Ambachtswerk

De Onmisbaren // Aflevering 1

Meubelmaker Peter Jan Brouwer maakt met klassieke methoden toekomstbestendige producten

Tekst:
Beeld:
Leestijd: .

Ambachtswerkers zijn onmisbaar. Ze dragen bij aan de identiteit en de cultuur van een plek. Timmermannen, schilders, metselaars, restaurateurs – zonder hun handmatige vakwerk zou onze omgeving een stuk schraler, saaier en lelijker zijn. Wie zijn de ambachtslieden die we zo hard nodig blijven hebben? Op zoek naar de Groningse makers van nu ging Sharon Boersma langs bij meubelmaker Peter Jan Brouwer.

In een maatschappij waar alles sneller, makkelijker en goedkoper lijkt te moeten, wordt ambachtswerk steeds schaarser. Waarom investeren in een kast die over een paar maanden pas af is, als je ook langs een van de vele woonwinkels kunt? Dat scheelt tijd en geld.

Met een ambachtelijk gemaakt meubelstuk daarentegen haal je een uniek item in huis, iets waar passie en energie in gestoken is. Zelf herinner ik me hoe mijn vader vroeger dingen repareerde en maakte. Hij had een schuur met een werkplaats waar hij urenlang in kon verdwijnen. Het rook er naar hout, lijmresten en verf. Als kind struinde ik er vol verbazing rond.

Er zijn zoveel materialen die je kunt gebruiken, als je maar weet hoe. En als je er de ruimte voor hebt, in een stad waar schuren schaars zijn en straten vol. 

Groningen barst van het ambachtswerk. Wanneer je door die volle straten loopt zie je zorgvuldig gemetselde gevels, mooie glas-in-loodramen en fraai timmerwerk. Ambachtswerk is een essentieel element in de huizen, de straten en de stad. Door de eeuwen heen hebben ambachten op die manier onze omgeving voor een groot deel gevormd.

Tegenwoordig bestaan er prefab-huizen, waarvan de losse onderdelen in een fabriek gemaakt worden en het huis op de bouwplaats als een Lego-pakket in elkaar wordt gezet. Een wereld waarin alles uit de fabriek komt, is dichterbij dan het lijkt.

In het steeds vluchtiger wordende stedelijke leven dreigen we de waarde van het ambacht uit het oog te verliezen. Ik ben nieuwsgierig naar de overgebleven ambachtslieden in Groningen. Zij die met hun handen werken, en beroepen uitvoeren die van belang zijn voor de identiteit van de stad. Hoe gaan ze te werk? En wat is hun waarde voor Groningen?

De geur van geschuurd hout

Peter Jan Brouwer (36) heeft een voorliefde voor hout, een fascinatie voor traditie en oog voor detail. Als meubelmaker en restaurateur komt die combinatie goed van pas. In zijn werkplaats ruik je geschuurd hout. Verspreid door de ruimte staan grote metalen apparaten, houten planken en werktafels vol met beitels en andere gereedschappen.

Timmeren deed Brouwer als kind al. Een bed voor zijn knuffels, bijvoorbeeld. De passie voor hout kreeg hij niet per se van huis uit mee, zegt hij, maar het werd wel gestimuleerd: ‘Ik vond kinderspeelgoed niets. In groep 2 kreeg ik daarom een kindergereedschapskist met zagen en beitels.’

Tijdens zijn studie kunstgeschiedenis kwam Brouwer in aanraking met vakmanschap. Dat zorgde er mede voor dat hij het houtbewerken altijd in zijn achterhoofd hield. Na zijn studie volgde hij een weekendopleiding bij de Amsterdamse meubelmaker Arno Kalfsvel. Die wakkerde het enthousiasme voor het ambacht verder aan.

‘Ik kocht iedere maand een beiteltje, dan ging ik thuis oefenen’

Twee jaar lang reisde Brouwer op zaterdagen naar Amsterdam, terwijl hij doordeweeks werkte in een administratieve functie. Met die baan kon hij materialen bekostigen: ‘Dan kocht ik iedere maand zo’n beiteltje en dan ging ik thuis gewoon hobbymatig oefenen.’

Inmiddels is hij zo’n acht jaar meubelmaker. Na zijn eerste stappen in het traditionele meubelmaken te hebben gezet, volgde Brouwer een restauratieopleiding. Ervaren meubelrestaurateur Yvonne Nijlunsing bracht haar waardevolle kennis aan hem over. In zijn eigen meubelmakerij oefent Brouwer nu het klassieke timmermansvak uit. Daarnaast doet hij in de werkplaats van Nijlunsing in Den Andel restauratiewerk voor musea en kerken. Beide disciplines gaan voor hem hand in hand. Het maken voedt het restaureren, en andersom.

Brouwer is vooral bezig met meubels en onderdelen voor monumentale panden, musea en kerken. ‘Eigenlijk is restaureren nog leuker dan meubels maken’, geeft hij toe. Toch ziet hij het niet zitten om alleen nog bestaande werken op te knappen: ‘Ik denk dat een meubelrestaurateur die nooit iets nieuws heeft gemaakt toch dingen mist.’

Met oude technieken maakt de meubelmaker nieuwe dingen. Daarbij komt hij geregeld voor uitdagingen te staan. Bijvoorbeeld als een hoekje van een stuk hout tijdens het maakproces afbreekt. Door tegen dat soort problemen aan te lopen, snapt hij beter hoe meubels die hij restaureert misschien kapot zijn gegaan. ‘Daar kom je alleen achter als je blijft maken.’

Onvoorspelbaar natuurproduct

Hout is voor Brouwer een geweldig materiaal om mee te werken. Niet alleen omdat het stevig is, maar ook omdat het een eigen wil heeft: ‘Het is een onvoorspelbaar natuurproduct dat je naar je hand wilt zetten.’ Dat vraagt kennis en geduld. Voor restauratieprojecten zoekt hij oude handboeken bij elkaar, kijkt hij naar constructies en maakt hij, op basis van tekeningen en oude methodes, dezelfde onderdelen.

Overigens zijn er grote verschillen tussen massief hout en plaatmateriaal. Zelf werkt hij het liefst met het eerste: ‘Echt hout leeft, het krimpt en zet uit.’ De technieken waarmee je zorgt dat een deur dezelfde maat blijft, ook al zet het hout uit, zijn precies waar volgens hem het ambacht in zit.

Datzelfde ambacht dreigt onder druk van de massaproductie verloren te gaan. Meubelmakers worden geschoold voor de industrie: ‘Tegenwoordig houden ze nauwelijks nog een beitel vast op de opleiding.’ Alleen wie er echt interesse en motivatie voor heeft, leert het oude ambacht.

Van duurzaam meubelmaken is in de huidige industrie weinig sprake meer. Maar als je producten maakt die vijftien jaar meegaan, van bomen die twintig jaar nodig hebben om te groeien, dan ga je daar op de lange termijn toch wat van merken, denkt Brouwer. Een terugkeer naar een meer ambachtelijke manier van werken zou nog weleens de juiste weg kunnen zijn, concludeert hij. ‘Het is duidelijk dat het op de huidige manier niet vol te houden is.’

Historische nauwkeurigheid

Hoe staat dat ambacht ervoor in Groningen? Volgens Brouwer leeft zijn vak nog wel, maar is het afhankelijk van de context. In zijn eigen sociale bubbel wordt ambacht gewaardeerd, maar hij ziet dat het voor de gemiddelde Groninger soms een brug te ver is: ‘Dan merk ik dat mensen het heel tof vinden, maar het geld er niet voor over hebben.’ Dat begrijpt hij ook: ambachtswerk is arbeidsintensief, en daarmee prijzig. Mensen moeten daarin willen en kunnen investeren.

Regelmatig duikt de meubelmaker een archief in, op zoek naar historische foto’s van panden

Wel ziet Brouwer de ambachten overal terug in Groningen, ook in de architectuur. ‘Het is een gezellige stad, juist ook doordat er veel gebouwen uit verschillende tijdperken zijn.’ Zelf werkt hij vooral aan monumenten of oude huizen. Daarom duikt hij regelmatig in archieven, bijvoorbeeld op zoek naar een foto waar de oorspronkelijke voordeur van een pand op staat. Die gebruikt hij dan als leidraad voor de nieuwe deur die hij maakt. Zo kan hij een meubelstuk reconstrueren met historische nauwkeurigheid.

Ook bij nieuw werk probeert hij stijlelementen van het huis terug te laten komen, om zo rust en eenheid te creëren: ‘Als iemand een nieuw tv-meubel wil, dan kijk ik of er details in het huis zijn die ik kan gebruiken.’ Hij probeert vrijwel altijd stijlen te combineren, ook wanneer klanten iets moderns willen: ‘Wanneer je een moderne deur in een oud huis zet, dan botst dat soms.’

Klassieke methodes

De afgelopen tijd is Brouwer veel bezig met de restauratie van kerkinterieurs. Onlangs restaureerde hij een avondmaalstafel waarbij houtsnijwerk ontbrak. Daarbij maakte hij gebruik van hout uit dezelfde periode als het originele werk: in dit geval afkomstig uit een andere oude kerk.

Ouder hout heeft een heel andere structuur dan het hout van nu, legt hij uit. Wanneer een boom langer groeit, zitten de jaarringen dichter op elkaar, waardoor de dichtheid in het hout hoger is. Dat maakt het materiaal sterker. Bij hout dat snel groeit, is die kwaliteit minder. En houthandelaren hebben graag snel een product om te verkopen.

In zijn werk past Brouwer klassieke houtverbindingen toe, zoals de pen-en-gatverbinding. Het zijn technieken die al eeuwenlang bewijzen hoe sterk ze zijn. Moderne methodes zijn vaak sneller, maar leveren producten op die moeilijk te restaureren zijn. Zo worden de meeste meubels tegenwoordig gelijmd. 

De meubelmaker legt uit dat er fantastische lijmen bestaan, waarmee je materialen echt niet meer uit elkaar krijgt. Dat is op zich goed, maar het betekent ook dat je losse onderdelen niet meer kan vervangen. Restauratie wordt daardoor moeilijk. Bij oude constructies, waar alles volledig met pennetjes in elkaar zit, kun je volledige constructies uit elkaar halen en met nieuwe onderdelen weer in elkaar zetten.

Het kunnen vervangen van onderdelen maakt een meubelstuk duurzaam. Een kast met een kapotte plank hoeft niet meteen naar de vuilstort. Voor Brouwer is die duurzaamheid een belangrijke drijfveer in zijn eigen werk: ‘En dan vooral het gevoel dat een product langer meegaat dan je eigen leven duurt.’

Ondertussen draagt hij met zijn werk bij aan het behoud van cultureel erfgoed in de stad: een plek waar subtiele details en vakmanschap straten en gebouwen tot leven brengen. Zo laat hij zien dat het ambacht niet alleen iets van vroeger is, maar ook een waardevolle plek heeft in het Groningen van nu.