Ik blijf hier: verhalen uit een veranderende wijk // Beijum (deel 2)

16 september 2021 Leestijd: 13 minuten

De Groninger wijken Beijum, De Hoogte/Indische Buurt, Selwerd en De Wijert worden de komende jaren vernieuwd. In opdracht van de gemeente Groningen gaan kunstenaar Sijas de Groot, fotograaf David Vroom en tekstschrijver Chris Zwart met het project Ik blijf hier een jaar lang op zoek naar de verhalen uit deze wijkvernieuwingswijken. Het eindproduct is per wijk een mooi vormgegeven krant, die teruggegeven wordt aan de bewoners. GRAS publiceert de komende tijd verhalen en foto’s uit de eerste krant, over de wijk Beijum. Dit is deel 2.

Foto: David Vroom

VERKNOCHT AAN BEIJUM

Terwijl we in het Heerdenhoes een grote kom snert zitten te eten komt Ruud van Erp binnenlopen. Hij was tot drie jaar geleden als gebiedsmanager actief bezig bewoners te betrekken bij alles wat er in de wijk gebeurde. En hoewel hij nu met pensioen is, blijft hij op de achtergrond betrokken.

Ruud was een van de allereerste bewoners en zag Beijum uitgroeien van een groepje huizen op de klei tot een volwassen woonwijk. Die ontwikkeling verliep overigens niet zoals gepland. Nadat in 1978 de Nederlandse huizenmarkt instortte, daalden de woningprijzen. Niet te verkopen woningen werden door corporaties omgezet naar huurwoningen. 'Iedereen die geen woning kon krijgen werd naar Beijum gestuurd', zegt Ruud. 'Hier was ruimte. Er stonden huizen die in hun type relatief goedkoop waren, en die gewoon weg moesten. Zo zijn hele heerden voor dumpprijzen verkocht.'

De economische crisis leverde in Beijum een toestroom aan mensen in een financieel zwakke positie op. Verhalen over krakers, junks en dealers zorgden er al snel voor dat de wijk een beroerd imago kreeg. 'En het was een tijd ook niet al te best', erkent Ruud. Hij vertelt over een periode van onrust in Beijum-Oost, op allerlei vlakken.

Nog altijd heeft vooral dit gedeelte van de wijk een slechte naam. Onterecht, vindt Ruud, een tweedeling in de wijk is er helemaal niet. Die bestaat alleen als je naar de postcode kijkt. 'Ik ken stukjes Beijum-Oost die in West liggen. En in Oost staan huizen waar je direct wilt gaan wonen.'

Om de paar minuten gaat de bel van het Heerdenhoes. Mensen weten deze plek te vinden. Ruud was nauw betrokken bij het begin van de sociale wijkvernieuwing in Beijum, die begon rond 2003. 'Hier was van alles aan de hand. Er waren mensen die niet wisten waar ze heen moesten, mensen zonder geld.' De problematiek concentreerde zich in deze wijk, daar moest wat aan gedaan worden.

Om het leven van mensen positief te veranderen is het belangrijk dat ingrepen niet van bovenaf plaatsvinden, maar samen met mensen, vindt Ruud. Bij elke ingreep moet je vooraf met bewoners praten, is zijn overtuiging. Bij ze op de koffie gaan en uitleggen wat er precies gaat gebeuren. Het mede door hem geïnitieerde nieuwe Heerdenhoes is een voorbeeld van een project dat op die manier tot stand kwam. 'Ik heb er drie jaar voor gestreden', vertelt Ruud. 'Niet in m’n eentje natuurlijk, begrijp me goed. Maar uiteindelijk is het gelukt, het is een geweldig succes.'

We kijken uit het raam naar het winkelcentrum, een pijnpunt in de wijk. Er wordt gestudeerd op een nieuwe invulling, want een doorslaand succes is het niet. Daarbij hangt het gebruik van het plein nauw samen met de programmering, oftewel de winkels, restaurants, bedrijven en woningen eromheen. Verschillende winkeltjes probeerden het al in Oost, maar overleefden het niet. De slager en de kapper verkasten bij gebrek aan klandizie naar het winkelcentrum in Beijum-West.

Het plein oogt nu wat kil en leeg, maar toch zit er potentie in de plek. Vooral bij mooi weer is dat te zien. 'Op dit moment is het eigenlijk van alles niks', concludeert Ruud. 'Maar in de zomer is het hier hartstikke vol. Dan staan er allemaal lovende berichten in de wijkkrant over hoe gezellig het is.' Op het plein zien we kinderen spelen. Jaren geleden reed de bus nog dwars door het winkelcentrum. 'We hebben ons best gedaan hier een verkeersvrije plek van te maken, een speelplek', legt Ruud uit. 'En je ziet het, er zijn hier altijd kinderen. Wat is nou mooier?'

Foto: David Vroom

SPEELSE WIJK

We trekken onze jassen aan, verlaten het Heerdenhoes en gaan op pad. Ruud wordt direct aangesproken door een man die hem kent. Het is Bob Boeijen, hij heeft de eerste basisbaan van Beijum. Tegen een minimumloon werkt hij 36 uur per week. Bob was jarenlang mantelzorger, daarna had hij moeite weer een baan te krijgen. 'Ik doe allerlei activiteiten die hier anders niet zouden plaatsvinden', legt Bob uit. 'Ik ben erg blij met deze baan.'

Dankzij de basisbaan kan hij voor zijn vriendin blijven zorgen. 'Ik doe veel in de avonden en weekends. Mijn uren kan ik zelf heel aardig verdelen over de week.'

Bob hield zich de afgelopen jaren ook bezig met de wijkvernieuwing, vooral op het gebied van duurzaamheid en energie. 'Dat is complex, veel mensen zijn huiverig. Als ze nu investeren, horen ze volgend jaar dat ze het anders hadden moeten doen.' Omdat in Beijum elke heerd zijn eigen architectuur heeft – van houten chalets tot betonnen bunkers – is er op het gebied van duurzaamheid geen universele oplossing voor de wijk. Daar komt bij dat elke bewoner verschillende ideeën, inkomsten en belangen heeft.

Bob woont zelf in de Wibenaheerd, waar recent de woningen zijn geïsoleerd. Bij andere heerden moet de aansluiting op de Groene Long beter. Veel woningen staan met hun achterkant naar de openbare ruimte, waar schuurtjes en groen het uitzicht, maar ook de sociale controle belemmeren. 'Bij de bouw van de wijk besefte men niet hoe groen de Groene Long veertig jaar later zou zijn', zegt Bob. 'Mensen die er nu wonen, durven hun kinderen niet zomaar in het bos te laten spelen omdat ze geen zicht op ze hebben. Dat is een heel simpele kwestie, maar het moet wel opgelost worden.'

Per heerd bekijkt de gemeente samen met het WIJ-team, maar vooral ook samen met bewoners welke dingen beter of anders kunnen. Op de ene plek gaat het om parkeerplaatsen of verkeersstromen, op de andere om een ontmoetingsplek of een speeltuin. Vaak bedenken bewoners door met elkaar in gesprek te gaan de beste oplossingen en leren ze elkaar tijdens dat proces beter kennen – precies zoals het in een bloemkoolwijk bedoeld is.

Niet elke Beijumer krijgt elke verandering mee: door de structuur van de wijk zijn aanpassingen vaak alleen zichtbaar voor de bewoners van het woonerf waar iets gebeurt. Daardoor lijkt 'wijkvernieuwing' soms een wat vage, algemene term. Pas als je inzoomt, zie je goed hoe de wijk stukje bij beetje verandert.

We lopen met Ruud het winkelplein af, langs Café Biljart Beijum. Zoals elke kroeg is het nu gesloten. Ernaast zit een kringloopwinkel, een stukje verderop kinderopvang Hamertje Tik. Ruud merkt dat er steeds meer kinderen in de wijk zijn, een positieve ontwikkeling.

Oorverdovend gebrul. Een motor scheurt langs over de Amkemaheerd. Langs de weg staat een witte MINI met het logo van basketbalclub Donar erop. Een flink aantal spelers woont in Beijum, de club heeft er verschillende appartementen. Buurtbewoners kijken niet meer raar op als ze in de supermarkt ineens achter een boomlange Amerikaan met schoenmaat 50 staan.

Foto: David Vroom

Op een pleintje naast de sporthal is een groepje kinderen met een begeleider aan het sporten. Elke woensdagmiddag kan de jeugd hier terecht voor een sportles. Ruuds ogen beginnen te glimmen. 'Moet je kijken. Dit is toch fantastisch? Hier gaat mijn hart sneller van kloppen. Het is mooi dat dit soort dingen georganiseerd wordt voor kinderen. Dan denk ik: ja, het werkt!'

Beijum is zo Nederlands als maar kan. Een groot deel van de wijk is geregeld, afgebakend, vastgelegd. Fietspaden, wegen en woonerven hebben elk hun eigen plek en rol. Maar hoe zit het met de openbare ruimte en met de groene stukken? Wat zijn daar de regels?

Mensen krijgen de vrijheid en de ruimte om zichzelf een stukje toe te eigenen, zo lijkt het. Het is niet de bedoeling, maar de gemeente knijpt een oogje toe. 'Aanvankelijk kon het prima', zegt Ruud. 'Maar hier en daar is het uit de klauwen gelopen. Na verloop van tijd wordt het als gemeente steeds lastiger die ruimte terug te nemen.' Zelf is hij niet zo van de regels. 'Als iedereen ermee kan leven, doe het alsjeblieft. Het is een kwestie van maatwerk, je moet kijken welke ruimte er is.'

Het groen is in Beijum inmiddels overal volwassen geworden. Er staan veel populieren, zogenaamde snelgroeiers, die hun tijd erop hebben zitten en gerooid worden. Daar komt nieuw groen voor terug, met meer diversiteit en daardoor minder gevoelig voor ziektes. Doordat heggen en struiken jarenlang doorgroeiden, is publieke ruimte hier en daar afgesloten van privéruimte. Op andere plekken liggen rommelige achtertuinen juist te veel in het zicht. 'Daar zijn geen regels voor', legt Ruud uit.

Een eenzame wipkip staat op een grasveldje naast een glijbaan. Het uitgangspunt was dat elk kind binnen honderd meter een speelplekje zou moeten vinden, en binnen tweehonderd meter een voetbalveldje. 'Het was de bedoeling dat de kindjes naar die speelplekken gingen en dat de ouders meegingen', legt Ruud uit. 'Die konden elkaar daar ontmoeten, dat was het idee. En zeker in het begin werkte dat ook.'

Terwijl we rustig doorlopen kost het ons voor de zoveelste keer moeite ons te oriënteren. Ruud verdwaalt niet meer, zegt hij. 'Als je met de auto Beijum door gaat, merk je aan de ondergrond waar je bent. Zo gauw het gaat trillen zit je niet meer op asfalt, dan zit je in een heerd.' Voor Ruud is het verdwalen een positief verschijnsel. 'Hoe langer je in Beijum blijft, hoe beter', zegt hij met een komische ondertoon, maar toch bloedserieus.

Op een veldje naast buurtcentrum het Trefpunt zijn zes jongens van een jaar of 15 aan het basketballen. Twee meisjes kijken toe. Binnenkort komt hier op verzoek van buurtbewoners een buitensportplek met allerlei fitnesstoestellen, daar is al jaren veel behoefte aan. Als we vertellen wat we doen en ze doorhebben dat David fotograaf is, beginnen de jongens te giechelen.

'Deze basket is negen van de tien keer bezet', vertelt Damian, een jongen met zwarte krulletjes en een vriendelijke blik. David zet vier basketballers neer voor een foto, de twee stoerste van het stel willen niet. Ze proberen hun gezicht in de plooi te houden. 'Komt dit op internet?' vraagt een van hen. Twee anderen proesten het uit. Ruud kijkt geamuseerd toe.

De jongens gaan verder met basketballen, voor je het weet is het veldje ingenomen. Wij lopen door, de Groene Long in. 'Dit is toch een fantastisch stukje!' Ruud wordt er na al die jaren nog steeds oprecht enthousiast van. 'Beijum is een prachtige wijk. En het wordt nog veel mooier. De Groene Long is geweldig, net als het Beijumerbos. Daar kom je allerlei dieren tegen. Dat is toch schitterend, en dat is hier gewoon je áchtertuin.'

Plotseling zien we een grote crossbaan. Opnieuw lichten Ruuds ogen op. Hij was jaren geleden nauw betrokken bij het ontstaan van de baan. Dat hing samen met de overlast die jongeren in winkelcentrum Beijum-West veroorzaakten. Als remedie werd de baan aangelegd, met het idee dat de jeugd hem zelf ging onderhouden. 'We hadden kleine fietsjes aangeschaft voor de basisschoolkinderen. Dat was prachtig.'

Voor de baan aangelegd werd, zaten Ruud en zijn collega's een aantal avonden met omwonenden in het Trefpunt. 'We wilden zeker weten dat zij het goed vonden. Op een bepaald moment lieten ze weten last te hebben van rommel die achtergelaten werd. Maar het plezier dat er gemaakt werd, zagen ze dan weer niet.'

Bij de BMX-baan staan een paar zeecontainers. Een ervan is open. 'Daar kunnen ze gewoon in om te chillen', zegt Ruud. 'Daar gebeuren dingen die…' Hij glimlacht. 'Maar dat moet kunnen. Dat dit hier zit, is echt uniek. En de aanleiding is heel bijzonder. Als je de jeugd hun eigen plek geeft, gaan ze er ook voor zorgen.'

Foto: David Vroom

Er komen een paar jongens en een meisje met BMX-fietsen aan. Ze halen een bruine papieren zak uit hun tas en kijken teleurgesteld als de frikandelbroodjes afgekoeld blijken te zijn. Straattaal en ABN gaan, net als bij de basketballers, door elkaar heen. Iemand laat een boer. Wielnaven ratelen. Ze lachen. Het gefluit van vogels klinkt hier oorverdovend en onafgebroken.

De jongens wonen niet meer in Beijum, maar komen hier nog steeds vaak. Soms zijn ze met z'n tienen, soms met veel meer. 'Het eerste rondje dat ik hier reed, brak ik mijn pols', zegt een jongen. 'Toen kon ik niks meer.' Een van de anderen brak zijn been op drie plekken en weer een ander ging knock-out nadat hij tegen een boom knalde. Ruud begint te lachen.

Je kunt geen honderd meter door Beijum lopen zonder kinderen tegen te komen. Kleine, grote, rustige en luidruchtige. Alleen, maar vooral in groepjes. Verderop in de Groene Long stuiten we op een paar kinderen van een jaar of acht. We vragen of ze misschien ergens een mooie hut weten te staan. Een meisje vertelt er eentje gemaakt te hebben, we lopen er samen heen.

Het bouwwerk is iets minder spectaculair dan we hoopten. 'Het is niet echt een hut, hè?', zegt Sijas tegen David.
'Het is wél echt een hut', vindt het meisje. We geven haar een aai over haar bol en lopen verder, op zoek naar een nog echtere hut.

Uit een paadje komt een ander groepje kinderen. 'Waar is de bellenblaas?', vraagt een van hen aan moeder Marianna, die mee is.
'Had jij bellenblaas mee dan?', vraagt Marianna. 'Nee hè?' Ze strekt instinctief haar arm uit richting een jongetje. 'Daar ligt hondenpoep, midden op het pad, alsjeblieft…' Eigenlijk was ze niet van plan om deze middag op alle kinderen te passen, maar het liep zo.
'Waarvoor is die microfoon?', vraagt haar zoontje Logan (6) nieuwsgierig, terwijl hij met zijn handjes naar Sijas' audiorecorder grijpt. Ook hij vindt Beijum een leuke plek om te wonen. 'Omdat er meer mensen zijn die vriendelijk zijn dan mensen die niet vriendelijk zijn.'

Op welke manier draagt je leefomgeving bij aan hoe je volwassen wordt? En hoe beïnvloedt de plek waar je opgroeit de persoon die je bent? In elke periode van je leven beleef je je omgeving anders. Op sommige plekken kom je op jonge leeftijd veel en later nooit meer. En andersom. Welke beelden blijven je bij als je er later op terugkijkt? In Beijum heeft elk stukje ruimte haar eigen herinneringen.

***

Ik blijf hier is een initiatief van Stichting Tussenland, uitgevoerd in opdracht van de gemeente Groningen in het kader van de wijkvernieuwing in Beijum, Selwerd, De Hoogte/Indische Buurt en De Wijert. Buro Reng doet de vormgeving en de beeldredactie van de kranten. Volg het project op Instagram via @veranderendewijk.

Bekijk hier de hele krant in digitale versie.