Hoe een Italiaanse fotograaf negen Groningse dorpen ontdekte

5 november 2020 Door en Leestijd: 6 minuten

Het is alweer bijna twee jaar geleden dat de gemeente Groningen er een groot stuk landelijk gebied bij kreeg. Toch heeft nog lang niet elke stadsbewoner dit deel ontdekt. GRAS stuurde de Italiaanse fotograaf Silvio Zangarini voor het eerst in zijn leven naar de voormalige gemeente Ten Boer, en vroeg hem vast te leggen wat hij zag.

Op 1 januari 2019 was Groningen ineens niet langer een stad met een beetje buitengebied, maar kreeg de gemeente er aan twee kanten een groot landelijk stuk bij. Dertien dorpen, elk met hun specifieke eigenaardigheden en gelegen in een karakteristiek landschap. Op fietsafstand van de stad, maar toch echt een andere wereld.

Ondanks de territoriale uitbreiding lijkt ‘de stad’ voor de meeste mensen nog altijd het uitgangspunt te zijn als het over Groningen gaat. Bij GRAS namen we ons in 2019 voor om aandacht te besteden aan de nieuwe delen van de gemeente. We maakten een aantal verhalen in het gebied ten noordoosten van de stad, maar de laatste tijd stokte het. Tijd om de draad daar weer op te pakken, deze keer in een andere vorm.

Zou het niet interessant zijn om een buitenstaander volledig blanco naar het gebied te sturen en die ontdekkingstocht vast te laten leggen? Iemand die het landschap nog nooit ervaren heeft en de namen van de dorpen niet kent – ze soms niet eens kan uitspreken. Wat ziet zo iemand? Toen we Silvio Zangarini leerden kennen, werd dit idee concreet.

Een Italiaan op een gammele fiets

Silvio is fotograaf en kunstenaar, maar opgeleid als filosoof. Hij groeide op in een dorp even ten westen van zijn geboortestad Turijn. Hoewel hij inmiddels acht jaar in Nederland woont, is hij nog maar kort in Groningen. De stad kent hij inmiddels een beetje, maar de meest exotische locatie die hij tot nu toe bezocht was Lewenborg. De ideale kandidaat dus om, gewapend met zijn camera, op pad te sturen in de voormalige gemeente Ten Boer. 

Hoewel we het hem niet specifiek gevraagd hadden, ging Silvio het gebied in op zijn (niet al te beste) fiets: ‘Een buurman bood aan me met de auto te brengen, maar dat heb ik afgeslagen. Met de auto heb je de neiging van doel naar doel te rijden. Ik wilde zelf het ritme bepalen, in mijn eentje een relatie aangaan met de omgeving, om het echt te ervaren. Op deze manier zag ik alles.’

De dorpen

‘De dorpen in het gebied vond ik divers van karakter. Pittoresk zou ik ze niet willen noemen. Wittewierum vond ik een bijzondere plek. Je kunt het nauwelijks een dorp noemen, het is een kerk op een hoge wierde met wat huizen en boerderijen eromheen. In Winneweer was ik blij verrast een geopend café te vinden. Binnen was het vrij donker en zo goed als leeg. Ik vroeg de barvrouw of dit een ontmoetingsplek voor dorpsbewoners was. Ze vertelde dat er in het café mensen uit de hele wereld kwamen, maar niet uit Winneweer zelf.

‘Het enige dorp waar ik weinig bij voelde was Ten Post. Ik kon er geen dorpskern ontdekken en zag er een bepaalde treurigheid. In het kleine, schattige Sint Annen daarentegen is alles mooi en goed onderhouden. Lellens gaf me weer een totaal ander gevoel dan de meeste andere dorpen. Een idyllisch dorpje, mooi in balans met het landschap.’

Tussen verlaten en levendig in

‘Je vindt in dit gebied verwaarloosde, maar ook hele keurige woningen. Ik zag ook plekken die tussen verlaten en levendig in hangen. Je ziet dat er mensen wonen, maar tegelijkertijd lijken ze een beetje uit de tijd. De veel voorkomende combinatie van oude boerderijen met een nieuwe schuur erachter vond ik ook een interessant fenomeen. In de buurt van Garmerwolde ontmoette ik een oude boer, ik fotografeerde hem bij zijn nog oudere boerderij. Je ziet dat hij trots is.

‘Een bijzonder element in het gebied is de Stadsweg. Ik maakte een visualisatie van hoe lang deze is, door pakweg elke 500 meter een foto te maken. Op die manier representeert het beeld de afstand van de stad tot de gemeentegrens. Hij lijkt nooit op te houden, een eindeloze fietssnelweg die als een lange rechte lijn door de velden loopt. De Stadsweg staat voor mij symbool voor verbinding en voor de eenheid die Groningen als gemeente vormt.’

Gebied zonder ontmoetingsplekken

‘Het viel me op dat in het hele gebied nergens ontmoetingsplekken zijn, waardoor ik me ben gaan afvragen waar mensen elkaar treffen. Er wonen volgens mij aardig wat gepensioneerden, je zou zeggen dat die elkaar opzoeken. Misschien doen ze dat thuis? Ik ben niet achter dat geheim gekomen. Het winkelcentrum in Ten Boer is in mijn ervaring het enige levendige dorpshart. Dit plein, eigenlijk niet meer dan een parkeerplaats, heeft een supermarkt en wat winkels. Hier zag ik mensen komen en gaan of even stilstaan, er speelden kinderen.

‘In Woltersum zag ik een bescheiden ontmoetingsplek: een eenvoudige keet waar mensen eieren kunnen kopen. Zelfbedieningswinkeltjes als deze, maar ook veel kleinere, zag ik meer. Je laat geld achter en neemt iets mee. Het zegt iets over de eerlijkheid van mensen en over de manier waarop deze kleine gemeenschappen elkaar vertrouwen. In Italië zie je zoiets niet, de spullen zouden simpelweg gestolen worden.’

De mensen

‘Ik kwam tijdens mijn drie trips opvallend weinig mensen tegen en moest mijn best doen om er een paar te spreken. Maar de mensen die ik ontmoette, waren open en vriendelijk. Bij een weggeefwinkel in Ten Boer sprak ik een vrouw die me vertelde dat ze twintig jaar geleden in de plaats woonde waar ik opgegroeid ben. Dat is een dorpje van nog geen 3000 inwoners, een bizar toeval.

‘In Lellens had ik een bijzondere ontmoeting. Vanaf het lange pad naar de kerk zag ik in de verte een man het gebouw binnengaan. In eerste instantie kon ik binnen niemand ontdekken, de man bleek in de toren met de klok bezig te zijn. Het was de koster, hij vertelde me van alles, maar ik begreep er maar een klein beetje van. Dat hij een sjekkie op z'n lip had terwijl hij praatte, hielp niet mee. Een karakteristieke kerel, volgens mij een belangrijk figuur in het dorp.’

Geometrisch landschap

‘De gemeentegrens is een interessant, maar moeilijk vast te leggen gegeven. Ik fotografeerde het meest noordoostelijke punt van de gemeente Groningen, in Winneweer. Het meest interessante vond ik het landschap tussen de dorpen in. Toen ik mijn selectie maakte, vond ik desondanks dat er te weinig foto's van het landschap in zaten. Tijdens een van mijn tochten was er een prachtig moment, met acht ooievaars in een weiland. De foto die ik hier maakte toont de kleine afstand tussen buitengebied en stad, maar ook de veelzijdigheid van Groningen.

‘Op de laatste foto zie je een geometrisch beeld, zo heb ik het landschap ook ervaren. Het zich herhalende patroon van fietspad, sloot en weiland. De foto lijkt niet zo spannend, maar zegt voor mij veel.’

***