Water

Levensader in het landschap

De wijdvertakte waarde van de Drentsche Aa

Tekst:
Leestijd: .

Dankzij het stroomdal van de Drentsche Aa hebben we in Groningen en Drenthe drinkwater, akkers en pittoreske dorpjes. Het wijdvertakte stelsel van beekdalen vormt een kenmerkend en uniek landschap. Wat betekent de Drentsche Aa nog meer voor ons? En hoe kunnen we de waarde van water leren zien? Ankie Lok ging op zoek.

Met regenlaarzen kwam koningin Beatrix naar het Noorden. Zoveel neerslag was er gevallen, eind oktober 1998, dat in de provincie Groningen dijken verzadigd raakten en woonwijken onder water dreigden te lopen. In het Groninger Museum was het dweilen en ontruimen. Groningen zat ingeklemd tussen het water: het zag buitensporige hoeveelheden regenwater op zich af komen, terwijl de spuisluizen bij het Lauwersmeer en de Waddenzee wegens hoogwater dicht bleven.

1998 is nog altijd een ijkjaar, vertelt Harry Jager van waterschap Hunze en Aa’s. Menig beekje in het stroomdal van de Drentsche Aa was destijds opgekrikt tot een ‘snelweg’ met een ‘strak’ waterpeil: ‘Een eventuele overvloed aan water kon je zo ook snel afvoeren. Maar in 1998 merkten we dat het water razendsnel bij de stad Groningen aankwam en daar tot problemen leidde.’

Dat moest anders. In dit geval betekende dat een duik in het verleden, in hoe het water hier zich gedraagt. Het stroomt van hoog naar laag, zoals overal, maar vanaf het Drents Plateau stuit het op een laag keileem. Horizontaal sijpelt het verder, in de bodem, tot het ergens weer een uitweg vindt. Er vormt zich een beek, een van de vele vertakkingen van de Drentsche Aa. Die heet overigens pas in Groningen de Drentsche Aa, in Drenthe gebruiken ze lokale namen: Gasterensche Diep, Deurzerdiep, Anlooërdiep. De beekdalen zijn nat, de hoger gelegen zandgronden zijn droog.

Maar in de 20ste eeuw, die van de intensieve landbouw, zette de mens deze omstandigheden naar zijn hand. We verlaagden de waterstanden en namen de beekdalen in gebruik als weiland. Kronkelende beekjes veranderden in rechtgetrokken waterwegen en, voilà, zo kwam Groningen in 1998 aan zijn wateroverlast. Jager: ‘Het Deurzerdiep bijvoorbeeld was in de jaren negentig nog 12 tot 14 meter breed. Nu is het weer een natuurgebied, met een smal stroompje dat door het landschap kronkelt. Daar kan het water lang niet zo snel doorheen.’

Boekweit en graan

Stroomopwaarts, in dezelfde westelijke tak, ligt het Amerdiep. Vraag André Brasse, werkzaam bij IVN natuureducatie voor Nationaal Park Drentsche Aa, naar een mooi stukje in het gebied, en hij neemt je hier mee naartoe. Want hier zie je duidelijk hoe het gebied is veranderd: ‘De ene kant is open en weids, sinds de ruilverkaveling, aan de andere kant liggen nog sloten en houtwallen. En je kunt hier dicht bij de beek komen en langs het water lopen.’

Er is een wandelroute uitgezet, ‘De acht van Amen’, met twee lussen. De route voert langs de es met oude struiken, appelbomen en vlieren. De hoop is dat boeren hier weer oude gewassen gaan verbouwen, vertelt Brasse, in plaats van mais. ‘Met boekweit en graan krijgen deze akkers hun vertrouwde aanblik terug. Dat levert wel altijd boeiende gesprekken op, de landbouwsector heeft vaak andere plannen. Maar het is hier kleinschalig, dat kan die oude gewassen toch aantrekkelijk maken.’

Het gesprek aangaan past bij het grotere doel van het Nationaal Park: bezoekers informeren over het gebied en bewoners weer trots maken op hun leefomgeving. ‘Als je bent opgegroeid in het stroomdal van de Drentsche Aa,’ zegt Brasse, ‘dan vind je dit landschap doodnormaal. Maar voor veel mensen is dit helemaal niet normaal. Bezoekers die van elders komen, vinden dit prachtig.’

Het Deurzerdiep // Foto: Nationaal Park Drentsche Aa

Hoe bijzonder de Drentsche Aa is, merk je wanneer je oog krijgt voor de duizenden jaren aan geschiedenis die hier vanaf de ijstijden is aan te wijzen, stelt Brasse – bodemvondsten zoals vuistbijlen en stenen uit de prehistorie, bouwsels zoals hunebedden en grafheuvels. ‘Alle tijdlagen uit de geschiedenisboeken zijn hier te zien. Dat is uniek voor Nederland. Natuur en menselijke activiteit grijpen hier in elkaar. Dit alles proberen we weer bij bewoners tussen de oren te krijgen.’

Verbanden leggen

Als hij bezoekers en groepen gidst, wil Brasse hen leren het landschap te lezen. Hij laat zien wat er in en rond de beek groeit. Elzen houden van natte voeten, eiken juist niet, wijst hij dan aan. ‘Op plekken waar de grondwaterstand omhoog is gekomen, leggen eikenbomen het loodje. Dat is niet erg, want op de hoger gelegen delen groeien ze goed, daar horen ze thuis.’ Wie dat eenmaal begrijpt en herkent, gaat zelf ook verbanden leggen en ontdekt de betekenis van het landschap, is de gedachte achter de voorlichting.

‘Als je dotterbloemen ziet bloeien,’ vervolgt Brasse, ‘dan kun je daaruit afleiden dat er veel kwelwater in de grond zit. Daar zijn die plantjes gek op. En dan kun je ook letten op vreemde oranje vlekken in de sloot.’ Kwelwater, bedoelt hij, dat ergens uit de bodem opborrelt, soms pas na honderden jaren – de bronnen van de Drentsche Aa. Eenmaal bovengronds gaat het mineraalrijke, ijzerhoudende water ‘roesten’. Er komt zelfs een olieachtig vlies op door bacteriën die erin leven. ‘Wat eruitziet als een vervuilde sloot, is in werkelijkheid heel bijzonder water. Als je een stok door het vlies trekt, dan blijft het in schotsen liggen. Als het olie was, zou het weer samenvloeien.’ Niks aan de hand dus, maar van zo’n proces moet je maar op de hoogte zijn.

In de bodem bouwt het kwelwater druk op, weet Brasse ook. ‘Er gaan verhalen van boeren, die altijd zeiden: je kan hier geen afrastering in de grond slaan, want die ligt er volgende week toch weer uit.’ Als je de bodem kent, hoeft zoiets niet te verbazen.

Dotterbloemen en kwelwater // Foto: Nationaal Park Drentsche Aa

Drinkwater

Waar een rivier als de Rijn duizenden kubieke meters water per seconde vervoert, haalt de Drentsche Aa hooguit zeven, acht kuub per seconde. Toch is dit stroomdal een rijke bron: wie in de stad Groningen de kraan openzet, tapt water dat afkomstig is uit de Drentsche Aa.

Waterschap Hunze en Aa’s heeft de taak te zorgen dat er voldoende schoon water voor dit doel is. Het Waterbedrijf Groningen bereidt daaruit vervolgens drinkwater.

Met de kwaliteit van het oppervlaktewater in Nederland is het beroerd gesteld, en dat is in de Drentsche Aa niet anders. Met name als er in korte tijd veel neerslag valt, kunnen gewasbeschermingsmiddelen vanaf boerenakkers mee de beken in stromen, vertelt Harry Jager van het waterschap. ‘Het waterbedrijf meet dan een piek aan stoffen die voorbijkomen, die overigens soms al jaren in de bodem zitten. De vraag is: hoe geeft het gebruik van dergelijke middelen, die voor boeren noodzakelijk zijn, zo min mogelijk gevolgen voor het drinkwater?’

In het Drentsche Aa-gebied zijn boeren daarom tegenwoordig verplicht een spuitvrije zone langs de watergangen aan te houden, een buffer aan de rand van het perceel. ‘En er staat bijvoorbeeld een bloemenstrook, die ook nog meehelpt om middelen af te vangen.’

Ook met PFAS, de beruchte ‘eeuwige chemicaliën’, is de Drentsche Aa besmet. Jager: ‘Onlangs is gebleken dat we voor het oppervlaktewater van de Drentsche Aa op de norm zitten van wat voor drinkwater nog is toegestaan.’ Maatregelen zijn ‘complex’, zegt hij, en een trend is nog niet te onderscheiden, omdat de metingen nog maar recent begonnen zijn.

‘Voor het oppervlaktewater van de Drentsche Aa zitten we op de norm van wat voor drinkwater nog is toegestaan’

Een precieze veroorzaker van de ellende is niet aan te wijzen. PFAS kan uit allerlei vervuilingsbronnen afkomstig zijn, van chemische industrie tot huishoudelijk gebruik en gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw. ‘Als je dan bedenkt hoe kort PFAS nog maar bestaat: binnen enkele decennia zijn we al bij het maximaal toelaatbare aanbeland.’

Natuurlijke symfonie

Wat er in diezelfde decennia verdwenen is aan flora en fauna, merkte Egbert Meijers toen hij ergens op een houtwal een appeltje zat te eten. De muzikant en tekstschrijver, en boerenzoon uit Grolloo, besefte op dat moment hoe sterk hij zich verbonden voelt met de Drentsche Aa. ‘Bij Holmers-Halkenbroek hadden we vroeger hooiland. Als klein jochie ging ik met mijn vader mee, met paard en wagen. Terwijl mijn vader bezig was het hooi op de wagen te steken, speelde ik daar in het maolaand, zoals we dat noemden: madeland, laaggelegen, drassige grond, waar het beekje langs stroomde.’

De herinneringen kwamen op die houtwal ineens levensecht terug, vertelt hij. ‘Ik zat daar midden in een soort natuurlijke symfonie: geuren, kleuren, bewegingen, het zonlicht, de wolken die langsdreven, de wind in het gras, geluiden van vogels die in mijn jeugd nog volop in dat landschap aanwezig waren. Grutto, kievit, tureluur, wulp, alle soorten die er tegenwoordig nauwelijks meer te vinden zijn. Dat was zo’n indrukwekkend moment. Zo ontstond het idee om dit te gaan vertolken in muziek.’

Langs de meanderende diepjes gedijen bijzondere plantjes, zoals de zeldzame zwartblauwe rapunzel // Foto: Nationaal Park Drentsche Aa

Het Amerdiep // Foto: Nationaal Park Drentsche Aa

Met hulp van twee componisten kwam het tot de symfonie Ode an de Ao, een muzikale interpretatie van 24 uur in het stroomdal. Meijers legt uit hoe dat klonk, bij de opvoering in 2015: ‘Eerst is het nog donker, met nachtgeluiden, totdat in alle vroegte de zon opkomt en het landschap ontwaakt. Later ontstaat de broeierige sfeer van een opkomend onweer, je hoort regen en wind en donderslagen. Tot slot treedt de stilte van de avond in. Tussendoor klinken ook bijvoorbeeld de roep van de koekoek en een mierenmars.’

Het plan is om de symfonie in 2027 weer ten gehore te brengen, ter gelegenheid van het 25-jarig jubileum van Nationaal Park Drentsche Aa, waarvan Meijers ambassadeur is.

Kraanvogels, otters en bevers

Een deel van de beekdalen is in de afgelopen twintig jaar hersteld, zodat de natuur weer meer haar gang kan gaan. Langs de meanderende diepjes gedijen bijzondere plantjes, merkt André Brasse op: koekoeksbloemen, de zeldzame zwartblauwe rapunzel, orchideeënsoorten die verdwenen waren en toch terugkeren. ‘Soms komen ze tevoorschijn uit afgeplagde landbouwgrond, waar de zaden nog in de bodem zaten. Ook de stengelloze sleutelbloem is hier en daar gezien. De rivierprik is terug, kraanvogels, otters, de bever.’ En zo kan hij nog wel even doorgaan.

Bij het Gasterensche Diep ontstaan zelfs weer plukjes hoogveen, vertelt Harry Jager. ‘Veen werkt als een soort spons: het kan veel regenwater opnemen en vasthouden, en in droge perioden weer langzaam afgeven.’ Precies wat het Drentsche Aa-gebied nodig heeft. Maar veen groeit uiterst traag en het is nog onduidelijk hoe de vegetatie zal reageren op oppervlaktewater dat relatief voedselrijk is, door onder andere stikstof, en op klimaatverandering. Dat laatste veroorzaakt gemiddeld lange droge periodes en hitte, afgewisseld met piekbuien en een nattere herfst.

‘Met het beter vasthouden van het water, oftewel de bergingsfunctie van het gebied, zijn we goed op weg’, zegt Jager. ‘Maar als de ergste scenario’s van klimaatverandering uitkomen, dan zullen we nog meer moeten doen.’

Beek in Beeld

Het landschap zoals dat er nu bij ligt, is vastgelegd in het project Beek in Beeld, waarvoor kunstenaars aan het werk gingen in het Drentsche Aa-gebied. Naast twee tentoonstellingen verscheen er een boek, waarvoor Egbert Meijers verdiepende teksten schreef. Daarin gaat het over onder meer biodiversiteit, archeologie, toerisme, maar ook verlies en terugkeer, en de ziel van het landschap. ‘Wat in ambtelijke of wetenschappelijke rapporten bijna niet valt uit te drukken, kan een kunstenaar wel overbrengen: de waarde van zo’n landschap,’ zegt Meijers.

Aan die waarde ligt een emotionele ervaring ten grondslag, denkt hij. ‘Uit die ervaring ontstaat verbinding en liefde voor het landschap, doordat je de veelomvattende betekenis ervan begrijpt: het wisselen van de seizoenen, hoe het landschap in het voorjaar tot leven komt. Of zoals mijn helaas veel te jong overleden vriend en kunstschilder Berend Groen het verwoordde: na elke bocht heb je weer een nieuw uitzicht. Er volgt telkens een nieuw perspectief, net als in het menselijk leven.’

De verbinding met het landschap voltrekt zich soms ook vluchtig, legt Meijers uit. ‘Wanneer je je in het landschap bevindt en alles om je heen met je zintuigen 'proeft', zijn dat allemaal momentopnamen. Wat je opdoet is er even, en het volgende moment is het weg. Maar dan krijg je weer nieuwe indrukken. Het landschap is één grote symbiose, waar je als mens deel van uitmaakt. Het is een doorvoelde mentale beleving.’

'Het gevaar is dat er steeds een plakje van het landschap af gaat: weer een wijkje hier, een industrieterreintje daar'

Van de kunstenaars hoorde Meijers dat ze veelal dezelfde gedachte hadden als ze door kale weilanden naar het gebied reden: wat is hier gebeurd, wat zijn we kwijtgeraakt? Landschapspijn, zoals het ook wel heet. ‘Dat gemis is eigenlijk een diepe vorm van blues’, zegt de muzikant, verwijzend naar zijn geboorteplaats, blues village Grolloo. En we dreigen nog wel meer kwijt te raken, vreest hij: ‘Door bevolkingsgroei ligt er continu druk op de openbare ruimte, en daarmee op dit Nationaal Park. Het gevaar is dat er steeds een plakje van het landschap af gaat: weer een wijkje hier, een industrieterreintje daar. We moeten zeer zorgvuldig met deze unieke plek omgaan.’

Het Gasterensche Diep // Foto: Nationaal Park Drentsche Aa

Eeuwenoude charme

Door mensenhand is het stroomdal van de Drentsche Aa veranderd, beschermd en bedreigd. Toch, zo zeggen alle drie de geïnterviewden, horen natuur en mens hier bij elkaar, boer en landschap gaan samen op, al is het met horten en stoten.

Het gebied moet geen reservaat worden, vindt Harry Jager: ‘De charme van de Drentsche Aa is juist de aloude combinatie van natuur en landbouw.’ André Brasse geeft toe dat hij een natuurmens is, maar vindt evengoed het agrarische aspect onmisbaar: ‘De esdorpen zijn zo kenmerkend. Eeuwenlang maaiden de boeren de beekdalen voor hooi voor de schapen, en dat zorgde voor verschraling. Daar hadden we die bloemrijke velden aan te danken. We doen er nu alles aan om die weer een beetje terug te krijgen.’

Voor sommige kunstenaars in het Beek in Beeld-project was de Drentsche Aa onbekend terrein. Egbert Meijers noemt in het bijzonder Wout Wachtmeester uit Dalerpeel, in het zuidoosten van de provincie. Hij moest een beetje aan het landschap wennen, was Meijers' indruk. ‘Maar hij heeft contact gemaakt en het kreeg hem wel degelijk te pakken. Hij heeft een fantastisch schilderij gemaakt, heel groot maar ook zo gedetailleerd. Hij wist het landschap in zich op te nemen.’

Zo hebben alle kunstenaars het op hun eigen manier en in hun eigen techniek aangepakt, constateert Meijers. ‘Dit landschap spreekt tot je. Maar er is wel een goede verstaander nodig.’

Beek in beeld

Het boek Beek in beeld. De Drentsche Aa verbeeld door hedendaagse kunstenaars laat zien hoe deze negentien kunstenaars zich lieten inspireren, van bron tot monding. Je kunt het bestellen bij Noordboek.

Nationaal Park Drentsche Aa

Het bezoekerscentrum van het Nationaal Park is gevestigd in het Huis van de Drentsche Aa, bij het Deurzerdiep. Op hun website vind je meer informatie en openingstijden.