Een frisse blik op een nieuwe Oosterpoort

27 mei 2022 Leestijd: 7 minuten

Over een nieuw muziekcentrum, ter vervanging van De Oosterpoort, wordt al jaren gesproken. Het voorlopig nog imaginaire gebouw heeft intussen de werktitel De Nieuwe Poort gekregen, en er is zelfs al een locatie geprikt. Architect Robin van Rootselaar bedacht een radicaal alternatief voor de bestaande plannen.

Robin van Rootselaar

Begin 2022 werd bekend dat de bouw van De Nieuwe Poort, op de beoogde locatie ten zuiden van het Hoofdstation, een stuk duurder wordt dan aanvankelijk gedacht. Voorlopig staat het gebouw er nog niet. De Groninger gemeenteraad moet uiteindelijk de knoop doorhakken, maar tot dat moment is er nog ruimte voor alternatieve ideeën. En die zijn er.

Robin van Rootselaar is architect, hij werkt voor VdP Architecten. In 2021 studeerde hij af aan de Academie van Bouwkunst in Groningen. Zijn afstudeerthema? De vernieuwing van De Oosterpoort. Van Rootselaar pleit ervoor het muziekcentrum op te delen in verschillende gebouwen, verspreid over de binnenstad.

‘Om te beginnen ga ik met dit idee in tegen de trend van het plaatsen van theaters in grote dozen aan de randen van de stad. En ik geef cultuur weer een plek in het hart van Groningen. Maar daarnaast wil ik de gebruikers van de stad bewust maken van de rijke cultuurhistorie die overal nog zichtbaar is.’

Het afstudeeronderzoek van de jonge architect begon, zoals hij het zelf omschrijft, met een realistische studie naar de binnenstad. Hoe maak je daar ruimte voor een cultuurfunctie? Van Rootselaar onderzocht hoe dat stedenbouwkundig zou werken, maar maakte ook een architectonisch plan voor een van de door hem beoogde locaties. Daarbij projecteerde hij een multifunctionele zaal in misschien wel het meest heilige gebouw van Groningen: de Martinikerk.

Een culturele route leidt mensen langs verschillende locaties in het oostelijk deel van de binnenstad

De binnenstad als foyer

Van Rootselaar analyseerde het programma van eisen voor een nieuwe Oosterpoort. ‘Daarna ging ik in de stad zoeken naar plekken waar nu weinig gebeurt en waar gebouwen binnenkort leeg komen te staan, of naar mijn inzicht nu niet goed worden gebruikt. Wat als je daar een cultureel programma plaatst?’

Voor zijn idee pikte Van Rootselaar er vier locaties uit, allemaal in het oostelijk deel van de binnenstad: het politiebureau aan de Rademarkt, de locatie aan het Kattendiep waar tot voor kort Holland Casino zat, de plek van de Harmonie aan de Kreupelstraat en – als uitsmijter – de Martinikerk.

‘Met een route tussen verschillende gebouwen dwing ik mensen om de stad in te gaan, in plaats van dat ze urenlang in een allesomvattend cultuurgebouw verblijven’

Zowel de locaties zelf als de ruimtes ertussen zijn interessant, vindt Van Rootselaar. In zijn plan maakte hij een aantal culturele routes waarin hij middeleeuwse steegjes en hofjes opnam. Bezoekers kunnen zo vanaf de locatie van de huidige Oosterpoort en het naastgelegen conservatorium via de Rademarkt, het Kattendiep, de Grote Markt, de Kreupelstaat en de nieuwe Kunstwerf aan de Bloemstraat naar DOT in het Ebbingekwartier.

De binnenstad van bovenaf, met in goud vier nieuwe cultuurgebouwen // Model: Cityscale

Op elke plek vinden ze een ander cultureel programma. Iets drinken of eten kan bij de talloze cafés en restaurants die hier al zijn – dat hoeft niet in een cultuurgebouw zelf, vindt Van Rootselaar. ‘Daarmee dwing ik mensen als het ware om de stad in te gaan en meerdere gebouwen te bezoeken, in plaats van dat ze urenlang in een allesomvattend cultuurgebouw verblijven.’

Met een eenvoudige ingreep als het leggen van herkenbare bestrating worden voorbijgangers gewezen op bijzondere plekken, of worden ze een bepaalde kant op gestuurd. Uit zichzelf ontdekken ze vervolgens het historische netwerk van steegjes en gangen dat Groningen rijk is. ‘Eigenlijk wordt op deze manier de binnenstad zelf de foyer van de verschillende culturele gebouwen. De tocht van de ene naar de andere locatie is onderdeel van een theaterstuk langs verschillende plekken die de tijdlagen van de stad representeren.’

Een concertzaal in de Martinikerk

Voor het ontwerpgedeelte van zijn afstudeeropdracht zoomde Van Rootselaar in op de Martinikerk. Het is voor hem in potentie de mooiste zaal van de stad. ‘De benodigde ingrepen daarvoor zijn in theorie niet ingewikkeld. Het gaat om de logistieke toe- en afvoer, zowel van goederen als bezoekers, en het creëren van zitplekken. Dat is alles.’

De Martinikerk wordt op dit moment al gebruikt als multifunctionele zaal, dus dat idee was niet nieuw. Maar het gebouw heeft geen plek voor een garderobe, toiletten, kleedruimtes en opslag. Die functies voegde Van Rootselaar toe in een nieuwbouwdeel dat hij tussen de bestaande noordwand van de Grote Markt en de kerk plaatste. Het ontwerp is een reeks poorten die, als verlengstuk van de Martinikerk, bezoekers en passanten op subtiele wijze van plein naar plein en naar de kerk zelf leidt.

In het ontwerp van Van Rootselaar ontstaat rondom de Martinikerk een nieuwe stedenbouwkundige situatie

Maquette met zicht op de ‘poorten’ die Van Rootselaar tussen de noordwand van de Grote Markt en de Martinitoren toevoegde, gezien vanuit de Kreupelstraat

De toevoeging is niet alleen praktisch, maar maakt ook het centrale stadsplein tot een fijnere plek. Van Rootselaar keek naar de vooroorlogse situatie, waarin de Grote Markt door de bijna gesloten noordwand beter functioneerde als plein. ‘Door het gebrek aan afsluiting loopt de markt nu als het ware leeg. Als je een nieuw stuk toevoegt tussen de Martinikerk en de noordwand, maak je ook het plein beter.’

Aan de andere kant levert de nieuwbouw een voorplein op, gericht op het Prefectenhof. Het oorlogsmonument dat daar staat maakt de architect onderdeel van het decor, door het simpelweg een kwartslag te draaien. ‘Ik heb geprobeerd om zo goed mogelijk gebruik te maken van wat de stad al te bieden heeft. Want zó hoor je in mijn optiek met een stad om te gaan: behouden waar het kan, vernieuwen waar het moet.’

Oude plekken met een nieuwe betekenis

‘Hoe meer onderzoek ik deed, hoe meer ik erachter kwam hoe mooi Groningen is’, zegt Van Rootselaar. ‘En wat een culturele gelaagdheid de stad heeft, en hoe die overal terug te vinden is.’ De Martinikerk ging bijvoorbeeld van een klein kerkje naar een kruisbasiliek en uiteindelijk naar zijn huidige vorm. Onder de grond kun je die lagen zien.

‘Ik ben zelf onder de vloer gekropen. Je bleek daar vrij makkelijk te kunnen komen. De geschiedenis van de kerk wilde ik laten terugkomen in mijn ontwerp. Dus koos ik ervoor de zaal in de kerk zelf te plaatsen, maar de route erheen deels ondergronds te laten lopen. Op die manier zien bezoekers met eigen ogen de aanwezige tijdlagen.’

‘Als je dit echt zou uitvoeren, zou ik niet weten hoe je dat doet zonder dat de toren omvalt’

Van Rootselaar grinnikt. ‘Als je dit echt zou uitvoeren, zou ik niet weten hoe je dat doet zonder dat de toren omvalt. Aan de constructieve impact die de ingrepen in mijn voorstel zou hebben, heb ik niet specifiek aandacht besteed. Ik heb vooral naar de beleving van de ruimte gekeken, die potentie wilde ik zichtbaar maken.’

Impressie: om de geschiedenis van de kerk zichtbaar te maken, liet van Rootselaar de route naar de zaal deels ondergronds lopen

Impressie: De ondergrondse entree van de Martinikerk, met rechts de aansluiting op de noordwand van de Grote Markt

De architect is zelf de eerste om toe te geven dat zijn idee niet de meest voor de hand liggende of haalbare ingrepen behelst. Zowel het spreiden van De Oosterpoort over meerdere locaties als het verbouwen van de Martinikerk: begin er maar eens aan. Maar dat is ook niet waarom hij bij zijn afstudeeropdracht voor dit thema koos.

‘Met de keuze voor deze opgave, naast de relevantie en de actualiteit van het vraagstuk, laat ik vooral zien hoe ik tegen het vak aankijk. En hoe ik zou willen dat we met de stad omgaan. Bij de voortdurende ontwikkeling van een stad krijgen plekken telkens een nieuwe betekenis. Als je bij een nieuw project een cultuurhistorische verbinding maakt, krijg je een ontwerp dat reageert op de historie en op de hedendaagse context.’

Of het plan van Van Rootselaar nou realistisch is of niet: het openhouden van verschillende opties voor De Oosterpoort blijft raadzaam. Kiezen voor de op het oog makkelijkste weg is geen duurzame oplossing: de stad wordt er niet per definitie beter van.

Deze maand moet het nieuwe coalitieakkoord afgerond worden. Ook de toekomst van De Oosterpoort en zijn mogelijke opvolger zal daarin een plek krijgen. Vervolgens ligt de bal bij de gemeenteraad. In plaats van te proberen hem spectaculair vanaf de middenlijn in de kruising te willen schieten, is een tikkie breed misschien verstandiger.