Dorpen met karakter

Nieuwe grenzen // Thesinge redt zich wel

Tekst:
Beeld:
Leestijd: .

De gemeente Groningen werd begin dit jaar meer dan twee keer zo groot. Fotograaf Janna Bathoorn en schrijver Chris Zwart gaan op verkenning in het gebied dat we er ten noordoosten van de stad bij kregen. Hoe is het om daar te wonen? En waar zit de kwaliteit? Vandaag deel 3 van de serie Nieuwe grenzen: Thesinge.

Het is woensdagmiddag, en het is rustig in Thesinge. Het geluid van fluitende vogels wordt zo nu en dan verstoord door een haan met geldingsdrang. Uit een tuin klinkt het snerpende geluid van een schuurmachine. Een kat ligt ongegeneerd te soezen op straat.

Op het plein voor basisschool De Til, die ondanks de jaarlijks terugkerende dreiging van sluiting nog altijd open is, spelen kinderen. Thesinge moet een mooie plek zijn om op te groeien. Net groot genoeg om op avontuur te gaan, maar toch compact. Vlak bij de stad, maar wel midden tussen de weilanden.

We lopen door de Bakkerstraat, waar woningen uit de jaren tachtig staan. Piepjong vergeleken met de rest van het dorp, ze vallen een beetje uit de toon. Thesinge werd gebouwd rondom een enorm twaalfde-eeuws kloostercomplex. Daarvan staat nu alleen het koor van de kloosterkerk nog overeind, op zichzelf al imposant. Samen met de molen is het de grootste toeristische trekpleister van het dorp.

Vanuit de oorspronkelijke kern breidde Thesinge zich vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw in noordoostelijke en zuidwestelijke richting uit, als een windmolen met twee wieken. In de oude kern staan kleine huizen in smalle straatjes dicht op elkaar.

Dorp vol therapeuten en zzp'ers

Voor hun witgepleisterde woning aan de Kapelstraat komen we Jo Schoppert en zijn vrouw Trieneke tegen. Jo's accent verraadt dat hij hier niet vandaan komt. Hij woont inmiddels dik veertig jaar in Thesinge, maar groeide op in het Overijsselse Holten.

'Daar is het eigenlijk mooier dan hier', zegt Trieneke. Ze kijkt haar man aan. 'Maar je mist Holten niet meer.'
Jo haalt zijn schouders op: 'Hier bakken ze ook brood en hebben ze ook een flesje bier.'

Er komt een grote pick-up aanrijden met een nog grotere aanhanger erachter. Reinder van der Veen stapt uit, een onmiskenbare en bij vlagen onverstaanbare Groninger. Hij moet later vanmiddag iets ophalen in Overijssel. 'Woar doe weg komst', zegt hij tegen Jo. 'Wilst ook eem met?'
'Oh, dat kan wel eem ja', antwoordt Jo.

Vroeger zat Thesinge vol bedrijvigheid. Een supermarkt, een fietsenmaker, noem maar op. Trieneke, die aan de overkant van de straat de was ophangt, wijst naar een huis een meter of vijftig verderop: 'Dat was een slager en een petrolieboer. Rare combinatie hè?'

Tegenwoordig zitten er geen winkels of bedrijven meer in het dorp. 'Maar wel een hoop zelfstandigen', zegt Jo. Wel twintig of dertig, denkt hij. 'Allerlei zzp'ers. Therapeuten en noem maar op.' Ook in Thesinge staat de tijd niet stil.

Terwijl we staan te praten wordt elke voorbijganger gegroet. En als er nieuwe bewoners komen, ontgaat dat niemand. Sociale Controle schrijven ze hier met hoofdletters. Trieneke doet met haar hand een klapperend snaveltje na: 'Mijn dochter zegt altijd dat ze zo kwekken hier.'

Echte Thesingers

Dat praten voor Thesingers inderdaad geen opgave is, wordt even later bevestigd. We lopen met Jo en Reinder café Molenzicht binnen, waar we afgesproken hebben met dorpsgenoten Jacob van Zanten en Meranda Spanjer. Ook Dora Westra, al 36 jaar eigenaar van de kroeg, komt aan de ronde houten tafel zitten.

Aan het interieur van het café is de laatste 36 jaar niets veranderd. Nadat Dora het overnam was het een tijd lang een bruisende kroeg die vrijwel elke dag open was en waar mensen tot diep in de nacht doorzakten. Tegenwoordig is het alleen nog op donderdagavond open, voor de biljartclub, en op zaterdag vanaf het eind van de middag. 'Het mag best wat meer', vindt Dora.

'Als er een keer een harde knal klinkt, bellen sommige mensen direct de politie. Een echte Thesinger zou dat nooit doen'

Meranda is van het groepje de jongste, maar ook de meest nieuwe inwoner van Thesinge. Als stadsbewoner moest ze tien jaar geleden wel even wennen aan de rust, maar inmiddels kent ze de voordelen van het wonen in een dorp. 'Als er wat is, kun je van iedereen op aan. En het is hier klein en overzichtelijk. Je kunt je kinderen rustig alleen laten spelen.'

Jacob is een geboren en getogen Thesinger. Hij werkt als uitvoerder bij een groenvoorzieningsbedrijf. Mensen zoals Meranda noemt hij import. Het blijkt een algemeen gebruikte term voor uitheemse dorpelingen. Binnen die import-Thesingers constateert Jacob een tweedeling: 'Er zijn veel mensen die hier wonen, maar zich verder nergens mee bemoeien. Maar er is ook een groep die zich mengt met de plaatselijke bevolking, die dat mooi vindt.'

Mensen die afkomstig zijn uit de stad hebben minder gevoel voor hoe dingen in een dorp werken, stelt Jacob: 'Als er een keer een harde knal klinkt, bellen ze direct de politie.' Meranda begint te lachen. Jacob gaat quasi-verontwaardigd rechtop zitten: 'Dat gebeurt! Een echte Thesinger zou dat nooit doen, die zou gewoon even vragen of het wat zachter kan.'

Meranda beseft heel goed dat de term echte Thesinger op haar niet van toepassing is: 'Eerlijk gezegd ben ik nog steeds niet helemaal ingeburgerd hier. Ik hou me niet zo bezig met het gemeenschapsleven. Maar ik voel me wel onderdeel van de gemeenschap. De mensen zijn heel aardig en je wordt gelijk opgenomen in het dorp.' Ze lacht. 'Ik kan nu natuurlijk moeilijk anders zeggen.'

Meranda kwam niet in Thesinge wonen omdat ze op zoek was naar het idyllische dorpsleven, maar vooral uit praktische overwegingen. 'Ik laat mijn kinderen hier opgroeien en zeg iedereen goeiedag. Maar echt verbinding... Soms vergeet ik ook hoe mensen heten.' Ze kijkt de kring rond. 'Jullie kennen hier bijna iedereen, denk ik.'

Reinder schudt zijn hoofd. Niet iedereen. Hij ziet het aandeel import-Thesingers groeien, en schat de verhouding inmiddels op fifty-fifty. 'Er zijn huizen waarvan ik niet weet wie daar wonen. Sommige mensen zie je nooit, ik begrijp niet wat die hier doen. Ik vraag me af of ze zich hier wel thuis voelen.'

Kloot'n

Meranda woont met haar drie kinderen in een rijtjeswoning uit 1965, die wat uit de context lijkt op deze plek. In een oud dorp, recht tegenover de molen en met uitzicht op de weilanden. 'In de zomer is het hier mooi', zegt ze. 'Dan komen er toeristen naar de molen, de visboer rijdt door het dorp, er fietsen veel mensen langs. Maar in de winter… Dat is wel een dingetje. Als het grauw en grijs is, is het hier toch wat minder prettig. '

Meranda's kinderen zijn inmiddels op een leeftijd dat ze meer naar de stad trekken. Dat is niks nieuws, vertelt Jacob: 'Toen mijn drie pleegkinderen hier opgroeiden was er ook al geen kloot'n te doen ja, zoals wij dat dan zeggen. Wij gingen zelf vroeger naar de discotheek in het dorpshuis. Daar was het soms zo druk dat het afgelast moest worden. Maar we hadden wel altijd vertier.'

'In de zomer is het hier mooi. Maar in de winter… Dat is wel een dingetje'

De Thesinger tiener van nu kan zich bij dat soort verhalen waarschijnlijk weinig voorstellen, en zoekt het vermaak vooral in de stad. Dora: 'Je zou willen zeggen: hierheen, hier is het te doen! Maar nee, ze willen allemaal naar Groningen.'

Meranda weet dat er pogingen gedaan worden om de plaatselijke jeugd een nieuwe blik te geven: 'Vanuit de gemeente komt Kim hier, een hele goede jongerenwerker. Ze probeert verschillende evenementen te verdelen tussen de stad en het dorp, en jongeren zo weer een beetje naar het dorp toe trekken. Maar dat gaat natuurlijk niet van vandaag op morgen.'

De kinderen van Jacob, inmiddels volwassen en verhuisd, willen allemaal graag terug naar Thesinge. Maar terugkeren, of überhaupt in Thesinge gaan wonen, is niet voor iedereen weggelegd. Jacob: 'Dat is gewoon kloot'n, de huizen zijn hartstikke duur hier, omdat je zo dicht bij de stad zit.'

Mini-museum

Jacobs huis bevindt zich nog geen honderd meter van het café, we lopen erheen. Eerder woonde hij aan de rand van het dorp. Hij had er een mooie grote tuin, maar te weinig aanloop. 'Kijk, hier zit ik altijd', zegt hij terwijl hij naar een bankje in zijn voortuin wijst. 'Dan zie ik alles.'

Jacob laat ons zijn hobbyruimte zien, een aan zijn huis vastgebouwd kamertje van een paar vierkante meter met een bedstee, twee stoelen en een klein voorraadje drank. Aan de muur hangen talloze Christus- en Maria-afbeeldingen. Schilderijen, prenten, beeldjes. Ze zijn duidelijk door dezelfde persoon verzameld, en de ruimte heeft veel weg van een klein museum. Maar veel andere mensen dan Jacob zelf komen hier niet.

Hij haalt een kromme dolk, een kris, tevoorschijn. 'Dan offerden ze een geit, die drukten ze tegen zich aan en dan sneden ze hem hiermee zo de keel door. Dat soort dingen allemaal.' Jacob sluit de deur van het mini-museum. 'Ik heb een drukke baan, vlieg van hot naar her en sta altijd op tijd. Hier kom ik tot rust.'

Thesinge doet het zelf

Is er iets veranderd nu Thesinge bij de gemeente Groningen hoort? We leggen het de mensen in het café voor. Reinder grijnst: 'We moeten nog even kennismaken. Maar het is wel praktischer. Als bij de gemeente Ten Boer iemand een vrije dag had, stond alles stil. Nu krijg je meteen antwoord.'

Eigenlijk maakt het de Thesingers niet uit bij welke gemeente ze horen. Het is een zelfstandig dorp, dat graag zijn eigen broek omhoog houdt. Dora: 'Ons motto is: wij zijn Thesinge, wij doen het zelf.'

Is die zelfstandigheid wat Thesinge onderscheidt van andere dorpen in de gemeente? Is het dorp anders dan pakweg Winneweer of Garmerwolde?

Jo schudt zijn hoofd: 'Ik denk niet dat Thesinge uniek is.'
'Tussen Thesinge en Garmerwolde zit wel verschil', zegt Dora stellig.
Reinder valt haar bij: 'Dag en nacht verschil!'
'Écht?', roept Meranda verbaasd. De twee dorpen liggen op een stevige steenworp afstand van elkaar. Waar zit dat verschil dan in?
Dora: 'Als er hier iets georganiseerd wordt, is Thesinge één. Dat is in Garmerwolde echt niet zo, daar is dat veel moeilijker.'
Jacob: 'In Garmerwolde is meer import, veel meer dan de helft. En die ontwikkeling vond ook veel eerder plaats dan hier. Het is een totaal ander dorp.'

Opnieuw komt de classificatie van origineel en niet-origineel naar voren. Het gevoel van ‘wij versus zij’ is hier sterker dan je als buitenstaander misschien zou verwachten.

Hoewel er vroeger genoeg dingen beter waren, zijn de Thesingers blij met hun dorp. Ook Reinder vermaakt zich hier prima. Hij is al 45 jaar lid van de plaatselijke begrafenisvereniging. Dat klinkt niet als een dolle boel, maar schijn bedriegt: 'De vergadering daar is om negen uur afgelopen, maar we gaan niet voor twaalf uur weg. Een pan gehaktballen op het vuur, hartstikke mooi.'
'We noemen het ook wel de gehaktballenclub', zegt Dora.

Als we even later het café verlaten, stoot Meranda Dora aan. 'Ik kom toch maar een keer biljarten met mijn zoon.' Ze blijkt in de tien jaar dat ze in Thesinge woont nog nooit in het café geweest te zijn, dat zich maar een paar honderd meter van haar huis bevindt. Maar ach, Thesingers laten elkaar rustig hun eigen leven leiden. Als de nood aan de man is, weten ze dat ze op elkaar kunnen rekenen.