Stedenbouwer

'Ontwerpen verdient een grotere plek in gesprekken over de toekomst'

Tussen Jakarta en Ten Boer: Hannah Liem wil groot denken en dichtbij blijven

Tekst:
Leestijd: .

Hannah Liem (36) studeerde in 2025 met een ambitieus project af aan de Amsterdamse Academie van Bouwkunst. In diezelfde periode begon ze als gebiedsstedenbouwkundige bij de gemeente Groningen. Gewapend met haar visie probeert ze als ontwerper buiten de gebaande paden te treden. ‘Ik zie dat systemen langs elkaar heen bewegen. Op het moment dat je een beeld maakt en een ontwerp voorlegt, vallen ideeën ineens op hun plaats.'

'Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in wonen en waarom mensen doen wat ze doen', begint Hannah Liem. 'Dat ontstond in Lewenborg.' In de natuurrijke Groningse semi-bloemkoolwijk groeide ze op tussen ruwe speelplekken waar ze al haar fantasie kwijt kon. Op haar Jenaplan-basisschool, waar projectonderwijs centraal stond, werd ze omringd door een diverse groep mensen. Ze glimlacht breed wanneer ze eraan terugdenkt. In de natuur en diversiteit van Lewenborg ontstond haar fascinatie voor de wisselwerking tussen mensen met verschillende achtergronden en hun omgeving.

Die interesse groeide verder bij kunstacademie Minerva, waar Liem een lerarenopleiding volgde met een specialisatie in museumeducatie en beeldhouwen. Ze raakte gefascineerd door de invloed die ruimtes op mensen uitoefenen en richtte zich op het wegnemen van barrières. Zo probeerde ze in haar bachelorscriptie een onderwijsprogramma te maken dat de afstand tussen musea en de belevingswereld van jongeren verkleint.

Na Minerva volgde de hbo-opleiding bouwkunde, gericht op architectuur en interieurdesign. Ze droomde ervan zelf een huis te bouwen. Ontwerpen kon ze al, redeneerde ze, misschien wat naïef. 'Ik had alleen geen idee waar ik moest beginnen. Mijn oplossing was een stage bij de gemeente, gericht op vergunningverlening', vertelt ze lachend. 'Daarin zou ik het juridische deel vast leren.'

Bij de gemeente Groningen werkte Liem mee aan stedenbouwkundig-juridisch advies bij allerlei projecten. De stage leidde tot een traineeship. Liem hielp onder meer het Atelier Stadsbouwmeester vorm te geven en maakte ruimtelijke analyses en strategiekaarten voor de wijkvernieuwing en de Omgevingsvisie van 2018. Haar blik verbreedde van gebouw naar buurt naar stad.

Foto's: Nienke Maat voor GRAS

Jeroen de Willigen, destijds stadsbouwmeester, adviseerde haar de opleiding bouwkunde niet af te maken en zich te focussen op stedenbouw. 'Dat vond ik heel lastig. Een opleiding niet afmaken voelde als falen. Uiteindelijk heb ik die stap toch gezet.'

In 2019 begon Liem aan de Academie van Bouwkunst in Amsterdam, terwijl ze drie dagen per week bij de gemeente Groningen bleef werken. Aan de Academie leerde ze abstract denken over de stad – over systemen en structuren – én hoe ze deze abstracte ideeën kon vertalen naar concrete bouwplannen. Ondertussen was ze binnen de gemeente gegroeid van trainee naar junior beleidsmedewerker en vervolgens junior ontwerper.

Wat in Lewenborg begon als nieuwsgierigheid naar hoe mensen wonen en samenleven, groeide uit tot een vakmatige interesse in de invloed van ruimte op mensen. Barrières wegnemen bleef daarin centraal staan.

Van betonnen goot naar levend systeem

De master die Liem aan de Academie van Bouwkunst volgde, rondde ze af met haar afstudeerproject A Course for Jakarta DETOX Culture. Dit bijzondere werk werd genomineerd voor de overkoepelende eindwerkprijs van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten en vormde de basis voor haar ruimtelijk statement dat een eervolle vermelding ontving bij de Prix de Rome. Het project biedt een alternatieve visie op stedelijke ontwikkeling, waarin Liem het aanpakken van ecologische problemen koppelt aan sociale verandering in Jakarta.

'Mensen in achterstandswijken worden vaak weg-ontworpen. Terwijl ze juist in de gaten springen die de overheid achterlaat.' // Foto: Hannah Liem

In de megastad aan de noordwestkust van Java is nogal wat aan de hand. Jakarta kampt niet alleen met vervuiling en grote sociale ongelijkheid, maar is ook één van de meest klimaatkwetsbare steden ter wereld. Er is een enorme druk op waterbronnen en de stad zinkt door bodemdaling en extreme regenval zo’n zeven centimeter per jaar.

De Indonesische overheid probeert deze problemen aan te pakken door ‘normalisering’: rivieren worden verbreed en ingekaderd met betonblokken, om water sneller af te voeren en overstromingen te voorkomen. Maar deze betonnen goot levert nieuwe problemen op: ecosystemen in rivieren gaan verloren, water infiltreert niet meer in de bodem, waardoor deze daalt. Gemeenschappen die langs de rivieren wonen, en veel problemen oplossen die de overheid laat liggen, worden verdrongen.

Liems vader is geboren op Java, daarnaast woont veel van haar familie in de nabijgelegen stad Bandung. Daardoor is ze bovengemiddeld geïnteresseerd in Jakarta. In de overheidsaanpak daar herkent ze een patroon van technocratische kijkwijzen waarin brede en maatschappelijke oplossingen missen.

De maquette die Liem maakte voor haar afstudeeronderzoek

Detail: de nieuwe infrastructuur met bloemrijke bassins wordt in het zicht geplaatst, op routes van de oude wijk naar de nieuwe openbare ruimte

In haar onderzoek stelt ze een alternatieve waterstructuur van de Ciliwung-rivier voor, met de rivierwijk Kampung Melayu als casus. Het ontwerp is een bypass in de rivier die meestal dicht blijft, maar geopend kan worden bij overstromingsgevaar, om water snel af te voeren. Hierdoor kan de natuurlijke loop van de Ciliwung met rust gelaten worden en ontstaan stroomafwaarts geen problemen.

Tijdens reguliere regenval wordt water hier gezuiverd, zodat de buurt het kan gebruiken. Dit gebeurt door een systeem van filterende planten, technische filtering en pompsystemen. Ook wordt regenwater en grijs water van huishoudens opgeslagen en gereinigd.

'In het mondiale Noorden denken we dat we het beter hebben, beter doen en beter weten. Maar in Lewenborg speelden kinderen ooit op dezelfde manier buiten als in Jakarta'

Rondom de bypass introduceert ze bufferzones: parken die bij hevige regenval tijdelijk onder water mogen lopen. In droge periodes zijn diezelfde plekken een speelveld voor kinderen, en een ontmoetingsplek en marktplaats voor buurtbewoners.

Om ruimte te maken voor deze ingrepen, zonder bewoners te verdringen, kiest Liem voor verdichting. In plaats van de laagbouw te slopen en bewoners te verplaatsen – wat bij rivierverbredingen vaak gebeurt – stelt ze gestapelde woonvormen voor waarin meerdere gezinnen samenleven. Dat creëert ruimte voor water en groen, terwijl de sociale structuren van de wijk blijven bestaan.

Het sociale aspect is belangrijk in haar ontwerp. 'Mensen in achterstandswijken worden vaak weg-ontworpen. Terwijl ze juist in de gaten springen die de overheid achterlaat.' In Jakarta verzamelen en sorteren kampungbewoners rivierafval, waarvoor ze een kleine vergoeding krijgen. In plaats van deze informele economie weg te nemen, verweeft Liem haar in het watersysteem. Door met werkplaatsen, opslag- en verwerkingsplekken ruimte te bieden aan circulair ondernemerschap, kunnen bewoners niet alleen afval opruimen, maar het ook verwerken en er waarde aan toevoegen. Zo wordt milieuzorg een lokale economische motor en wordt de gemeenschap onderdeel van de oplossing.

Door ruimte te bieden aan circulair ondernemerschap wordt milieuzorg een lokale economische motor en wordt de gemeenschap onderdeel van de oplossing // Beeld: Hannah Liem

De alternatieve waterstructuur die Liem bedacht, grijpt bovendien in op een van de grootste oorzaken van Jakarta’s bodemdaling: het oppompen van grondwater. Dat gebeurt deels door de industrie, maar vooral door huishoudens. Wanneer water in en rond de rivier wordt opgeslagen en gezuiverd, is dat niet langer nodig. Regenwater kan dan lokaal hergebruikt worden. 'In combinatie met een verbod op grondwaterwinning door de industrie zou dit het zinken van Jakarta flink afremmen en misschien zelfs helemaal stoppen', zegt Liem. 'Het voormalige hoofd van de opleiding Stedenbouw aan de Academie van Bouwkunst, Markus Appenzeller, vertelde me dat ik mezelf moest uitdagen en zo groot en breed mogelijk moest kijken. Dat heb ik met dit project gedaan.'

Na maanden vooronderzoek in Nederland vertrok Liem met haar vader voor een maand naar Indonesië. Ze observeerde het leven in Jakarta en reisde vervolgens verder over Java en naar Sulawesi, om de Indonesische cultuur beter te begrijpen. Ze ontmoette onderzoekers en buurtbewoners en zag de cultuur van haar vader voor het eerst tot leven komen.

'Het is daardoor een heel persoonlijk project geworden. Ik koester de reis die ik maakte, mijn familie die ik voor het eerst ontmoette en de aannames die ik doorbrak. In het mondiale Noorden denken we altijd dat we het beter doen, beter hebben en beter weten. Maar in Lewenborg speelden de kinderen ooit op dezelfde manier buiten als in Jakarta. Natuurlijk is het leven hier anders, maar we moeten af van het idee dat het beter is.'

Drie wandkleden die Liem maakte voor haar afstudeeronderzoek. Ze verbeeldt hier drie ruimtelijke strategieën die Jakarta op een rechtvaardige manier zullen helpen in de strijd tegen milieuverontreiniging, bodemdaling en de effecten van klimaatverandering

Liem hoopt haar project voor te kunnen leggen aan de Indonesische overheid, en uiteindelijk op meer plekken in de wereld. Met de contacten die ze heeft opgedaan lijkt dat geen onrealistisch plan. 'Ik voel de urgentie om dit project verder te brengen. Het lost grote problemen en kosten op. De grootste uitdaging zit in de omvang en verwoording: hoe presenteer je het klein genoeg om het aantrekkelijk te maken en mensen niet te overbelasten?'

Gemeenschappen versterken

Nog tijdens haar afstuderen kreeg Liem haar droombaan als gebiedsstedenbouwkundige in Ten Boer. Daar is ze namens de gemeente Groningen verantwoordelijk voor de ruimtelijke kwaliteit, samenhang, ontwikkeling en continuïteit van het gebied.

'Het is een leuke uitdaging om daar balans in te vinden. Ik wilde gebiedsstedenbouwkundige worden omdat ik zo – net als in het plan voor Jakarta – een systemische aanpak kan combineren met de samenwerking met inwoners. Op deze manier wil ik meer vanuit de kracht van het gebied werken. Binnen de gemeente Groningen is het een zeldzame plek waar agrarisch ondernemersschap en bijzondere sociaalmaatschappelijke pioniers veel meer ruimte zouden moeten krijgen om samen te werken aan de oplossingen van morgen.'

Het gebied rond Ten Boer kampt met verzilting, verdroging en het verlies van biodiversiteit, maar ook met het wegvallen van voorzieningen en het vertrekken van jonge mensen uit dorpen. 'Het is een cultuurhistorisch landschap met veel kwaliteiten, echt een prachtig gebied. Ik wil dat gemeenschappen daar blijven bestaan, en ik wil ze helpen versterken.'

Daarnaast is het een productief landschap waar boeren al eeuwen gebruik van maken. Zij vormden de basis van de bestaansgeschiedenis van Groningen. 'Op de Grote Markt stonden vroeger boerderijen. Boeren horen bij ons als Groningers. Ik wil me ervoor inzetten dat dat blijft bestaan.'

Foto: Nienke Maat voor GRAS

In Ten Boer heeft Liem ver uiteenlopende taken. Ze houdt zich bezig met het Toekomstprogramma Ten Boer, een integraal plan richting 2050. Daarvoor zijn net de leidende principes op papier gezet die richting geven aan ontwikkelingen in het gebied. Op dit moment worden deze afgestemd met inwoners en de Omgevingsvisie.

Binnen het gemeenteprogramma Versterken en Vernieuwen werkt Liem aan de versterkingsopgave. Daarnaast maakt ze plannen voor fietsveiligheid en woningbouwprojecten. Ook de natuur speelt een rol in haar werk: Liem onderzoekt hoe biodiversiteit kan worden toegevoegd op een manier die past bij de identiteit van het landschap.

Zo nu en dan fietst of rijdt Liem samen met collega’s door het gebied. Ter plekke reflecteren ze dan op voorstellen en scherpen ze deze aan, zodat een ingreep zo goed mogelijk in de omgeving past. Dat veldwerk is voor haar een van de leukste aspecten. 'Bekijk je het gebied op ooghoogte, in plaats van op een kaart, dan zie je veel meer details en mogelijkheden. Zo komen we er vaak achter dat veel meer kan dan we vooraf dachten.' Voor Liem is het een bijzonder moment wanneer plannen na lange tijd denken en bijschaven echt uitgevoerd worden.

'Ik denk dat ik altijd in Groningen én ergens anders wil werken'

Ook van de diversiteit aan opgaven en de samenwerking met bewoners die hart hebben voor de omgeving, wordt ze enthousiast. Ze is blij dat ze juist nu is aangenomen in Ten Boer. In het gebied is voor ruimtelijke kwaliteit niet altijd even veel aandacht geweest: de snelheid van ontwikkelingen lag lange tijd voorop. Sinds een paar jaar verschuift de prioriteit naar leefkwaliteit.

Samenwerken met andere ontwerpers is voor Liem belangrijk. Ze is onderdeel van een gebiedsontwerpteam dat verschillende projecten aanpakt. Voor zichzelf ziet ze een taak weggelegd in het enthousiasmeren en inspireren van ontwerpers, om samen tot oplossingen te komen. Buiten de grenzen van vaste taken of vakgebieden denken, en breed en systemisch kijken, biedt daarbij mogelijkheden.

Foto: Nienke Maat voor GRAS

De brede betekenis van ontwerp

Alles wat niet bijdraagt aan een fijne ervaring van onze omgeving, zouden we ter discussie moeten durven stellen, vindt Hannah Liem. Dat kan met ontwerp. 'Ik zie dat systemen langs elkaar heen bewegen. Op het moment dat je een beeld maakt en een ontwerp voorlegt, vallen ideeën ineens op hun plaats. Ontwerpen verdient een grotere plek in gesprekken over de toekomst en het vormen van ambities. Niet omdat ieder ontwerp uitgevoerd moet worden, maar omdat het een aantrekkelijke of juist dystopische toekomst kan laten zien. Het moet een reactie uitlokken. Ik zou het mooi vinden als ik als gebiedsstedenbouwer kan bijdragen aan een ander besef van wat ontwerp kan zijn.'

Je moet ruimte nemen om grootse plannen te bedenken, zonder direct naar inperkingen als haalbaarheid te kijken, is Liems overtuiging: 'Veel begrenzingen zijn immers regels die we zelf hebben bedacht. De taken en kijkwijdte van een vakgebied zijn daar een voorbeeld van. Daar kunnen we vaak creatief mee omgaan.'

Inmiddels is Liem weer regelmatig in Amsterdam te vinden. In een reeks over bioregional strategies leert ze als docent een nieuwe lichting Academiestudenten over visualisatietechnieken voor korte ketens, planologie en ontwerp binnen de capaciteit van een regio. Ondertussen blijft ze in Ten Boer werken. 'Ik denk dat ik altijd in Groningen én ergens anders wil werken. Dat is ook hoe je maatschappelijk relevant blijft in dit vak. Het ontwikkelt zich constant, dus je kunt dit werk niet geïsoleerd doen.'

Haar plan voor Jakarta wil Liem de komende tijd op verschillende plekken presenteren. Ze vindt het belangrijk om haar systemische aanpak en brede ideeën ook buiten het mondiale Noorden in te zetten. 'De systemische aanpak die ik daarvoor gebruik, neem ik vervolgens weer mee in mijn werk in Ten Boer.' 

Via een slingerweg is Liem gekomen waar ze nu is. 'Niemand gedijt in rechte lijnen. Oscar Wilde zei dat mooi: als je precies weet wie je wilt zijn in het leven, ben je gedoemd dat te worden, maar als je het nooit weet, kun je alles zijn.'

Op de vraag wat ze in de toekomst nog zou willen zijn, antwoordt ze direct: 'Rijksbouwmeester. Het lijkt me heel gaaf om een positie te hebben waarbij je mensen op zo’n grote schaal mag inspireren. Ik zou stedenbouw graag meer strategisch ten dienste stellen van regeneratie, in de breedste zin van het woord.'