Sjoerd Willem Bosch

Opvallend is hoe de Ellerhuizerweg al eeuwen stoïcijns door het Reidland slingert. En inderdaad, er wordt gesproken over een paadje bij Ellerhuizen 28: ‘Vanaf deze boerderij liep vroeger een kerkepad naar de Bazuinslaan te Bedum’, lees ik. Deze droge, feitelijke constatering spreekt niet bepaald tot de verbeelding. Mijn overgrootmoeder zou beter hebben geweten.

Opgewekt blader ik het boekwerk door. Bij elke boerderij zijn dit soort verhalen opgetekend. In de paragraaf over Ellerhuizen 28 is een prachtige foto van de slingertuin opgenomen. Ik wijs mijn overgrootmoeder aan en mompel iets als ‘hier kom ‘k vot’.

Ik dank voor de koffie en verlaat het voorhuis via de deel. Het zwarte paadje heb ik hier niet gevonden. Ik sluit de deur en vind mijn handschoenen in mijn jaszak. Voordat ik ze aantrek, maak ik nog een foto van de achtergevel met het fraaie metselwerk. Midden in de gevel zie ik de initialen H.P.H. en H.P.W. Ze zijn van mijn voorouders, de oom en tante van mijn overgrootmoeder die in 1868 deze boerderij opnieuw hebben opgebouwd.

Zompig land

Het zwarte paadje bestaat, dat is zeker. Ik verlaat het erf en loop in oostelijke richting de Ellerhuizerweg op. Vanaf hier is de rode kap achter op het erf pas echt goed te zien. Zou dat een oriëntatiepunt voor mijn overgrootmoeder geweest zijn, als ze vanuit Bedum de familieboerderij naderde?

Even verderop zie ik plots iemand in het weiland staan. Een jonge vrouw met een rol schikdraad onder haar arm banjert mijn kant op. Ik wacht bij het hek en vraag ook haar even later naar het zwarte paadje. Ze schudt haar hoofd, het zegt haar niets.

Het land is niet van haar, vertelt ze, ze komt hier alleen op de koudste dagen van het jaar. Haar ouders hebben een boerenbedrijf, maar de schapen zijn van haar, benadrukt ze. Het zijn de enige dieren die om deze tijd van het jaar nog in de wei staan.

De boer verderop is de eigenaar van dit land, net als van veel andere weilanden hier. Ik dank de boerendochter, ze zwaait en ploegt door het zompige land terug naar haar schapen. Ik stamp de klei van mijn schoenen af en loop de weg weer op. 

Open landschap ten noorden van Ellerhuizen – Zintuiglijke kaart Ellerhuizen-Thesingerweg, Groningen // Beeld: Sjoerd Willem Bosch

Een paar bochten later loop ik het erf op van de boer waarover de boerendochter vertelde. Ik ben niet de enige gast, zie ik. Een postbezorger hangt uit het raam van zijn bestelbus. Natuurlijk brengt hij ook het niet-geschreven nieuws rond. Ik wacht geduldig op mijn beurt en knik groetend als hij de bus in zijn achteruit zet.

Inmiddels staan boer en boerin beiden voor me, ze kijken me vragend aan. Ik stel me voor en vertel over mijn overgrootmoeder, noem haar meisjesnaam en de andere relevante familienamen. De boer knikt en vraagt waar het pad ongeveer zou moeten hebben gelegen. Ik wijs naar de boerendochter die inmiddels bijna bij haar schapen is.

De boer keurt me van top tot teen en grinnikt. Hij nodigt me uit met hem het land op te gaan. Maar zonder laarzen red ik dat niet, dus we wisselen contactgegevens uit en spreken af op een ander moment een poging te doen het zwarte paadje te reconstrueren.

Een (on)bereikbare bodem

In de bodem liggen verhalen verscholen. Maar boven het maaiveld lijken we onze relatie met die bodem verloren te zijn. Het landschap nemen we vaak aan als een vanzelfsprekendheid. En we gebruiken de uitvalswegen zoals ze voor ons zijn aangelegd. Scholieren trappen er op hun elektrische fietsen naar huis en dorpelingen halen met de auto hun boodschappen in het dorp verderop. Voor hen zijn er weinig aanleidingen om het landschap tussen de dorpen in te trekken. Wel ontmoet ik mensen met honden, en recreanten met een rugzak.  

Ik sla linksaf richting Bedum. Na een paar honderd meter zie ik in de berm twee geparkeerde bestelwagens met Slowaakse kentekenplaten. Uit een ervan trekken mannen voorzichtig een oranje kabel. Via deze glasvezelkabels razen hier straks de MB’s door de bodem. De snelheid van mijn voetstappen is er niets bij.

Hoeveel kilometer aan oranje glasvezelkabel is er de afgelopen jaren door de bodem getrokken? Hoeveel kilometer aan zwarte paadjes zou dat kunnen zijn?

Om met de wereld verbonden te kunnen blijven, is die snelle internetverbinding nodig. Maar om met de directe omgeving in verbinding te kunnen staan, stel ik me voor dat bij elke kilometer glasvezel een kilometer aan wandelpad wordt aangelegd. Het liefst onverhard, zo af en toe dwars door de weilanden. Ik denk dat het ontwerpen van die routes mensen dichter bij elkaar kan brengen.

Afgesneden toegangsweg met stenen sporen in de nieuwe slootwal // Beeld: Sjoerd Willem Bosch

Het spoor heeft altijd voorrang

De Ellerhuizerweg kronkelt al eeuwen door het landschap. Die kronkeling heeft iets herkenbaars, ik denk aan het meanderen van waterlopen. En hoewel het geen kerkepad is, loop ik hier prettig, door het landschap tussen Bedum en de N46 richting de Eemshaven.

Langs een jaren-tachtig-uitbreidingswijk van Bedum loop ik richting Ter Laan. Een schelpenpad langs een boerderij leidt me naar een voormalige spoorwegovergang. De oprijlaan naar de boerderij, geflankeerd door een bomenrij, is onderbroken door een eenvoudig hekwerk. Ik kijk langs het spoortracé en herken hetzelfde hek ook bij de volgende overgang.

Het spoor heeft voorrang, altijd, iedere dag – Zintuiglijke kaart, Ter Laan, Groningen // Beeld: Sjoerd Willem Bosch

Na een paar minuten bereik ik het spoorwegviaduct. Hier wordt met man en macht gewerkt aan het spoor tussen Groningen en Delfzijl. Niet om het aan te leggen – het spoor ligt er al sinds 1884 – maar om boerenspoorwegovergangen te vervangen voor onderdoorgangen. Nieuwe rondwegen sluiten hierop aan.

Ingrepen als deze negeren de oriëntatie, en daarmee de langzame ontwikkeling, van het landschap dat we zo vanzelfsprekend vinden. In een traag samenspel is het in de loop der tijd gecultiveerd. Ik denk aan meanderende maren en economische ruilverkavelingen.

Machinaal uitgegraven slootwal. De kleitinten herinneren aan de vroegere, smallere verkaveling // Ter Laan, Groningen, december 2023 // Foto: Rubén Dario Kleimeer

De nieuw aangelegde Oostelijke ontsluitingsweg Bedum heeft aan weerszijden nieuwe, machinaal uitgegraven sloten. Een hoop aarde blokkeert het uitzicht. Onbedoeld zijn de bodemlagen door de scherpe afgraving goed te onderscheiden. De nieuwe sloot toont een doorsnede van de geschiedenis van de akker. Op bijna een meter diep zie ik donkere en lichtere tinten, een markering van de vroegere verkaveling. Nog dieper zie ik meer blauwe en grijze kleitinten, en plekken waar het oude bakstenen drainagesysteem bloot is komen te liggen.

Waar de Ellerhuizerweg al eeuwen onveranderd in het landschap ligt, blijft de treinverbinding tussen Groningen en Delfzijl de omgeving sterk beïnvloeden. Het landschap rondom het 140 jaar oude enkele spoor wordt nog steeds met man en macht omgeploegd.

De Oostelijke ontsluitingsweg Bedum en het spoorviaduct ter hoogte van Ter Laan negeren de schaal en oriëntatie van het landschap // Beeld: Sjoerd Willem Bosch

Romantisch beeld

Door een vaag familieverhaal heb ik vandaag het landschap rondom Bedum beter leren kennen. Het zwarte paadje was voor mijn overgrootmoeder iets alledaags. Een eeuw later is het slechts een herinnering die niet eens bij de Ellerhuizers van nu is blijven hangen. Toch opent die vervaagde herinnering een gesprek over een landschap dat constant verandert.

Langs de Ellerhuizerweg hoor en ruik ik de bedrijvigheid, die vaak het erf niet verlaat. Je vindt hier een boerencamping, een bed and breakfast, een timmerbedrijf, melkveehouders, een Rustpunt en kleinschalige verkooppunten aan de weg. De boerderijen die hier staan, zijn niet allemaal boerenbedrijven meer. 

Het persoonlijke verhaal dat voor mij de aanleiding is om hierheen te gaan, verrast de mensen die ik onderweg spreek. Natuurlijk is het een romantisch idee dat mijn overgrootmoeder hier ooit door het weiland liep. Is het een spannende openingsscene van een plattelandskrimi? Kan zo’n beeld een filmposter van Tarkovsky zijn? Voor mij is het in ieder geval een manier om mezelf te introduceren als Groninger. ‘k Kom hier vot

Binnenkort trek ik regenlaarzen aan en keer ik terug naar Ellerhoez’n. Samen met de boer ga ik zijn akker op. De winterse weide van nu is dan hopelijk voor even weer het zwarte paadje van mijn overgrootmoeder.

Loop je mee?

Sinds 2021 wandelt Sjoerd Willem Bosch geregeld door de provincie Groningen. Soms alleen, vaker met anderen. Hij begint elke tocht waar de vorige eindigde. Alle wandelingen samen vormen een emotioneel netwerk, hiermee wil hij een landschapsverhaal vertellen dat begint bij alledaagse ervaringen en familieverhalen.

Voor zijn wandelingen verzendt Sjoerd een open uitnodiging. Wil je meelopen? Neem dan even contact op via sjoerdwillembosch@gmail.com.