Juryrapport

In Apeldoorn vind je het beste van twee werelden

GRAS stelde de vakjury van de Apeldoornse Architectuurprijs samen

Leestijd: .

Jaarlijks nodigt GRAS een andere stad uit om de vakjury van de Groninger Architectuurprijs samen te stellen. Deze keer kregen we zelf het verzoek om dat voor de Apeldoornse Architectuurprijs te doen. We wisten meteen wie we daarvoor moesten vragen. Onder leiding van Peter Michiel Schaap beoordeelden Dianne Maas-Flim, Sjoukje Veenema en Marnix van der Scheer de oogst van het afgelopen jaar. Dit is wat ze opviel.

Het beste van de stad en het beste van het dorp: je vindt het in Apeldoorn. Bij ieder bezoek is het weer verrassend om deze unieke kwaliteit te aanschouwen. Want noem ons een andere Nederlandse stad van ruim 160.000 inwoners die dit óók heeft: luwe stedelijkheid met het voorzieningenniveau van een grote stad. Een ultieme verbondenheid met het landschap. Een rijkdom aan verschillende groene woonmilieus die echt op een steenworp afstand van elkaar liggen. Prachtige oude dorpsstructuren en royale groene uitvalswegen. Plus een enorme hoeveelheid waardevol erfgoed.

Ook in dat erfgoed valt de diversiteit op: van de monumentale buitenplaatsen tot de 19de- en vroeg-20ste-eeuwse villabouw en van vroeg-naoorlogse pareltjes tot interessant industrieel erfgoed. Vergeet daarnaast ook meer recente ontwikkelingen niet, waaronder natuurlijk het structuralistische pareltje Centraal Beheer, of de diverse mooie woningbouw uit de jaren zeventig. 

We vertellen de Apeldoorner er vast niks nieuws mee. Maar toch: weet wat je hebt. Zorg er goed voor. Wees er trots op. Omarm het en bouw erop voort. Want dit is wat Apeldoorn uniek maakt.

Hooggespannen verwachtingen

Zo’n prachtige ‘landschapsstad’ gun je natuurlijk het allerbeste. De verwachtingen waren dan ook hooggespannen toen we als jury van de Apeldoornse Architectuurprijs 2025 aan de slag gingen. In zo’n stad zal het wel moeilijk worden om de kleine dertig inzendingen terug te brengen tot een handvol genomineerden, dachten we. Laat staan dat het makkelijk zou worden om op grond daarvan de winnaars te bepalen.

En hier moet ons toch wat van het hart. Want echt, heel veel kan en moet beter. In de eerste plaats hebben we het dan over een wel héél belangrijke publieke voorziening: onderwijs. Daar kunnen wat tandjes bij, want met alleen wat vrolijke kleuren maak je geen goed schoolgebouw. Deze opgave verdient veel meer liefde en ontwerpaandacht. Daarbij hoeven de krappe budgetten in onderwijsland echt geen belemmering te zijn om tot betere resultaten te komen, zo blijkt uit voorbeelden elders in Nederland.

Verder moesten we wel even slikken bij de projecten die ingediend zijn binnen de categorie 'Particuliere aanbouw'. Eén voor een lijken ze totaal los te staan van hun context. Als generieke doosjes zijn ze tegen de bestaande bebouwing aangeplakt. In materialisatie en detailkwaliteit oogt het vlak. Vanbinnen betreft heeft het vast meerwaarde. Maar qua exterieur en typologisch is het Apeldoorn onwaardig. We zouden nieuwe initiatiefnemers daarom graag uit willen dagen om bij nieuwe aanbouwen juist niet voor het ‘eigentijdse contrast’ te gaan maar voor analogie en voortbouwen op wat er is. Ook als ontwerpopgave is dat een stuk leuker en dankbaarder. En vooral een stuk passender bij het rijke dna van Apeldoorn.

Juryvoorzitter Peter Michiel Schaap tijdens de prijsuitreiking

Wonen is meer dan een dak boven je hoofd

Ook van de woningbouw werden we niet per se heel enthousiast. Dit met als aantekening dat we bewust de individuele woningbouw buiten de nominaties hebben gehouden, omdat de bredere maatschappelijke opgave hier ontbreekt. Met een fijn budget en een bekwame architect kom je namelijk al snel tot een resultaat. Of het beklijft, blijft ook dan altijd de vraag, al kunnen we ons voorstellen dat Villa Zomeroord van Courage in Beekbergen een feest is om in te wonen. Vooral de integratie met het landschap inspireert hier.

In de sociale woningbouw missen we de bredere ‘volkshuisvestelijke’ aandacht. Wonen gaat echt over meer dan een dak boven je hoofd. Het gaat ook over ontmoeten, over een prettige leefomgeving, over ruimte voor spelen.

Dat Apeldoorn dit wel degelijk kan, blijkt uit de sociale woningbouw bij het Havenpark, waar al die elementen op het niveau ‘basis goed’ meegenomen zijn. Ook zijn klimaatadaptieve maatregelen hier ingezet om de leefomgeving en de openbare ruimte mooier, aangenamer en vriendelijker te maken. Vooral de ‘voorkanten’ overtuigen, hier lopen openbaar en privé mooi in elkaar over. Dit project is alleen al een paar jaar klaar, dus helaas: geen nominatie en ook geen prijs.

Het recente woongebouw De Silo bij het Havenpark – een ontwerp van Studio Komma in opdracht van Dura Vermeer – trok in deze omgeving desondanks onze aandacht. Vooral vanwege de relatie tussen gebouw en omgeving en de alzijdige oriëntatie. Dit was precies de reden waarom we besloten om dit project een nominatie en dus ook een bezoek te gunnen. Interessant is ook hoe de bovenbouw voor een nieuw perspectief en een extra woonbeleving op de bovenste etages zorgt. De vraag is wel of er niet net iets te veel gebeurt in het ontwerp, bijvoorbeeld in het contrast tussen onderbouw en bovenbouw. In die zin oogt De Silo haast als een spektakelstuk uit Heel Holland Bakt.

Met de nodige verbazing keken we naar de nieuwe woningen aan de Van Huutstraat, een ontwerp van Courage op de plek van de naoorlogse uitbreiding van de Wilhelmina Mulo en het Sportfondsenbad. De keuze om de auto hier zo bepalend te laten zijn in de typologie vinden we, zeker in de binnenstad, vrij bijzonder. Het hele maaiveld wordt erdoor in beslag genomen, in plaats van dat het wonen de relatie legt.

Ook architectonisch doet het project weinig tot niets met de omgeving. Deze woningen hadden echt overal kunnen staan, waarbij de witte kleurtoon het (bewuste) contrast alleen maar groter maakt. Of dit Apeldoorns wonen is… Wij denken van niet. Het is een plan dat vooral veel komt halen, en weinig waarde teruggeeft aan de omgeving. Al hebben we lof voor het feit dat de rug-aan-rugtypologie – doorgaans geen garantie voor goede woningen – hier in het interieur vast leidt tot royale en aangename woonvierkantemeters.

Eyecatcher

Nog een project dat we graag wilden zien: de Meldkamer Oost-Nederland aan de Europaweg, naar ontwerp van Cepezed. Dat was in de eerste plaats vanwege de maatschappelijke functie en de opgave om de meldkamers van drie hulpdiensten bij elkaar te brengen. In het hele ontwerp is de Meldkamer een kind van z’n tijd. Daarmee bedoelen we dat het zowel in de stedenbouwkundige setting als de architectonische verschijningsvorm laat zien dat de onderliggende plannen al jaren teruggaan. Op die manier sluit het logisch aan op de al een stuk oudere buurman: het politiekantoor Noord- en Oost Gelderland.

Of we in de huidige tijd tot dezelfde architectonische en stedenbouwkundige keuzes zouden komen, is de vraag. Het interieur maakt echter veel goed. Binnen is meteen merkbaar dat de hele meldkamer met aandacht voor een fijn en gezond binnenklimaat is ontworpen. Alles oogt en voelt rustig en doelmatig. Ook de wijze waarop bewegwijzering mee-ontworpen is verdient een pluim, net als de ruimtelijke beleving – die overigens nog sterker had kunnen worden (of nog kan worden) door de toepassing van kunst. Daarmee kan de eyecatcher die het gebouw aan de buitenkant al is ook binnenin wat meer karakter krijgen.

Twee projecten in de openbare ruimte die we niet konden laten liggen, zijn de herinrichting van de Deventerstraat en de Markthal. Van de eerste hopen we dat het een aanzet is tot nog veel meer vergroening in de binnenstad, waarmee de unieke landschapskwaliteit van Apeldoorn nog sterker kan worden aangezet. Het is netjes gedaan, al verdient het aanbeveling om bij de volgende fase de prullenbakken gewoon integraal mee te nemen in het ontwerp. Nu staan ze wat plompverloren in de ‘borders’.

De Markthal is letterlijk en figuurlijk een ingreep van jewelste. Eerlijk gezegd weten we niet helemaal wat we ervan moeten vinden, en of de balans nu positief of negatief uitslaat. Die dubbelzinnigheid lijkt nota bene ook in het ontwerp zelf te zitten. Vanuit het oogpunt van het forse volume van het gemeentehuis en het plein snappen we de schaal. Aan de andere kant conflicteert de Markthal daarmee met de meer kleinschalige bebouwing aan het plein.

De ambivalentie zit ook in de programmatische waarde. Ja, op mooie zomerse dagen en als er evenementen plaatsvinden – of gewoon een markt – bewijst de Markthal gegarandeerd z’n waarde. Maar als dat afwezig is, adresseert het toch vooral de leegte van het plein. In die zin is het misschien nog niet af en verdient ook de rest van het plein nog aandacht voor we tot een definitieve conclusie kunnen komen.

Jaloersmakend goed bezig

Tussendoor nog een aantal andere zaken die ons tijdens ons bezoek aan Apeldoorn opvielen, los van die fantastische grootstedelijke allure en dat unieke stadsdorpse dna. Zo lijkt het erop dat Apeldoorn jaloersmakend goed bezig is met het herstel van panden en puien in de binnenstad. Ga daar zeker mee door. Het maakt de impliciete waarden van de stad expliciet. Daarbij de aantekening dat de best geslaagde voorbeelden die we onderweg zagen zich onderscheiden in hun detailniveau en de goede aansluiting tussen pui en verdieping.

Aansluitend hebben we gezien dat Apeldoorn op heel veel plekken bezig is om juist op het niveau van stedenbouw en landschappelijke ingrepen de verblijfkwaliteit verder te verhogen. Dat leidt op steeds meer plekken tot een overtuigende verrijking. Ga ook daarmee door!

Dan de kwestie hoogbouw, die Apeldoorn behoorlijk bezighoudt, vernamen we van verschillende kanten. Een gratis tip uit Groningen: doe het niet. Laat die hoogbouw voor wat het is, en verval zeker niet in het optoppen van bestaande panden – al dan niet met erfgoedwaarde. Nog los van het feit dat het in niets past bij het karakter van Apeldoorn, is de woonkwaliteit die volgt uit hoogbouw in vrijwel iedere (middelgrote) stad discutabel. In negen van de tien gevallen worden het incidenten in de stad.

Daar komt nog bij dat hoogbouw duur is en de openbare ruimte in vrijwel alle gevallen nodeloos belast met doodse plinten, stallingen, bergingen, afvalcontainers, ga zo maar door. Terwijl juist in Apeldoorn de waarde van die openbare ruimte hoog zou moeten zijn. Als zelfs Rotterdam al terugkomt van de focus op hoogbouw, waarom kiest Apeldoorn dan wel die weg? Het maakt je echt niet meer stad – integendeel. Dat betekent overigens niet dat het hier en daar niet hoger kan. Maar kies dan in plaats van hoogbouw voor ‘gewoon wat hoger bouwen’.

Twee prijswinnaars

Dat gezegd hebbende gaan we op weg naar de winnaars. In de categorie ‘Andere gebouwen’ is dat Museum Paleis Het Loo, een ontwerp van KAAN Architecten in opdracht van Stichting Paleis Het Loo Nationaal Museum. Hoe kan het ook anders, zou je haast zeggen, bij de nominatie van dit project. Het verdient alleen al een prijs vanwege de enorme complexiteit. Prachtig is de wijze waarop de enorme ondergrondse ruimte nergens ‘ondergronds’ voelt. Zelfs op de mistige dag waarop we het project bezochten, ademt het daglicht. De eenvoud in detaillering is ijzersterk, waarbij vooral de combinaties van het warme hout en het marmer overtuigen.

Sterk is ook dat eigenlijk nergens zichtbaar is dat er natuurlijk ook op dit enorme project gaandeweg ‘bezuinigd’ moest worden. Op soberheid hebben we de verbouwing niet kunnen betrappen. Hier en daar had het zelfs wel wat minder gemogen, met al dat rijke marmer dat de overhand heeft, zoals bij de entreetrappen. Daar hadden we graag wat meer van de warme houttinten teruggezien. Verder twijfelen we wat over de ondergrondse aansluiting op het oude paleis. Maar dat mag de pret niet drukken. Hier is door alle betrokkenen een topprestatie geleverd.

Museum Paleis Het Loo, een ontwerp van KAAN Architecten // Foto's: Simon Menges

Eigenwijs als we zijn, hebben we wat geroerd in de andere categorieën. Dat we geen prijs uitreiken in de categorie 'Particuliere aanbouw' had de goede lezer vast al begrepen. Voor de woningbouw en openbare ruimte is die prijs er zeker wel. En dan met nadruk voor de combinatie van beide. Dit is precies waar Apeldoorn zich mee onderscheidt. Eén project laat zien wat er gebeurt als je de woningbouwopgave koppelt aan bestaande landschapskwaliteiten. Ook laat het zien wat de waarde is van integraal ontwerp, waarin de oplossingen voortkomen uit samenhang. Verder illustreert het de kracht van een heldere gemeentelijke visie op een gebiedsontwikkeling en een opbouwende samenwerking tussen diezelfde gemeente en de betrokken ontwikkelaars en architecten 

We hebben het natuurlijk over Park Marialust en de daar gerealiseerde woningbouw van MIX architectuur en Maas Kristonsson Architecten in opdracht van Loostad Vastgoedontwikkeling en met Atelier Quadrat als betrokken landschapsarchitect. De appartementengebouwen zorgen voor een fantastische landschappelijke woonbeleving. Park en gebouwen vormen een geheel. Als je hier woont, wil je vast nooit meer weg.

Sterk is ook hoe op het oude Remeha-terein van de nood een deugd is gemaakt. Zo verrijkt de glooiing het woonlandschap, terwijl daarmee ook (letterlijk) de vervuilde grond wordt afgedekt en een oplossing is gevonden voor het parkeren. Voor alle appartementengebouwen geldt dat de eenvoud de grootste kracht is, waarbij deze misschien zelfs nog wel beter hadden kunnen worden zonder de extra details in de metalen gevelpanelen.

Woningbouw in Park Marialust, ontworpen door MIX architectuur en Maas Kristonsson Architecten

Ook de grondgebonden woningen zijn heel zorgvuldig ontworpen, zowel vanbinnen als vanbuiten. Zozeer dat we ons afvroegen waarom de brievenbussen niet ook nog even meegenomen zijn. Ook op het vlak van het landschap hadden een aantal zaken nog net iets beter gekund. Zo grenst en deel van de grondgebonden woningen nu wel erg hard aan de herstelde oude waterloop en is het jammer dat het koetshuis niet het stralende middelpunt van de openbare ruimte is geworden. Toch laat dit project zien hoe je een overtuigend nieuw hoofdstuk toe kunt voegen aan het Apeldoornse woonlandschap, voortbouwend op de aangrenzende kwaliteit van Buitenplaats Marialust. 

Tijdens ons bezoek – en bij eerdere bezoeken – hebben we een aantal hele goede dingen gezien. We zagen wat Apeldoorn allemaal al te bieden heeft. Koester dat, omarm wat al goed is. En ga aan de slag met wat weer goed kan worden. De goede referenties staan er al, nota bene in je eigen stad. Versterk die unieke luwstedelijke kwaliteit op vanzelfsprekende wijze. Niet met ego-gebouwen, maar met gebouwen en gebiedsontwikkelingen die het dna van Apeldoorn snappen. En die niet alleen komen halen, maar ook vooral waarde teruggeven.