Nieuwe grenzen // Thesinge redt zich wel

19 september 2019 Door Leestijd: 13 minuten

De gemeente Groningen werd begin dit jaar meer dan twee keer zo groot. Met fotograaf Janna Bathoorn ga ik op verkenning in het gebied dat we er ten noordoosten van de stad bij kregen. Hoe is het om daar te wonen? En waar zit de kwaliteit? Vandaag deel 3 van de serie Nieuwe grenzen: Thesinge.

Foto: Janna Bathoorn

Het is woensdagmiddag, en het is rustig in Thesinge. Het geluid van fluitende vogels wordt zo nu en dan verstoord door een haan met geldingsdrang. Uit een tuin klinkt het snerpende geluid van een schuurmachine. De geur van vers gebraden vlees kruipt onze neuzen in. Een kat ligt ongegeneerd te soezen op straat.

Op het plein voor basisschool De Til, die ondanks de elk jaar terugkerende dreiging van sluiting nog altijd open is, spelen kinderen. Thesinge moet een mooie plek zijn om op te groeien. Net groot genoeg om op avontuur te gaan, maar toch lekker compact. Vlakbij de stad, maar wel midden tussen de weilanden.

We lopen door de Bakkerstraat, waar woningen uit de jaren 80 staan. Piepjong vergeleken met de rest van het dorp, ze vallen een beetje uit de toon. Thesinge werd gebouwd rondom een enorm twaalfde-eeuws kloostercomplex. Daarvan staat nu alleen het koor van de kloosterkerk nog overeind, van zichzelf al imposant. Samen met de molen is het de grootste toeristische trekpleister van het dorp.

Vanuit de oorspronkelijke kern breidde Thesinge zich vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw in noordoostelijke en zuidwestelijke richting uit, als een windmolen met twee wieken. In de oude kern zijn de huizen over het algemeen klein. Ze hebben opvallend lage voordeuren en staan in smalle straatjes dicht op elkaar. Na de verwoesting van het kloostercomplex, aan het begin van de tachtigjarige oorlog, lagen de kloostermoppen letterlijk voor het oprapen; ze zijn terug te vinden in een deel van de oudste woningen in het dorp.

Therapeuten en zzp'ers

Voor hun witgepleisterde woning aan de Kapelstraat komen we Jo Schoppert en zijn vrouw Trieneke tegen. Jo's accent verraadt dat hij hier niet vandaan komt. Hij woont inmiddels dik veertig jaar in Thesinge, maar groeide op in het Overijsselse Holten.

'Daar is het eigenlijk mooier dan hier', zegt Trieneke. Ze kijkt haar man aan. 'Maar je mist Holten niet meer.'
Jo haalt zijn schouders op: 'Tja, als je daar veertig jaar weg bent… De mensen daar ken ik helemaal niet meer. En ach, hier bakken ze ook brood en hebben ze ook een flesje bier.'

Het hoeft ook allemaal niet zo gecompliceerd te zijn.

Er komt een grote pick-up aanrijden met een nog grotere aanhanger erachter. Reinder van der Veen stapt uit, een onmiskenbare en bij vlagen onverstaanbare Groninger. Hij moet later vanmiddag iets ophalen in Overijssel. 'Woar doe weg komst', zegt hij tegen Jo. 'Wilst ook eem met?' Zijn twee kleinzoons gaan ook mee. Het is bijna twee uur rijden.
'Oh dat kan wel eem ja', antwoordt Jo.

Foto: Janna Bathoorn

Vroeger zat Thesinge vol bedrijvigheid. Trieneke, die aan de overkant van de straat de was ophangt, wijst naar een huis een meter of vijftig verderop: 'Toen ik kind was, was dat een Spar. En daar zat een transportbedrijf. Daarachter zat een fietsenmaker. En dat laatste witte huis daar, dat was een slager en een petrolieboer. Rare combinatie hè?'

Tegenwoordig zitten er geen winkels of bedrijven meer in het dorp. 'Maar wel een hoop zelfstandigen', zegt Jo. Wel twintig of dertig, denkt hij. 'Allerlei zzp'ers. Therapeuten en noem maar op.' Ook in Thesinge staat de tijd niet stil.

Terwijl we staan te praten wordt elke voorbijganger gegroet. Ook als er nieuwe bewoners komen ontgaat dat niemand. Sociale Controle schrijven ze hier met hoofdletters. Trieneke doet met haar hand een klapperend snaveltje na: 'Mijn dochter zegt altijd dat ze zo kwekken hier.'

Echte Thesingers

Dat praten voor Thesingers inderdaad geen opgave is, ontdekken we even later. We lopen met Jo en Reinder café Molenzicht binnen, waar we afgesproken hebben met dorpsgenoten Jacob van Zanten en Meranda Spanjer. Ook Dora Westra, al 36 jaar eigenaar van de kroeg, komt aan de ronde houten tafel zitten.

Dora zet koffie neer en wij halen koeken van de stadsbakker tevoorschijn. De verbinding tussen Thesinge en de stad is voorzichtig gelegd.

Aan het interieur van het café is de laatste 36 jaar niets veranderd. Nadat Dora het overnam was het een tijd lang een bruisende kroeg die vrijwel elke dag open was en waar mensen tot diep in de nacht doorzakten. Tegenwoordig is het café alleen nog op donderdagavond open, voor de biljartclub, en op zaterdag vanaf het eind van de middag. 'Het mag best wat meer', vindt Dora.

De gemiddelde leeftijd van de gasten is een stuk hoger dan tijdens de hoogtijdagen van Molenzicht. Bij de biljartclub zitten wel jongeren, maar op zaterdag komt alleen de vaste kern van oudere gasten. 'Ik zie ze vaker dan mijn familie', schaterlacht Dora. 'Het voelt ook wel als familie.'

Als er een keer een harde knal klinkt, bellen sommige mensen direct de politie. Een echte Thesinger zou dat nooit doen

Meranda is van het groepje de jongste, maar ook de meest nieuwe inwoner van Thesinge. Als stadsbewoner moest ze tien jaar geleden wel even wennen aan de rust, maar inmiddels kent ze de voordelen van het wonen in een dorp. Ze vindt het prettig dat mensen er voor elkaar klaar staan: 'Als er wat is, kun je van iedereen op aan. En het is hier klein en overzichtelijk. Je kunt je kinderen rustig alleen laten spelen.'

Jacob is een geboren en getogen Thesinger. Hij werkt als uitvoerder bij een groenvoorzieningsbedrijf. Mensen zoals Meranda noemt hij import. Het blijkt de algemeen gebruikte term voor uitheemse dorpelingen te zijn. Binnen die import-Thesingers constateert Jacob een tweedeling: 'Er zijn veel mensen die hier wonen, maar zich verder nergens mee bemoeien. Maar er is ook een groep die zich mengt met de plaatselijke bevolking, die dat mooi vindt.'

Mensen die afkomstig zijn uit de stad hebben minder gevoel voor hoe dingen in een dorp werken, stelt Jacob: 'Als er een keer een harde knal klinkt, bellen ze direct de politie.' Meranda begint te lachen. Jacob gaat quasi-verontwaardigd rechtop zitten: 'Dat gebeurt! Een echte Thesinger zou dat nooit doen, die zou gewoon even vragen of het wat zachter kan.'

Meranda beseft heel goed dat de term echte Thesinger op haar niet van toepassing is: 'Eerlijk gezegd ben ik nog steeds niet helemaal ingeburgerd hier. Ik hou me niet zo bezig met het gemeenschapsleven. Maar ik voel me zeker wel onderdeel van de gemeenschap. De mensen zijn heel aardig en je wordt gelijk opgenomen in het dorp.' Ze lacht. 'Ik kan nu natuurlijk moeilijk anders zeggen.'

Foto: Janna Bathoorn

Meranda kwam niet in Thesinge wonen omdat ze op zoek was naar het idyllische dorpsleven. 'Ik woon hier eigenlijk gewoon uit praktische overwegingen, heb hier een dak boven m'n hoofd. Ik laat mijn kinderen hier opgroeien en zeg iedereen goeiedag. Maar echt verbinding... Soms vergeet ik ook hoe mensen heten.' Ze kijkt de kring rond. 'Jullie kennen hier bijna iedereen, denk ik.'

Reinder schudt zijn hoofd. Niet iedereen. Hij ziet het aandeel import-Thesingers groeien, en schat de verhouding inmiddels op fifty-fifty. 'Er zijn huizen waarvan ik niet weet wie daar wonen. Sommige mensen zie je nooit, ik begrijp niet wat die hier doen. Ik vraag me af of ze zich hier wel thuis voelen.'

Twee weilanden als achtertuin

We lopen naar Meranda's huis. Ze woont met haar drie kinderen in een rijtjeswoning uit 1965, die helemaal uit de context lijkt op deze plek. In een oud dorp, recht tegenover de molen en met uitzicht op de weilanden. Je zou zo'n rijtje eerder verwachten in Selwerd, of een andere naoorlogse stadswijk.

Toen het gezin tien jaar geleden naar Thesinge kwam, was er sprake van een kleine cultuurshock. Meranda: 'Wij waren ook wel heel erg stads.'
Dochter Imany (18): 'Toen we hier net woonden was ik verbaasd dat klasgenoten nog nooit in de trein gezeten hadden. Of amper buiten het dorp geweest waren.'

Hier konden we lekker spelen, vies worden, in slootjes springen

Toch is opgroeien in Thesinge leuk, daar zijn ze het onderling wel over eens. Imany: 'Iedereen heeft hier een supergrote achtertuin. Wijzelf dan weer niet, maar oké. Sommige mensen hebben twee weilanden als tuin. Daar konden we lekker spelen, lekker vies worden, in slootjes springen.'

Een zwangere witte poes schuurt miauwend langs onze benen. Ze woont drie huizen verderop en komt hier voor eten. Meranda kijkt om zich heen. 'In de zomer is het hier mooi. Dan komen er toeristen naar de molen, de visboer rijdt door het dorp, er fietsen veel mensen langs. Maar in de winter… Dat is wel een dingetje. Dan is het grauw en grijs, en is het hier toch wat minder prettig hoor. '

Kloot'n

Meranda's kinderen houden het tot nu toe prima uit in Thesinge, maar zijn inmiddels ook op een leeftijd dat ze meer naar de stad trekken. Dat is niks nieuws, vertelt Jacob in het café: 'Toen mijn drie pleegkinderen hier opgroeiden was er ook al geen kloot'n te doen ja, zoals wij dat dan zeggen. Wij gingen zelf vroeger naar de discotheek in het dorpshuis. Daar was het soms zo druk dat het afgelast moest worden. Maar we hadden wel altijd vertier.'

De Thesinger tiener van nu kan zich bij dat soort verhalen waarschijnlijk weinig voorstellen, en zoekt het vermaak vooral in de stad. Dora: 'Je zou willen zeggen: hierheen, hier is het te doen! Maar nee, ze willen allemaal naar Groningen.'

Foto: Janna Bathoorn

Meranda weet dat er pogingen gedaan worden om de plaatselijke jeugd een nieuwe blik te geven: 'Vanuit de gemeente komt Kim hier, een hele goede jongerenwerker. Ze probeert verschillende evenementen te verdelen tussen de stad en het dorp, en jongeren zo weer een beetje naar het dorp toe trekken. Maar dat gaat natuurlijk niet van vandaag op morgen.'

De kinderen van Jacob, inmiddels volwassen en verhuisd, willen allemaal graag terug naar Thesinge. Maar terugkeren, of überhaupt in Thesinge gaan wonen, is niet voor iedereen weggelegd. Jacob: 'Dat is gewoon kloot'n, de huizen zijn hartstikke duur hier, omdat je zo dicht bij de stad zit.'

Respect voor Thesinge

Is er iets veranderd nu Thesinge bij de gemeente Groningen hoort? Reinder grijnst: 'We moeten nog even kennismaken. Maar het is wel praktischer. Als bij de gemeente Ten Boer iemand een vrije dag had, stond alles stil. Nu krijg je meteen antwoord.'

Eigenlijk maakt het de Thesingers niet uit bij welke gemeente ze horen. Het is een zelfstandig dorp, dat graag zijn eigen broek omhoog houdt. Dora: 'Ons motto is: wij zijn Thesinge, wij doen het zelf.'

Reinder: 'Precies. Wij zijn niet afhankelijk van de gemeente.' Hij vertelt hoe eind jaren negentig van alles opgeknapt moest worden in het dorp. 'De wethouder deed moeilijk, dus hebben we het zelf aangepakt. Toen kwam de gemeente alsnog met 20.000 euro. Ze hadden in Ten Boer wel respect voor Thesinge.'

Wij zijn Thesinge, wij doen het zelf

Is die zelfstandigheid wat Thesinge onderscheidt van andere dorpen in de gemeente? Is het dorp anders dan pakweg Winneweer of Garmerwolde?

Jo schudt zijn hoofd: 'Ik denk niet dat Thesinge uniek is.'
'Tussen Thesinge en Garmerwolde zit wel verschil', zegt Dora stellig.
Reinder valt haar bij: 'Dag en nacht verschil!'
'Écht?', roept Meranda verbaasd. Haar verbazing is te begrijpen, de twee dorpen liggen op een stevige steenworp afstand van elkaar. Waar zit dat verschil dan in?
Dora: 'Als er hier iets georganiseerd wordt, is Thesinge één. Dat is in Garmerwolde echt niet zo, daar is dat veel moeilijker.'
Reinder: 'Het is een ander slag mensen daar.'
Jacob: 'In Garmerwolde is meer import, veel meer dan de helft. En die ontwikkeling vond ook veel eerder plaats dan hier. Het is een totaal ander dorp.'

Opnieuw komt de classificatie van origineel en niet-origineel naar voren. Het gevoel van ‘wij versus zij’ is hier sterker dan je als buitenstaander misschien zou verwachten. Als we in Garmerwolde komen, gaan we vragen of het wederzijds is.

Mini-museum

Jacobs huis bevindt zich nog geen honderd meter van het café. We lopen erheen. Eerder woonde hij aan de rand van het dorp. Hij had er een mooie grote tuin, maar te weinig aanloop. Jacob wijst naar zijn bankje: 'Kijk, hier zit ik altijd. Dan zie ik alles.' Hij glimlacht. Het is een prettige plek. De middagzon en de sering in de voortuin, met zijn zoetige geur, doen ook een duit in het zakje. 

Jacob laat ons zijn hobbyruimte zien, een aan zijn huis vastgebouwd kamertje van een paar vierkante meter met een bedstee, twee stoelen en een klein voorraadje drank. Aan de muur hangen talloze Christus- en Maria-afbeeldingen. Schilderijen, prenten, beeldjes. Ze zijn duidelijk door dezelfde persoon verzameld, en de ruimte heeft veel weg van een klein museum. Veel andere mensen dan Jacob zelf komen hier niet.

Foto: Janna Bathoorn

Hij haalt een kromme dolk, een kris, tevoorschijn. 'Dan offerden ze een geit, die drukten ze tegen zich aan en dan sneden ze hem hiermee zo de keel door. Dat soort dingen allemaal.' Jacob heeft de snuisterijen overal vandaan, uit binnen- en buitenland. Het meeste kocht hij online. Overal zit wel een verhaal aan vast. 'Maar daar kan ik nog wel een hele dag over vertellen', lacht hij.

Vanuit het huis klinkt geblaf. 'Rambo!', roept Jacob op vriendelijke toon naar zijn hond, die er naar zijn kefje te oordelen waarschijnlijk minder gevaarlijk uitziet dan zijn naam doet vermoeden. Jacob sluit de deur van het mini-museum. 'Ik heb een drukke baan, vlieg van hot naar her en sta altijd op tijd. Hier kom ik tot rust.'

Gehaktballenclub

Thesinge is een mooi dorp. Het heeft een bijzonder karakter, is een tikje besloten. De ligging, vlakbij de stad, heeft voor- en nadelen – maar zal nooit veranderen.

Opvallend is dat je hier, ondanks die beslotenheid, op veel plekken langs de woningen het landschap in kijkt. Dat landschap is daarom echt onderdeel van het dorp. De Thesingers in café Molenzicht denken er ook zo over.

Meranda: 'Ik probeer elke ochtend een rondje Klunder te lopen. Dan loop je hier door de weilanden. Dat is zo heerlijk.'
Dora knikt: 'Dat is een mooi rondje. Ik loop er ook een paar keer in de week.'
Jacob: 'Ik doe het ook elke middag, als ik thuis kom, met de hond. Lekker de kop eem leeg.'

Hoewel er vroeger genoeg dingen beter waren, zijn de Thesingers blij met hun dorp. Jacob woont er middenin, en dat bevalt hem uitstekend. 'Als ik op mijn bankje zit, op het zonneterras onder mijn parasolletje, dan kan ik alles aan zien komen. Er moet heel wat gebeuren, wil ik niet meekrijgen wat er hier gebeurt.'

Reinder: 'Maar niemand ziet jou daar zitten. Als je echt contact wilt, moet je dáár gaan zitten.' Hij wijst naar dé hangplek voor de oudere jeugd, een bankje op de stoep tegenover het café. 'Die is te klein hoor. Daar mag wel een stukje bij aan.'

Ook Reinder vermaakt zich prima in Thesinge. Hij is al 45 jaar lid van de plaatselijke begrafenisvereniging. Dat klinkt niet als een dolle boel, maar schijn bedriegt: 'De vergadering daar is om negen uur afgelopen, maar we gaan niet voor twaalf uur weg. Een pan gehaktballen op het vuur, hartstikke mooi.'
Dora: 'We noemen het ook wel de gehaktballenclub.'

Als Meranda het café verlaat, stoot ze Dora even aan. 'Ik kom toch maar een keer biljarten met mijn zoon.' Ze blijkt in de tien jaar dat ze in Thesinge woont nog nooit in het café geweest te zijn, dat zich toch maar een paar honderd meter van haar huis bevindt. Maar ach, Thesingers laten elkaar rustig hun eigen leven leiden. Als de nood aan de man is, weten ze dat ze op elkaar kunnen rekenen.