De schaduwkant van het erfgoedactivisme

25 november 2021 Leestijd: 20 minuten

Op veel plekken in Groningen wordt gebouwd. Dat leidt niet zelden tot conflicten met partijen als Heemschut en de Vrienden van de Stad. Zij vrezen de aantasting van erfgoedwaarde – en vaak hebben ze een punt. Maar minstens zo vaak schieten ze door. Het gevolg: eindeloze vertraging en kostbare procedures. Natuurlijk hebben we hinderlijke horzels nodig die plannen kritisch tegen het licht houden. Maar zou het ook op een andere manier kunnen?

Het Werkmanhof in aanbouw, Pelsterstraat // Foto: Peter de Kan

Aan de Pelsterstraat wordt gebouwd. Op de plek waar tot een paar jaar geleden de Wibra zat, komt een nieuw pand: het Werkmanhof, vernoemd naar graficus en Ploeg-lid H.N. Werkman die hier jarenlang zijn drukkerij had. De monumentale gevel van nummer 31 blijft staan. Het is een intrigerend gezicht. Een forse steiger houdt de gevel overeind terwijl daarachter volop gebouwd wordt aan wat nieuws. Vroeger plaatsten we nieuwe gevels voor een oud pand, nu doen we het omgekeerde.

Erfgoedvereniging Heemschut volgt de ontwikkeling met argusogen.

‘Jammer dat het dakenlandschap verder vervlakt: van schilddak naar plat dak. In strijd met het bestemmingsplan en natuurlijk goed bevonden door de gemeente Groningen. Zitten we weer in procedure’, stelt de beheerder van het Heemschut-twitteraccount eerder dit jaar in reactie op een tweet waarin ik het plan van Zofa architecten prijs. De erfgoedvereniging vindt ook dat de nieuwbouw te hoog wordt. Bovendien vinden ze het ‘gevelarchitectuur in optima forma: geen verband meer tussen vorm en inhoud’.

Tot een procedure kwam het bij de Pelsterstraat aanvankelijk niet, al bereikte ons op het moment van plaatsing van dit artikel het bericht dat Heemschut de gang naar de rechter alsnog heeft gemaakt. Wonderlijk, want met het Werkmanhof is weinig mis. Het plan snapt de plek, zit zorgvuldig in elkaar, voegt nieuw (woon)programma toe aan de binnenstad en zorgt voor het behoud van een markante gevel.

Natuurlijk had het allemaal nog beter gekund. Zo was de oorspronkelijke opzet typologisch wat rijker. Naast appartementen voor een- en tweepersoonshuishoudens en patiowoningen zaten er bijvoorbeeld ook woonwerkwoningen in. Verder veranderde de groene hof in een verhoogd deck met looppaden en beplant met sedum en een reuzekornoelje. Al met al is de kwaliteit die nu geleverd wordt dus ruim voldoende: een collectief woongebouw waar de luwte en de reuring van de stad gevoeld kan worden. En bovenal een welkome boost voor de verder nogal sleetse Pelsterstraat.

Wat dat betreft zijn er tal van andere ontwikkelingen waar partijen als Heemschut of hun erfgoedcollega’s van de Vrienden van de Stad hun pijlen beter op kunnen richten. De sloop van industrieel erfgoed bijvoorbeeld, of het gebrekkige erfgoed- en aanwijsbeleid van gemeenten in het Ommeland.

En wat te denken van de slechte, liefdeloze plannen die de stad oprecht schade aandoen? Daar zijn er nogal wat van. We kennen ze allemaal: van het optoppen van panden en het volbouwen van binnenterreinen tot belabberde nieuwbouw vol dure jongerenstudio’s. Alleen al een wandeling over het Zuiderdiep of langs het Boterdiep illustreert de ellende.

Gelukkig richten beide clubs zich ook op dit soort ontwikkelingen. Met regelmaat wordt in stad en provincie aandacht gevraagd voor bedreigd erfgoed. Zo agendeert Heemschut (terecht) het behoud van de steenfabriek Enzelens in Garrelsweer, de waarde van het beschermd dorpsgezicht van Loppersum, het verval van een prachtige monumentale villa aan het Beneden Oosterdiep in Veendam en de verwaarlozing van de Finse school aan de Helper Westsingel in de stad. Een gebouw dat, als we niet oppassen, straks van ellende instort. Overigens is dit een casus waar de gemeente Groningen serieus steken laat vallen, maar dat is voor een andere keer.

In veel gevallen ben ik blij met partijen die in de bres springen voor het behoud van waardevolle plekken en deel ik hun zorgen. Maar er is een flink aantal zaken waar ik minder gelukkig van word. Zo valt op dat de pijlen wel erg vaak worden gericht op plannen waar welbeschouwd weinig mis mee is. Het Werkmanhof dreigt er nu zo een te worden. En de Kunstwerf, het mooie nieuwe onderkomen van Het Houten Huis, De Noorderlingen, De Steeg en Club Guy & Roni op het Ebbingekwartier, naar ontwerp van architecten Donna van Milligen Bielke en Ard de Vries, werd er al een.

De Kunstwerf in aanbouw, Bloemsingel // Foto: Peter de Kan

‘Detonerende nieuwbouw’

In 2019 komen de gemeente Groningen en Heemschut lijnrecht tegenover elkaar te staan over de bouw van de Kunstwerf. Het leidt tot maandenlange vertragingen en eindeloze juridische procedures die de gemeenschap ettelijke tonnen kosten. En dan heb ik het nog niet eens over de gevolgschade voor de instellingen die straks de Kunstwerf gaan betrekken. Door de vertraging zijn veel van hen langer aangewezen op hun – verre van ideale – tijdelijke huisvesting. Daar komt bij dat de herontwikkeling van die tijdelijke huisvesting op zijn beurt ook opschuift in de tijd.

Wat is precies het probleem bij de Kunstwerf? In de basis vreest Heemschut dat het beeldbepalende pand Villa B aan de Bloemsingel 8 als gevolg van de nieuwbouw uit het zicht zal verdwijnen ‘en dat het aangezicht van de gevelwand met monumentale gebouwen ontsierd zou worden door een achterkant van detonerende nieuwbouw’.

De enige resultaten van het activisme van Heemschut tegen de Kunstwerf waren een maandenlange vertraging, torenhoge kosten voor de gemeenschap en frustraties over en weer

Mijn eerste gedachte: dit is een kwestie van smaak. Bovendien getuigt het van weinig vertrouwen in de kunde van de betrokken ontwerpers. Daarbovenop is het kritiek die een lichte zweem van angst voor verandering met zich meedraagt. Maar dat kan aan mij liggen.

Wie zich wat verder in de materie verdiept, constateert dat er meer speelt.

‘Het is de erfgoedbeschermers al tijden een doorn in het oog dat het college van burgemeester en wethouders telkens weer gebruik maakt van haar uitzonderingsbevoegdheid en de gemeenteraad dit toelaat. Hierdoor kunnen bouwplannen die volgens een bestemmingsplan niet toegestaan zijn, toch doorgang vinden’, schrijft Heemschut begin februari 2020 op de eigen site.

Hier komt de aap uit de mouw. Heemschut duidt vooral op de zogenaamde kruimelregeling die Nederlandse gemeenten sinds november 2014 breder in kunnen zetten. De regeling maakt het mogelijk om plannen die afwijken van het bestemmingsplan toch een vergunning te geven. En ja, dat is natuurlijk een stuk makkelijker dan het eerst aanpassen van het bestemmingsplan – doorgaans nogal een tijdrovende aangelegenheid.

Heemschut heeft eigenlijk vooral morele bezwaren: ‘In de kern is regeren op basis van uitzondering anti-democratisch en een vloek voor het vertrouwen van de burgers in de politiek. Het is immers de gemeenteraad die het bestemmingsplan vaststelt. Nu dit door de werkwijze van de burgemeester en wethouders en raad van de gemeente Groningen een betekenisloos document is geworden, kan de raad wel naar huis.’

De erfgoedvereniging vergeet erbij te vermelden dat de gemeente in essentie niets verkeerd doet. Al tijden zijn er mogelijkheden om 'buitenplans' af te wijken, bijvoorbeeld via de kruimelregeling. Sterker: bij afwijkingen van het bestemmingsplan is de kruimelregeling doorgaans de weg die belopen dient te worden.

En dat antidemocratische karakter? Tja, bij mijn weten zit het college van B&W er op basis van ‘ons’ mandaat: de inwoners van de gemeente Groningen. Daar komt bij dat de raad regelmatig is geïnformeerd over de Kunstwerf en het hele plan nota bene het gevolg is van een publiek breed uitgedragen prijsvraag. Hoe democratisch wil je het hebben?

Maar wat hebben die procedures nu opgeleverd? Staat die ‘detonerende nieuwbouw’ straks het uitzicht op Villa B te verpesten? Kreeg Heemschut z’n zin? Om eerlijk te zijn: een beetje ‘ja’ en verder vooral heel erg ‘nee’. Zowel de rechtbank als de Raad van State tikten de gemeente op de vingers. Niet vanwege het toepassen van de kruimelregeling maar om de ietwat rommelige wijze waarop de gemeente de procedures had doorlopen. 1-0 voor Heemschut.

Leidde dat tot een aanpassing van het plan? Nou, nee. Nadat de gemeente met een betere onderbouwing kwam, kon de vergunning gewoon verstrekt worden. En, oh ironie, nu de bouw van de Kunstwerf vordert, kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat Villa B er straks beter bij ligt dan ooit. Je hebt straks een prachtig zicht op de oude gevel. Bonuspunten voor de architecten en voor de gemeente Groningen, die het allemaal initieerde en vol voor deze oplossing ging.

Het resultaat van de gang naar de rechter en de Raad van State? Maandenlange vertraging, torenhoge kosten voor de gemeenschap en frustraties over en weer.

Voormalige openbare bibliotheek, Oude Boteringestraat // Foto: Peter de Kan

Juridische hole in the bucket

Zoals ik al aangaf is de Kunstwerf geen incident. Op veel dossiers trekken Heemschut en de Vrienden, al dan niet gezamenlijk, ten strijde. Zo zijn beide partijen verontrust over de herontwikkeling van de voormalige openbare bibliotheek aan de Oude Boteringestraat tot nieuwe rechtenfaculteit en, een steenworp verderop, de nieuwbouw aan de Rode Weeshuisstraat, bekend onder de naam Mercado.

‘We hebben moeite met het buitensporige ingrijpen in het beeld van de binnenstad en met de gang van zaken bij het geven van de vergunning’, zegt Vrienden-bestuurslid Pieter Bootsma afgelopen jaar in een interview in Dagblad van het Noorden. Hij doelt vooral op de bouwhoogte en, wederom, op het gebruik van de kruimelregeling door die vermaledijde gemeente.

Wat Mercado en de openbare bibliotheek gemeen hebben met de Kunstwerf en het Werkmanhof? Nou, ook hier gaat het om plannen die haast sterven in zorgvuldigheid. Zo wordt de oude bibliotheek vrijwel onzichtbaar met een etage opgehoogd conform een ontwerp van Cruz y Ortiz. En dat allemaal met instemming van Giorgio Grassi, de architect van de oude bibliotheek, die als geen ander weet hoe je in de bestaande stad dient te bouwen. Die extra hoogte kunnen het pand en de plek overigens prima aan. Ik geef je op een briefje: over een paar jaar, als alles klaar is, heeft niemand het nog door.

Eigenlijk geldt hetzelfde voor Mercado, een ontwikkeling van MWPO en ontworpen door Loer Architecten en De Zwarte Hond. Dit plan zorgt niet alleen voor een broodnodige impuls in de Rode Weeshuisstraat, het voegt ook nog eens vernieuwend programma toe aan de stad. Daarbij zijn ondanks – of misschien wel dankzij – de kruimelregeling de procedures keurig gevoerd. De motivatie waarom de plek deze hoogte aankan zit goed in elkaar. De ontwikkelaar betrok de buurt uitvoerig bij de planontwikkeling, met louter enthousiasme als resultaat. En een eerder plan werd aangepast om het beter te laten aansluiten op de context.

Zo werk je samen aan een stad.

Gelukkig bleef het bij zowel Mercado als de verbouwing van de bibliotheek bij (afgewezen) bezwaren en volgden geen tijdrovende en kostbare juridische procedures. ‘Wij hadden ook niet direct het idee de juridische hole in the bucket te hebben gevonden’, stelt Bootsma in hetzelfde artikel in het Dagblad. ‘Het heeft nu geen zin en het is maatschappelijk ook onfatsoenlijk om door te procederen.’

Zo op het oog een redelijke reactie. Alhoewel… juridische hole in the bucket? Bedoelt hij dat als dat gat wel gevonden was de procedures alsnog zouden zijn gestart? We zullen het nooit weten, maar ik vrees het ergste.

Inbreuk op het beschermd stadsgezicht?

Het brengt me bij een andere ontwikkeling die eveneens hoog opliep. Eén waar de erfgoedpartijen dit keer niet in de frontlinie stonden, al werd op social media duidelijk een kant gekozen. Het gaat natuurlijk om de nieuwe Kattenbrug, die momenteel gebouwd wordt over het Schuitendiep.

Mateloos heb ik me de afgelopen maanden geërgerd aan de queeste van jurist en galeriehouder Kors van Bladeren – zelf niet eens inwoner van de stad. Met zijn bezwaren en vooral de juridische procedures die daaruit volgden, zorgde hij voor eindeloze vertraging. Als een oude schoolmeester las hij in mei dit jaar in Dagblad van het Noorden de gemeente de les: ‘Het gaat mij om de bescherming van onze democratische rechtsstaat tegen de arrogantie van de macht.’

Dat bij de bouw van de Kattenbrug te weinig rekening gehouden is met het beschermd stadsgezicht is lariekoek. Als het plan ergens in uitblinkt, is het wel de zorgvuldigheid waarmee het is gemaakt

Volgens Van Bladeren, gesteund door een aantal omwonenden, heeft de gemeente onvoldoende nagedacht over de impact van de nieuwe Kattenbrug op het beschermd stadsgezicht. Ook is er vrees voor overlast van de bussen die straks over de nieuwe brug gaan rijden. Verder is Van Bladeren bang voor schade aan zijn monumentale pand op de hoek van het Schuitendiep en het Gedempte Kattendiep; de plek waar zijn galerie gevestigd is. Dat laatste maakt hem als niet-inwoner wel tot belanghebbende.

Wie zich wat verder verdiept in de bezwaren merkt dat ook hier frustratie over – een overigens goed gefundeerde – afwijking van het bestemmingsplan de hoofdrol speelt. In dit geval het Bestemmingsplan Water uit 2010, waar de Kattenbrug niet op ingetekend stond. Precies dat gebruiken de bezwaarmakers als stok om mee te slaan.

Gelukkig is de bouw recent weer gestart. Ik durf haast niet uit te rekenen wat alle vertragingen rond de Kattenbrug de gemeenschap hier hebben gekost. Maar het zal opnieuw ettelijke tonnen bedragen. En dan heb ik het nog niet eens over de vertraging die al dat geprocedeer met zich mee had kunnen brengen voor ontwikkelingen elders in de stad.

Die Kattenbrug komt er namelijk niet voor niets. Het is een belangrijke, zo niet essentiële schakel in het busvrij maken van de Grote Markt, en daarmee een groot deel van de binnenstad. Wat dat de stad oplevert aan ruimtelijke kwaliteit is wel te zien aan de andere kant van het centrum. Daar zijn de bussen inmiddels al een paar jaar weg. Ik kan me nauwelijks voorstellen dat iemand daar nog een traan om laat.

De Kattenbrug in aanbouw, Schuitendiep // Foto: Peter de Kan

Natuurlijk begrijp ik de omwonenden en Van Bladeren in hun vrees voor overlast en schade aan panden. De kans op schade moet vanzelfsprekend minimaal zijn en de overlast beperkt – al wonen we wel in een stad en rijden in de directe omgeving ook in de huidige situatie al talloze bussen. En uiteraard vind ook ik dat de gemeente alles netjes moet doen: van een gedegen inspraak- en participatieproces tot het maken van goede plannen en het volgen van (de eigen) regels.

Maar de kritiek op de gebrekkige rekenschap met het beschermd stadsgezicht? Sorry, dat is echt lariekoek. Als het plan voor de Kattenbrug van Korth Tielens Architecten ergens in uitblinkt, is het wel de zorgvuldigheid waarmee het is gemaakt. Ook bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed gingen de handen snel op elkaar.

Het plan is niet alleen mooi en zorgvuldig, maar geeft de openbare ruimte rond het diep bovendien een enorme impuls. De kade wordt toegankelijk en deels verlaagd en er komt ruimte voor een aantal royale bomen, die dankzij een forse boomcirkel ook echt de kans krijgen groot te groeien. Bovendien ontstaat er naast ruimte voor de bus ook een nieuwe route voor fietser en voetganger. Die kan op termijn – en hopelijk snel – van waarde zijn voor het wakker kussen van het vergeten stukje binnenstad aan de overkant van het diep: het Schuitenschuiverskwartier en de omgeving van de Oosterhaven. Zelfs als de bussen op termijn helemaal uit de binnenstad zouden verdwijnen – dus ook van het Zuiderdiep – is het de investering meer dan waard.

Activisme in vele vormen

Wat maakt dat ik me zo stoor aan het activisme van Heemschut, de Vrienden van de Stad Groningen en jurist en galeriehouder Van Bladeren? Allereerst de drammerige toon, waarbij het meer lijkt te gaan over vastgeroeste gedachten over erfgoed en de stad dan over het maken van goede plannen. Kenmerkend is een eenzijdige focus op behoud en een gebrekkig vertrouwen in nieuwe ontwikkelingen. Laten we het boomer-activisme noemen.

En nee, ik kan niet ontkennen dat ook ik ‘vernieuwing’ regelmatig met argusogen volg. Lang niet ieder plan heeft de zorgvuldigheid van de hierboven genoemde. Was het maar waar.

Maar: een stad is geen museum. Hij leeft en heeft geheugen. Sterker nog, wat de stad zo interessant maakt is de afleesbare geschiedenis waarbij iedere tijdlaag z’n sporen achterlaat. Al eeuwenlang wordt aan Groningen gesleuteld. Oude panden maken plaats voor nieuwe, gevels veranderen, programma’s veranderen, gebouwen worden opgehoogd. Juist die dynamiek maakt de stad.

Alleen maar ‘tegen zijn’ en niet kijken naar de betekenis op een hoger schaalniveau is zo ontzettend improductief

Natuurlijk is het essentieel om steeds uiterst respectvol om te gaan met het erfgoed. Zeker in het eeuwenoude Groningen is een liefdevolle houding nodig, waarbij iedereen die aan de stad werkt de morele plicht heeft om waarde toe te voegen en de stad beter te maken. Daarbij mag het verleden evenwel nooit een belemmering zijn voor de toekomst. Verdiep je in de context, begrijp hem en verhoud je daartoe. Wanneer dat goed gebeurt is vernieuwing helemaal niet erg. Het is zelfs een noodzaak.

Een andere ergernis is de wijze waarop het gesprek wordt gevoerd. Heel snel wordt naar het bezwaarschrift, de boze ingezonden brief of zelfs de juridische weg gegrepen. Laten we het procedure-activisme noemen.

Ik mis een goede dialoog. Ik mis een oplossingsgerichte houding. Ik mis opbouwende alternatieve oplossingen. En ik mis vooral ook deugdelijke argumenten waarbij voorbij de plek wordt gedacht en ook het belang van de stad als geheel wordt meegenomen.

Ook storend vind ik dat het erfgoed-argument er, zeker bij Van Bladeren, haast met de haren bijgesleept wordt om het eigenlijke schoolmeester-nimby-standpunt te verhullen. Wordt de stad beter dankzij de Kattenbrug? Knapt de Rode Weeshuisstraat op van Mercado? Wat is de waarde van een passende herbestemming van de bibliotheek van Grassi? En hoe goed is het dat er volwaardig woonprogramma wordt toegevoegd aan de Pelsterstraat?

Alleen maar ‘tegen zijn’ en niet kijken naar de betekenis op een hoger schaalniveau is zo ontzettend improductief. Laten we het postzegelactivisme noemen.

Mercado in aanbouw, Rode Weeshuisstraat // Foto: Peter de Kan

De laatste ergernis betreft de eenzijdige adressering en het impliciete wantrouwen dat uit veel bezwaren spreekt. Vrijwel altijd heeft ‘de gemeente’ het gedaan. ‘Bouwplannen zijn steeds vaker een soort een-tweetje tussen ambtenaren en ontwikkelaars’, stelt Pieter Bootsma van de Vrienden van de Stad in het eerdergenoemde artikel in het Dagblad. Een nogal boude uitspraak die bovendien ver staat van de ambtenaren die ik ken.

Natuurlijk heeft de gemeente de afgelopen pakweg vijftien tot twintig jaar steken laten vallen, hier en daar zelfs forse. Al is dat lang niet altijd aan de gemeente zelf te wijten. Zo heeft een neoliberale Haagse wind het de stad op diverse ruimtelijke dossiers niet bepaald makkelijker gemaakt ­(maar wel veel pandjesbazen schathemeltjerijk). En ja, we komen uit een tijd waarin we haast blij waren met iedere bouwkraan die in de stad werd opgericht.

Achteraf zijn de resultaten daarvan bedroevend. ‘We’ hadden strenger en proactiever moeten zijn. Ook was het prettig geweest wanneer we eerder een vraagteken hadden geplaatst bij het oplossend vermogen van bepaalde marktpartijen, bijvoorbeeld op het vlak van de jongerenhuisvesting. Op veel plekken is het stadsbeeld daardoor fors aangetast. Overigens niet per se door te hoge gebouwen maar vooral door misplaatste, liefdeloos ontworpen rotzooi, puur bedoeld om geld te verdienden.

Plannen als het Werkmanhof, de Kunstwerf, Mercado, de herbestemming van de bibliotheek en de Kattenbrug daarentegen zijn toch echt van een andere orde. Ze voegen waarde toe en maken de stad beter en interessanter.

Het Goed voor Groningen-fonds

Ja, ook ik ben kritisch en vind dat de gemeente het lang niet altijd goed doet en heeft gedaan. Het kan en het moet beter. Veel meer visie. Veel meer gericht op de langere termijn. Veel meer regie. Veel hechter en vooral ook opbouwender samenwerken met corporaties en marktpartijen. Veel meer aandacht voor kwaliteit. Veel meer focus op goede stedenbouw. Veel meer werken op basis van vertrouwen. Veel minder Economische Zaken en vastgoed aan het roer. En veel meer de nadruk op waarde dan op geld.

De grap is dat dit binnen diezelfde gemeente steeds breder wordt gedeeld. Zo zie ik een bevlogen wethouder die met liefde aan de stad wil werken en donders goed snapt wat nodig is. Ook kan ik er niet omheen dat de kwaliteit van de planvorming de afgelopen vijf jaar met sprongen vooruit is gegaan. En, niet onbelangrijk: ik herken een gemeente die weer ambitie durft te hebben en aan de wieg staat van plannen die de stad zonder twijfel beter maken. Zo’n gemeente heeft vooral partners nodig.

Bij het maken van plannen horen afwegingen die lang niet altijd voor iedereen positief uitpakken. Als je een echte vriend van de stad bent, snap je dat

Laat het duidelijk zijn: het gaat me niet om de kritiek. We hebben van tijd tot tijd belang bij hinderlijke horzels die plannen kritisch tegen het licht houden en opkomen voor zaken als erfgoed, groen en ruimtelijke kwaliteit. Zo kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat het recent heringerichte plein voor de Der Aa-kerk beter is geworden nu er, mede dankzij het activisme van de Bomenridders, meer bomen zijn blijven staan dan aanvankelijk de bedoeling was.

Maar mag het alsjeblieft een beetje gedoseerd? Mag het vanuit een opbouwende, positieve en oplossingsgerichte grondtoon? Is het mogelijk om het wat minder te laten ontsporen met langdurige en geld- en energieverslindende procedures als gevolg? Wie pakt de handschoen op? Zullen we samen vrienden worden van de stad?

Naar mijn stellige overtuiging begint het allemaal met het maken van goede plannen. Vertel verhalen waar mensen enthousiast van worden. Verleid en omarm bestaande waarden. Pak als gemeente de regie. Maak duidelijk wat voor stad je wil zijn. Zet ontwerpkracht in. Organiseer draagvlak. Geef inzicht in verschillende scenario’s en laat ook duidelijk zien wat een plan kan betekenen voor het grotere geheel.

En ja: voer het gesprek. Soms op het scherpst van de snede, maar altijd op basis van inhoud en het liefst zo vroeg mogelijk in het proces. Niet alleen met omwonenden, maar met iedereen die vanuit een positieve grondtoon wil helpen om de stad mooier en beter te maken, waaronder natuurlijk ook Heemschut en de Vrienden van de Stad. Want aan hun goede intenties twijfel ik niet.

En: schuw het conflict niet. Bij het maken van plannen horen afwegingen die lang niet altijd voor iedereen positief uitpakken. Als je een echte vriend van de stad bent, snap je dat. En denk je mee, niet tegen.

Wat doen we met al dat bespaarde geld en al die bespaarde energie die we nu kwijt zijn aan procedures en planvertragingen? Ik zou zeggen: stop dat in een fonds, het Goed voor Groningen-fonds, waarmee we als echte vrienden van de stad samen goede dingen gaan doen. Of het nou de aankoop van monumentale panden is, het ondersteunen van het Groninger Monumentenfonds of het uitdagen van ondernemers en pandeigenaren om hun versleten gevels en plinten in oude luister te herstellen: het kan allemaal met die tonnen die we nu kwijt zijn aan frustratie.

Op dit moment wordt alweer volop gediscussieerd over de nieuwbouw van de muziekschool en het kunstencentrum, samen opererend onder de naam Vrijdag. Wat dat betreft zijn de voortekenen niet al te best. Maar laten we het bij wijze van proef eens pakweg twee jaar proberen. Twee jaar niet procederen. En er gewoon tijdig en op een opbouwende manier met elkaar uitkomen. Dat is toch niet te veel gevraagd?

***