Genereuze stad, genereuze stedeling

23 januari 2020 Door Leestijd: 6 minuten

Om op een fijne, circulaire en eerlijke manier op deze aardkloot te kunnen blijven leven moet er veel veranderen: systemen moeten om, steden en huizen moeten anders en ook ons gedrag heeft een make-over nodig. Met een open en nieuwsgierige blik gaat Maartje ter Veen voor Noorderbreedte en GRAS een driewekelijkse zoektocht aan. In de overtuiging dat het kleine meer invloed heeft dan we doorgaans beseffen.

Foto: Maartje ter Veen

Het is koud en het miezert als ik mijn hardloopschoenen aantrek. Onderweg naar mijn renrondje in het park, midden op het zebrapad, vergeet een vrouw achter het stuur voor mij te remmen. Ik spring opzij. Ze mist me op een haar.

De vrouw lacht vriendelijk. Ik pers mijn lippen tot een zure glimlach. Het was eng, ik zag het al misgaan – en zij zeker ook.

Het is een ontmoeting zoals ze in de stad vaker plaatsvinden. Gevaarlijk, maar zonder kwade wil. Natuurlijk zijn we beiden blij dat het niet tot een botsing kwam. Toch hebben we het allebei op een andere manier ervaren. Mijn lijf, haar auto.

Een stad voor iedereen

Interactie en botsing zijn essentiële onderdelen van een stad. Een stad waar ruimte is voor perspectiefwisselingen is in de basis een stad waar ruimte is voor diversiteit. Dat is alleen in de praktijk niet zo vanzelfsprekend. Niet in de laatste plaats omdat we gericht zijn op efficiëntie en perfectie, in plaats van op imperfectie en ongemak.

Zo noemen professionals een diverse stad snel een ‘inclusieve stad’. Een concept waarmee we een fijne, gezamenlijke, kom-er-allemaal-bij-wereld kunnen bedenken. ‘Een stad voor iedereen’, het klinkt prachtig. Wie wil dat nu niet?

Zo’n inclusieve stad is een illusie. Het is een Disney-concept waarmee verschillen, ongelijkheid en privileges worden gladgestreken. Zo raken de dynamische eigenschappen van diversiteit uit beeld. Inclusief betekent immers insluiten, het scheppen van een kader. Een kader waar iedereen in past?

Mensen, diversiteit en onze samenleving zijn niet statisch, maar dynamisch. Niemand is daarom gebaat bij het vaststellen van een kader. Onze steden hebben een open structuur en vrije ruimtes nodig, met stedelingen die zich er met een onderzoekende en open blik doorheen bewegen.

Graag noem ik dit een genereuze stad. Dit schreef ik er eerder over: ‘Het is een plek waar ruimte is voor confrontatie én een plek waar we vol verwondering kijken naar het bijzondere gedrag van de ander en onszelf. In deze stad ontkomen we er niet aan om in het ongemak te zoeken naar nieuwe inzichten die deze confrontaties ons brengen.’

Blikwisselingen en openbare ruimte

We hebben allemaal ons eigen venster op de wereld. Het raamwerk van waaruit we haar bezien. Het is lastig en eng om bij dat venster weg te lopen.

Blijf jij bij je eigen blik? Of durf je jezelf te bevragen op momenten van verwondering en confrontatie? Dat is de manier waarop we ruimte maken voor ‘culturele mobiliteit’. Het moment waarop we de kans krijgen onze eigen acties en ons denken te transformeren, door het zien van ‘de ander’.

Het moment van: huh?! Kan het ook zo?

In het boek ‘Op zoek naar nieuw publiek domein’ uit 2001 onderzoeken en beschrijven Maarten Hajer en Arnold Reijndorp verschillende manieren waarop publiek domein onderdeel is van ons dagelijks leven. En, nog interessanter, hoe we hieraan kunnen ontwerpen. Het boek is het herlezen waard. 

Niemand kan door het venster van een ander kijken, maar iedereen kan moeite doen weg te stappen achter dat van zichzelf

Een belangrijke conclusie van de auteurs is dat het ontwerpen van openbare ruimte voor diverse groepen niet gaat over het egaliseren van de ruimte. Het doel is niet het ‘voor iedereen bruikbaar maken’ van plekken. Het draait juist om het bruikbaar maken voor verschillende gebruikers naast elkaar. Dat is waar blikwisselingen plaats kunnen vinden en culturele mobiliteit kan ontstaan.

Inderdaad, ‘kan ontstaan’. Want vrije plekken dwingen niet, maar ‘maken mogelijk’ en ‘scheppen condities’. Wat mensen ermee doen staat ze in principe vrij.

Sinds het verschijnen van ‘Op zoek naar nieuw publiek domein’ zijn we bijna twintig jaar verder. Het woordje kan mag inmiddels vet en met kapitalen worden gedrukt. Steeds minder mensen ervaren de openbare ruimte zonder dat er een (telefoon)scherm in het spel is. En daarmee wordt de kans op verrassing en confrontatie in de stad steeds kleiner.

De manier waarop we ons tegenwoordig door onze steden bewegen komt akelig sterk overeen met de door Lieven De Cauter (ook in 2001) beschreven capsulaire samenleving. Hij omschrijft hoe er steeds vaker afstand zit tussen onszelf en de wereld. Vanuit ‘capsules’ (de auto, slimme telefoon, tv, computer, laptop…) kijken we door vensters naar de wereld.

Binnen deze capsules, in onze ‘bubbels’, zien we nauwelijks ‘anderen’. Zo distantiëren we ons steeds meer van elkaar, van ongemak en imperfectie.

Genereuze stad, genereuze stedeling

Tijdens een workshop met internationale Stadjers en geboren Groningers stel ik de vraag of we Groningen als genereuze stad kunnen zien. De tweede groep vindt van wel, de eerste van niet. Wat zegt dat over Groningen? Iedere stedeling haar blik, iedere Stadjer haar stad?

De genereuze stad is nooit af. De manier waarop we confrontaties ervaren is nooit gelijk. Niemand kan door het venster van een ander kijken, maar iedereen kan moeite doen weg te stappen achter dat van zichzelf. De waarheid is dat als je bent voor ‘een stad voor iedereen’ je jezelf niet meer buiten dit idee kunt plaatsen. Dan ontkom je er niet aan hier zelf mee aan de slag te gaan.

We zijn blind voor het perspectief van de ander. En een beetje bang. Want nieuwe inzichten betekenen per definitie dat er bij jezelf misschien iets moet veranderen. Dan kan je niet meer doorswipen en wegkijken, maar moet je aan de bak.

Terug naar de bijna-botsing. Openstaan voor een andere blik, voor een ander perspectief, is ongemakkelijk en lastig. In hoeverre kan je vanuit jouw perspectief het perspectief van de ander zien? Waar in het voorbeeld van de bijna-botsing de ongelijkheid er dik bovenop ligt, is dat in andere gevallen meestal niet zo. 

Een van mijn beste vrienden groeide niet op in Nederland. Zij vertelde me dat ze het kennen van alle mores en van de kleine dagelijkse geschiedenis van de stad mist. Daar stond ik nooit eerder bij stil, het is in mijn dagelijks bestaan vanzelfsprekend.

Privileges maken blind en daarmee blijft ongelijkheid onzichtbaar. Totdat je de vraag stelt aan jouw stadsgenoot:

‘Hoe genereus was de stad vandaag voor jou?’

Genereuze stedelingen maken de genereuze stad. Doe je scherm weg als je buiten bent. Stap uit je auto. Begeef je in het ongemak. Zie elkaar en verander!

***

Deze column is ook te lezen op de website van Noorderbreedte.