Scholenbouw

Het onzekere lot van voormalige technische scholen

Erfgoed op waarde geschat

Tekst:
Beeld:
Leestijd: .

Tussen pakweg 1860 en 1970 verrezen in heel Nederland ambachtsscholen en technische scholen, ook in Groningen. Vooral de naoorlogse complexen kregen de afgelopen decennia de sloophamer over zich heen. Het aantal nog bestaande technische scholen uit de periode tussen 1945 en 1970 wordt steeds kleiner. Dit is het verhaal van een cultuurhistorisch waardevol gebouwtype dat lang niet altijd een plek in de toekomst weet te veroveren.

De industriële revolutie zorgde halverwege de 19de eeuw in Nederland voor een gebrek aan goed geschoolde vakmensen. Om daar verandering in te brengen richtte de Maatschappij voor de Werkende Stand in 1861 de eerste Nederlandse ambachtsschool op. Die werd gebouwd aan de Weteringschans in Amsterdam. Leerlingen volgden er lager technisch onderwijs – voor hoger technisch onderwijs kon je terecht aan een polytechnische school.

Na 1890 groeide het aantal ambachtsscholen gestaag, tot er in 1940 ongeveer 90 waren. Kenmerkend voor de eerste scholen was de indeling in kleinere theorie- en grotere praktijklokalen. Die laatste bevonden zich op de begane grond, maar ook aan de uiteinden van de schoolgebouwen. Hierdoor ontstonden gebouwen met veelal lange voorgevels en korte zijvleugels.

Latere ambachtsscholen hadden blokvormige hoofdgebouwen met lange zijvleugels. In de jaren twintig en dertig ontwierpen architecten gebouwen met een theorievleugel en een praktijkvleugel. Afhankelijk van de locatie waren dit L- en V-vormige complexen.

Ambachtsschool en mts

In 1910 werd in Utrecht de eerste middelbare technische school (mts) van Nederland opgericht. Dit onderwijstype kwam naast de ambachtsschool te staan. Het Utrechtse mts-gebouw bestaat nog, maar heeft zijn onderwijsfunctie verloren. In de decennia daarna werden elf mts’en opgezet. Voor tien ervan werd een nieuw gebouw ontworpen, soms in combinatie met een ambachtsschool. Dit was het geval in Haarlem, Heerlen, Groningen en ’s Hertogenbosch.

In Noord-Nederland kregen Leeuwarden en Groningen een mts. Die tweede komt verderop in dit stuk aan bod. De mts in Leeuwarden werd opgericht in 1916 en was aanvankelijk een onderdeel van de ambachtsschool, met een eigen vleugel. In 1934 verhuisde de mts naar een eigen gebouw in de Molenstraat. Dat werd ontworpen door de Leeuwardense architect Andries Baart sr., die er zelf docent bouwkunde was.

De voormalige mts in Leeuwarden, ontworpen door Andries Baart sr.

Nadat de school in Leeuwarden zijn onderwijsfunctie verloor, volgden jaren van tijdelijk gebruik en leegstand. In 1998 werd het gebouw verkocht aan een projectontwikkelaar, die het in 2005 liet verbouwen en herbestemmen tot appartementencomplex. Vier jaar eerder was de voormalige mts aangewezen als rijksmonument.

Zo’n beetje de helft van de ambachtsscholen verdween na de Tweede Wereldoorlog. Van de resterende gebouwen zijn er 25 beschermd en aangewezen als gemeentelijk monument of rijksmonument. Tot de eerste categorie behoren de ambachtsscholen in Leiden (1892), Arnhem (1895), Sittard (1919) en Enschede (1922). De ambachtsscholen in Roermond (1908), Dordrecht (1919) en Zwolle (1934) zijn rijksmonumenten.

Onderwijshervorming

In 1945 werd de plek van de ambachtsschool ingenomen door de lagere technische school (lts): de voorloper van wat nu vmbo-t is. De lts bestond tot 1968 naast de mts. In 1957 werd ook nog de uitgebreid technische school (uts) ingevoerd, als optie tussen lts en mts.

73 van de ongeveer 200 gebouwde lts-complexen zijn nog als dusdanig herkenbaar. 59 daarvan zijn niet beschermd, en dus vogelvrij

Tot 1970 zijn in Nederland ongeveer tweehonderd lagere technische scholen gebouwd. 73 daarvan zijn nu nog herkenbaar als lts-complex. Van deze gebouwen zijn er veertien beschermd als monument, of aangewezen als karakteristieke bebouwing. De overige 59 complexen zijn vogelvrij, en zouden zonder pardon gesloopt of beschadigd kunnen worden.

Toen in 1968 de Wet op het voortgezet onderwijs – ook bekend als de Mammoetwet – ingevoerd werd, onderging het technisch onderwijs een reorganisatie. Wat tot dat moment de uts heette, werd een nieuwe vorm van de mts. Wie daar een diploma haalde, kon verder op hogere technische school (hts). De bestaande mts kreeg een andere invulling.

Kenmerkende gebouwen

In de vormgeving van de technische scholen is de voor die tijd gangbare architectuur terug te zien, maar is ook de ontwikkeling van het technisch onderwijs zichtbaar. De scholen uit de wederopbouwperiode kregen een kenmerkende opbouw met een meerlagig hoofdgebouw en veelal eenlagige praktijkvleugels. In de loop der tijd kregen de hoofdgebouwen steeds meer bouwlagen, terwijl de praktijklokalen meestal één laag hielden. Tot ongeveer 1958 werden lagere technische scholen met een kap gebouwd, daarna verrezen vooral de kenmerkende platte complexen.

Typisch voor het ambachts- of nijverheidsonderwijs was de grote aandacht voor praktische vakken. Dit leverde binnen de gebouwen een duidelijk verschil op tussen theorie- en praktijkdelen. De praktijklokalen in ambachtsscholen waren groter dan de theorielokalen, en bevonden zich in een aparte vleugel of op de begane grond. Er waren lokalen voor bijvoorbeeld vakken als metselen, houtbewerking en metaalbewerking.

Ook tekenles was binnen het technisch onderwijs een belangrijk onderdeel. De tekenzalen waren groter dan de andere theorielokalen en bevonden zich vaak aan de uiteinden van de gebouwen. Bij huishoudscholen waren de praktijklokalen kleiner: voor kooklessen, strijkpraktijk en ‘nuttige handwerken’ was minder ruimte nodig. De dienstruimten van technische scholen en landbouw- en huishoudscholen bevonden zich rondom de entree van de gebouwen. Hier huisden conciërges, administratie-afdelingen en directeurs.

De voormalige ambachtsschool in Heerenveen. Het originele ontwerp is van A. Brandsma Jzn., de school werd tot twee keer toe uitgebreid

Ambachts- en technische scholen werden om de twintig tot dertig jaar verbouwd en uitgebreid. Bij de relatief kleine ambachtsscholen van voor 1918 gebeurde dat veelal in de jaren vijftig. De scholen die in het interbellum gebouwd waren, tussen 1918 en 1940, waren over het algemeen vrij groot. Deze gebouwen hebben een minder duidelijk patroon van verbouwingen en uitbreidingen. Veel scholen uit de jaren vijftig, ten slotte, kregen in de jaren zeventig forse uitbreidingen.

Door de regelmatige verbouwingen en uitbreidingen ontstond een architectonische staalkaart aan vormen. Van complexen met herkenbare naoorlogse uitbreidingen zijn nog maar enkele voorbeelden. Zo heeft de ambachtsschool in Heerenveen bouwfasen uit 1908, 1952 en 1960. Het hele complex is beschermd als gemeentelijk monument. Overgebleven schoolgebouwen zoals deze, met meerdere bouwfasen, zijn op de vingers van twee handen te tellen.

Technisch onderwijs in Groningen

In de provincie Groningen zijn tussen 1890 en 1940 vijf ambachtsscholen gebouwd. De eerste stond in de stad Groningen en is intussen gesloopt. De tweede, in 1902 in Veendam gebouwd, bestaat nog. De school verhuisde in 1960, waarna het gebouw een kantoorfunctie kreeg. Op dit moment wordt gewerkt aan plannen voor een herbestemming tot woningcomplex. De ambachtsscholen in Winschoten en Appingedam, beide uit 1905, zijn gesloopt.

De Nijverheidsschool en mts van architecten Jan Gerko Wiebenga en Leendert van der Vlugt, gebouwd tussen 1922 en 1923 aan de Petrus Driessenstraat in Groningen, is een rijksmonument. Het complex, ontworpen in de stijl van het Nieuwe Bouwen, bestaat uit twee parallel gelegen vleugels met oorspronkelijk in het midden praktijklokalen. Deze zijn in 1968, samen met de conciërgewoning(en), gesloopt voor een uitbreiding van het complex.

De voormalige Nijverheidsschool aan de Petrus Driessenstraat in Groningen, ontworpen door Jan Gerko Wiebenga en Leendert van der Vlugt

Het Wiebenga-complex, zoals het tegenwoordig genoemd wordt, is een van de weinige resterende voorbeelden van een ambachtsschool met een naoorlogse uitbreiding. Het vooruitstrevende gebouw lag oorspronkelijk vrij, maar werd al snel omringd door woningbouw. Destijds werd het complex gezien als behoorlijk modern, en niet erg gewaardeerd. Het oorspronkelijke gedeelte uit 1923 is beschermd als rijksmonument, de uitbreiding uit 1968 niet. Tussen 2013 en 2018 werd het complex grondig gerestaureerd.

De voormalige Nijverheidsschool van Wiebenga en Van der Vlugt is een van de weinige resterende voorbeelden van een ambachtsschool met een naoorlogse uitbreiding

Ook lts-complexen verrezen in de periode 1945-1970 in de provincie Groningen, twaalf stuks om precies te zijn. Vijf daarvan staan nog overeind. De lts in Uithuizen, uit 1953, heeft nu verschillende functies. Het complex in Wehe-den-Hoorn, gebouwd in 1954, heeft een tijdelijke bestemming. In Winschoten heeft de lts uit 1955 intussen een woonfunctie. Dat geldt ook voor de christelijke lts aan de Heinsiusstraat in Groningen, daterend uit 1957; dit gebouw is een gemeentelijk monument. In Hoogezand-Sappemeer staat een voormalig lts-gebouw uit 1960, het heeft nu een maatschappelijke functie.

De lagere technische scholen in Appingedam, Hoogezand, Musselkanaal en Delfzijl zijn verdwenen, net als twee complexen in Groningen: aan de Antillenstraat en de Bedumerweg. Aan de Van Schendelstraat is de voormalige School voor Technisch Onderwijs, ontworpen door Jo Vegter en in 1974 in gebruik genomen, recent herontwikkeld tot appartementencomplex. Het gebouw is een gemeentelijk monument.

Steeds zeldzamer wordende uts-complexen

Tussen 1957 en 1968 werden in Nederland zo’n 25 uts-complexen gebouwd. Zeven daarvan zijn nog herkenbaar als school met hoofdgebouw en eenlagige praktijkvleugels. Van drie resteert alleen het hoofdgebouw. De overige dertien zijn in hun geheel gesloopt.

In de provincie Groningen zijn, voor zover bekend, vier uts-complexen gebouwd. Twee daarvan, in Appingedam en Stadskanaal, zijn door sloop verdwenen. De christelijke uts aan de Admiraal de Ruyterlaan in Groningen is ingrijpend verbouwd, hier huist nu het Alfa-college. De oorspronkelijke eenlagige praktijkvleugel is door nieuwbouw vervangen.

De enige voormalige Groningse uts die nog in herkenbare staat bewaard gebleven is, staat aan de Muntinglaan. Mbo-school Noorderpoort heeft er inmiddels zijn intrek genomen. In 1965 werd het complex opgeleverd, niemand minder dan het bekende Groninger architectenbureau Klein tekende voor het ontwerp.

Voor wie het door Frans Klein opgerichte bureau niet kent: het ontwierp onder meer het kenmerkende kantoorwoningcomplex op de hoek van de Ossenmarkt, de Wielewaalflat, de Heeredwingerflat aan de Ubbo Emmiussingel en het woon-winkelcomplex op de hoek van de Oude Ebbingestraat en de Rode Weeshuisstraat. Stuk voor stuk naoorlogse woongebouwen met veel kwaliteit.

De voormalige uts aan de Muntinglaan in Groningen, ontworpen door architectenbureau Klein

De voormalige uts aan de Muntinglaan heeft een hoofdgebouw met drie lagen. De hogere begane grond staat op kolommen. Naast het hoofdgebouw staat aan de Huygensstraat de forse eenlaagse praktijkvleugel. Aan de zijde van het Hoornsediep bevindt zich de gymzaal. In 2015 werd het complex gerevitaliseerd, waarbij de oorspronkelijke stalen vensters zijn vervangen door de huidige exemplaren. De vensterindeling is gehandhaafd.

Binnenin is op de begane grond nog deels de originele kenmerkende zwartgrijze natuurstenen vloer te zien. Diezelfde steen is terug te vinden in het trappenhuis, dat voorzien is van balustrades met stalen balusters en houten handlijsten.

De voor- en achtergevel bestaan uit prefab betonelementen. Aan de buitenzijde zijn de kopgevels van het hoofdgebouw uitgevoerd met geglazuurde bakstenen. Het trappenhuis bevindt zich aan de kant van de Huygensstraat. Typisch voor die tijd: de kopgevel aan de zijde van het Hoornse Diep is voorzien van een monumentaal kunstwerk.

De kopgevels van de praktijkvleugels zijn soberder, en van donkerbruine baksteen. In de voor- en achtergevels zijn de oorspronkelijke vensters en deuren ook vervangen. De gymzaal heeft donkere bakstenen, witte geglazuurde bakstenen en prefab  betonelementen. Samen met de flatgebouwen eromheen vormt de voormalige uts een gaaf naoorlogs stedenbouwkundig ensemble.

Onzekere toekomst

Architectenbureau Klein ontwierp nog drie technische scholen in het Noorden. De lts in het Friese Surhuisterveen, gebouwd in 1952, bestond oorspronkelijk uit een hoofdgebouw met twee bouwlagen en een kap, en een dubbele eenlagige praktijkvleugel met kappen. In 1966 werd de school uitgebreid. Het hoofdgebouw is inmiddels vervangen door nieuwbouw, de praktijkvleugel bestaat nog.

Drie jaar later verrees een lts van de hand van Klein in het Drentse Klazienaveen. Het complex was L-vormig, had een tweelagig hoofdgebouw met lessenaarsdak en een eenlagige praktijkvleugel. Na verschillende verbouwingen en uitbreidingen werd de voormalige lts in 2016 gesloopt. Op het naastgelegen perceel was intussen een nieuwe school gebouwd.

Schoolgebouwen van het type zoals in Wehe-den-Hoorn zijn bijna uitgestorven. Landelijk werden er 37 gebouwd, waarvan er nu nog negen over zijn

De door Klein ontworpen lts in het Groningse dorp Wehe-den-Hoorn, daterend uit 1954, is er nog wel. Het hoofdgebouw heeft twee bouwlagen, net als de gymvleugel. Zowel deze delen als de lokalen in de praktijkvleugel hebben een lage kap. De latere uitbreiding staat haaks op het hoofdgebouw en heeft een plat dak.

In de hallen en de gangen vind je nog de oorspronkelijke tegelvloeren. De bakstenen lambriseringen zijn deels geverfd. Hoewel de oorspronkelijke vensters zijn vervangen, is de vensterindeling gehandhaafd. Momenteel huisvest de school verschillende tijdelijke functies; de toekomst is nog onduidelijk.

Schoolgebouwen van het type zoals in Wehe-den-Hoorn, met een hoofdgebouw met twee bouwlagen en kap, zijn bijna uitgestorven. Landelijk werden er 37 gebouwd, waarvan er nu nog negen over zijn. Voor vier daarvan is de toekomst onzeker.

De voormalige lts in Wehe-den-Hoorn, ontworpen door architectenbureau Klein

Sluipend verdwijningsproces

Het aantal nog bestaande technische scholen uit de periode tussen 1945 en 1970 wordt steeds kleiner. Van de ongeveer 200 die in Nederland gebouwd zijn, zijn nog 74 herkenbare complexen over. In de provincie Groningen zijn zes van de twaalf technische scholen overeind gebleven.

De toekomst van de technische scholen in Zevenaar (sloopdreiging wegens woningbouw), Borculo (leegstand), Beilen (sloop gepland in 2027 wegens betrekken nieuwbouw) en Someren (toekomstig functieverlies) is onzeker. En zo zijn er meer voormalige schoolgebouwen die bedreigd worden. Landelijk gaat het, voor zover bekend, op dit moment om tien complexen.

Het verdwijnen van technische scholen uit de wederopbouwperiode gaat sluipenderwijs. Enerzijds komt dat door het ontbreken van specifieke kennis over de typologie, en over het landelijk aantal gebouwde en intussen verdwenen technische scholen. Een andere oorzaak is dat veel school- en gemeentebesturen niet verder denken dan de gemeentegrenzen. Bovendien hebben ze vaak een voorkeur voor sloop en nieuwbouw.

Daarbij spelen de toenemende eisen op het gebied van duurzaamheid een rol, net als het gebrek aan kennis of de wil om zich te verdiepen in de mogelijkheden die deze gebouwen op dat vlak bieden. Door deze combinatie van factoren is landelijk het aantal technische scholen uit de periode 1945-1970 intussen met 50 tot 60 procent gedaald.

Gave, herkenbare voorbeelden van technische scholen worden steeds zeldzamer. Een aanwijzing als monument kan redding bieden, en het cultuurhistorisch waardevolle erfgoed voor sloop behouden en toekomst bieden. Gezien de snelle afname moeten we daar niet te lang mee wachten.

Ook de lts in Wehe-den-Hoorn heeft geen beschermde status. De zeldzaamheid van dit type lagere technische school, de waarde en betekenis op cultuurhistorisch vlak én de betekenis van het architectenbureau Klein voor Groningen, maken dat de voormalige lts die status zo snel mogelijk alsnog moet krijgen.

Headerbeeld: De technische school in Leeuwarden aan de Nijlânsdyk 4 wordt gesloopt in 2019 // Foto: Van der Wal sloopwerken