Stadsgebed

Onthul het groene stadshart

Verborgen binnenstad

Tekst:
Beeld:
Leestijd: .

De Groninger binnenstad zit vol met mooie, groene ruimte. Meestal kun je er alleen niet in. Kan dat niet anders? Floor Demmendaal en Peter de Kan gingen op pad om het met eigen ogen te bekijken.

Parel

Ach, wat is het toch fijn om op urban exploring te gaan in Groningen! Er zijn tientallen hofjes en binnentuinen in de stad – ontdekt, nog niet ontdekt of herontdekt, met speeltuin of zonder. Daar doorheen mogen struinen is een waar genoegen.

Bij mijn laatste struinsessie loop ik de open ruimte naast de oude jeugdsjoel aan de Folkingedwarsstraat binnen. Als ik door mijn wimpers kijk, is het een parel, midden in de stad, in de oude Joodse buurt. Een stukje stad dat de potentie heeft een gloednieuw Folkingeplein te zijn.

Het interessante aan de binnenruimte, die nu vooral als parkeerterrein fungeert, is dat ze tussen drie culturele punten in ligt. De oude jeugdsjoel, De Holm en de achterkant van Le Souk en El Maïda wijzen allemaal naar het terrein vlak achter de drukbezochte Folkingestraat, die sinds de bouw van het Groninger Museum in 1994 het station in een strakke streep met de binnenstad verbindt.

De Holm, een voormalig buurthuis, verhuurt zalen. Momenteel zit er ook een tattooshop. Bij Le Souk en El Maïda, die als ik me niet vergis van de zelfde eigenaar zijn, komen hippe lui hun lunch halen. Aan de voormalige jeugdsynagoge en zijn waarde voor Groningen besteedde GRAS recent al aandacht, het pand is sindsdien gekraakt. De geschiedenis worstelt hier nog volop voor een houdbare uitgang.

Je kunt ook bij de binnenplaats komen via de steeg waar Peter de Kan in 1997 het woord ‘(weggehaald)’ uit de muur liet frezen, als onderdeel van het kunstproject Verbeeld verleden. Vijf kunstenaars brachten daarbij het Joodse verleden van de Folkingestraat en haar bewoners in beeld.

Hoewel in de Folkingestraat de deportatie van de Joodse gemeenschap, mede door het project uit 1997 en de later toegevoegde gouden struikelstenen, al deels is gekanaliseerd, is het parkeerterrein dat aan de Folkingedwarsstraat grenst een achtergebleven gebied. Ik besluit het in kaart te brengen, en ga op pad met Peter de Kan.

Paradijs

Als ik over een hek aan de rand van het parkeerterrein spiek, word ik verblind door een punt groen die contrasteert met de grijze tegels onder mijn voeten.
‘Een belofte’, zegt Peter.

Ik ben het met hem eens. Dit is wat we nodig hebben als mens in een stad. De groene oase is een belofte van waar we zouden kunnen zijn als we die hekken weg zouden halen en ruimte zouden maken voor de verspreiding van groene tussenruimtes.

Ook Groningen verdient zijn paradijzen. Over het algemeen respecteert het collectief openbare groene ruimtes, zolang ze goed zijn vormgegeven. In Groningen is het Akerkhof hier een voorbeeld van, en anders wel de pas vernieuwde Grote Markt. Mensen nemen er braaf plaats op de metalen stoeltjes en de randen van moderne fonteinen, tussen de bloemen en bomen, alsof ze zich in een park in Parijs bevinden.

Maar er is een verschil tussen deze twee voorbeelden en de tussenruimtes waar ik op doel. Op de Grote Markt valt geen dekking te zoeken tussen de dunne bomen als er een flinke bries opsteekt.

Juist het verscholen karakter van een verborgen tuin of tussenruimte is waarmee deze plekken zich onderscheiden van een openbaar park. Tussenruimtes geven een geborgen gevoel. Het zijn haast heilige plekken. Ommuurd en in het groen komt een schichtig, dierachtig deel van ons tot rust.

Ik moet denken aan de Begijnhoven in Gent, waar ik naartoe ging om tot rust te komen, midden in het tumult van een stad die nooit stopt. Nou is een parkeerterrein achter een restaurant niet bepaald te vergelijken met een middeleeuws hof, maar een mens mag dromen.

Peter confronteert me tijdens onze wandeling met mijn romantische blik. Ik vraag hem bijvoorbeeld net dat ene gebouw weg te laten uit zijn foto, of anders die auto. Hij wijst me op de realiteit en zegt dat hij in zijn werk liggende foto’s prefereert, zoals we onze wereld doorgaans ervaren. Een verticale foto is al snel bedoeld om nadruk te leggen op een bepaald element, en daarmee verheerlijk je eigenlijk de plek die je fotografeert.

Ik zie en begrijp dat dit gebied momenteel deels in gebruik is, maar dat weerhoudt me er niet van om een lonkend toekomstperspectief te schrijven. Een toekomst moet verbeeld worden voor ze kan wortelen in de realiteit.

Verborgen groen

Ik neem Peter mee naar een verborgen tuin (zeg maar gerust park) een straat verder, om hem te laten zien hoe een veilige en groene tussenruimte zou kunnen zijn. De tuin is momenteel eigendom van Humanitas en grenst aan cultureel studentencentrum Usva en het door doven gerunde café Luhu. De tuin is verborgen voor voetgangers: je vindt hem alleen als je ervan af weet, of door op Google Maps te speuren naar groene vlekjes.

Vroeger maakte de tuin deel uit van de kloostertuinen aan de Munnekeholm. Hier werd op een gegeven moment het refugium voor de monniken van het klooster in Aduard gebouwd, een toevluchtsoord tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Een deel daarvan is bewaard gebleven in het Aduardergasthuis, dat tegenover Usva ligt.

Dit enorme gebied tussen de Munnekeholm en de Schoolholm ligt achter dubbele hekken, en is daarom bijna onbereikbaar voor onbevoegden. Ik ontdekte de tuin zelf toen ik als servicemedewerker bij Usva werkte. Er werd af een toe een barbecue voor het bestuur georganiseerd, in overleg met de eigenaren van de tuin.

Peter weet niet wat hij meemaakt, als we via Usva de tuin binnen lopen. Als er iemand is die de Groninger binnenstad kent, is hij het wel, en toch is dit de eerste keer dat hij voet zet op dit terrein. Hij merkt op dat de parken van Groningen veel te druk zijn momenteel, en dat gebieden als deze die druk zouden kunnen verlichten.

Ik ben het met hem eens. Het gebied zou ook nog eens een ontzettend mooie meanderende sluiproute zijn. Momenteel is het bijna alleen mogelijk om je ‘verticaal’, van noord naar zuid en andersom, door het gebied tussen enerzijds het Gedempte Zuiderdiep en anderzijds het Akerkhof en de Vismarkt te bewegen. Hekken maken horizontale beweging onmogelijk.

De reden voor die hekken? Vermoedelijk is de vrees dat zo’n gebied, als je het openstelt, binnen de kortste keren vernield wordt. Zo worden ook de Begijnhoven in Gent ‘s nachts gesloten om ongewenste bezoekers en overlast tegen te gaan.

De gefotografeerde steeg hieronder is direct verbonden met de achtertuin van Luhu. Bezoekers van het café hebben geen toegang tot de tuin. Zou het geen goed idee zijn om eerst alleen Luhu toegang te geven tot de tuin, zodat nieuwsgierige bezoekers via hen de ruimte kunnen ervaren? Op die manier blijft het rustige karakter van de plek overeind.

Klauteraars

Het dreigt te gaan regenen. We bewegen ons verder door de stad, ik voorop in galop en Peter iets vertraagd door zijn statief. Vanaf de Schoolholm slaan we de Folkingedwarsstraat in. Ik heb grootse ideeën, besef ik, voor een werkstudent die nog niet eens haar bachelor binnen heeft. En ik ben dankbaar dat Peter me helpt die in beeld te brengen.

Omdat ik op dreef ben, een paar brutale voorstellen. Laten we een jeugdatelier maken van de oude jeugdsjoel. Een plek waar jongeren samen kunnen maken. Een laagdrempelige openbare plek, in het verlengde van en in dezelfde sfeer als het mogelijke Folkingeplein. Een plek waar de geschiedenis gerespecteerd wordt en de ruimte krijgt om in een modern narratief geplaatst te worden.

Waar hekken staan, zie ik mogelijkheden, waar grijs is, zie ik toekomstige vergroening. Hekken, wat moet je ermee? Haal weg die zooi, het houdt klauteraars toch niet tegen.

In mijn enthousiasme breek ik de tegels onder mijn schoenen en laat ik een spoor van groen achter. Wat zou ik graag zien dat de mensenstroom die zich dagelijks een weg door de Folkingestraat wurmt de mogelijkheid heeft om andere wegen te begaan.

En dan denk ik weer aan Peters (weggehaald). Hij vertelt dat een vrouw die destijds bij Kunstpunt (toen nog CBK) werkte spontaan begon te huilen bij de onthulling van het werk. Het hakte erin.

Peter voegde destijds niet iets toe, maar hij haalde iets weg. Om de leegte weer te geven die heerste in dezelfde straten die we nu winkelend bewandelen. Hier bestaan een verbeeld verleden en een verbeelde toekomst naast elkaar.

Groninger walhalla

Zullen we die hekken weghalen?

Zullen we ons centrum vergroenen?

Zullen we ademruimte creëren voor cultuurgezinde jongeren?

Ik geloof met heel mijn hart in veilige, groene tussenruimtes. De Akerk torent als een baken (weer een mooi woord van Peter) boven de ommuurde pleinen uit. Met geloof, respect en een beetje gezond verstand komen we er samen wel. Er is werk aan de winkel als we onze stad weer willen doen stromen richting het kloppende groene hart dat Groningen in potentie heeft.

Tot slot een muurtje dat toch echt besproken dient te worden: de wand die het terras van El Maïda scheidt van het terrein erachter. Breek het hier alsjeblieft open. Geef mensen de kans om te genieten van heerlijk eten in een groene tussenruimte. Dat zal ongetwijfeld ook De Holm en de oude jeugdsjoel erbij betrekken. Samen kunnen ze de nieuwe, groene verblijfruimte vullen met kunst en cultuur.