Bouw en onderzoek

De leegte als programma

Op Maarhuizen 1 krijgt het materiaal van de toekomst een kans

Tekst:
Beeld:
Leestijd: .

Maarhuizen 1, net buiten Winsum, is een boerderij vol tegenstellingen. Al een tijd dient hij als podium voor het experiment. De meest recente proef: drie architecten onderzochten ter plaatse de rol die kalk en hennep zouden kunnen spelen bij de restauratie van dergelijke monumentale gebouwen.

Beginnen als einddoel

Maarhuizen 1 is een plek die vanuit de ene hoek blaakt van schoonheid, maar vanuit een ander oogpunt het woord ‘verval’ oproept. Op het erf staat een atypische uitvoering van een kop-hals-rompboerderij: een kop-kop-rompboerderij.

In de romp, de oude stal, ligt beton op de vloer. Het plafond rust op houten balken en de drinkbakken voor paarden zijn er nog. Maar er staat ook een grote, nieuwe stellage in ruwbouw, met twee trappen die naar een plateau leiden. De harde overgangen passen bij deze rauwe plek.

Sinds tweeënhalf jaar is de boerderij weer eigendom van Staatsbosbeheer. De vorige eigenaar, Wilfred de Bruin, had er een rubberhandel. Kwartiermaker Bram Verhave, adviseur landschap en cultuurhistorie bij Staatsbosbeheer in Friesland en Groningen, vertelt hoe de overheidsorganisatie de plek na vijftig jaar erfpacht weer terug in beheer kreeg. 'Meneer De Bruin was oud en had geen nabestaanden. Na een proces van kennismaken en stroopwafels, heeft hij het weer aan ons teruggedaan, uit liefde voor het pand. 

De interesse vanuit Staatsbosbeheer in de boerderij was tweeledig. Maarhuizen 3, de Enne Jans Heerd, is ook in hun bezit. Deze boerderij is intussen volledig gerestaureerd en heeft een nieuwe functie als podium voor cultuur en natuur. ‘Als je één blok hout hebt, dan smeult het wel aardig', zegt Verhave. 'Maar twee blokken hout – dan gaat het vuurtje echt branden. Maarhuizen kan nu een goede fik worden. En dat zie je ook gebeuren. De Enne Jans Heerd loopt als een speer, en alles wat daar geen plek vindt, dat kan hier.’

De andere reden is dat Staatsbosbeheer een werkplek zocht voor Binnenwerk, een club jonge mensen die voor hen het groenwerk in de omgeving doet. 'Ze reisden in een busje door het Hogeland. Nu is dit hun uitvalsbasis, hun honk.’

Rubberhandelaar Wilfred de Bruin was vooral goed in het beginnen aan dingen, vertelt Verhave. 'Dat is de charme, en ook het verdriet.' In De Bruins geest is Maarhuizen 1 nog altijd een plek waar ruimte is voor het experiment. 'Hij heeft geen idee dat hij een trendsetter is geweest. Zolang ik hier zit gaan we ook alleen maar beginnen.'

Architectenbureau la-di-da werkte eerder al aan de boerderij. Verhave wijst: 'De ruif die hier zat, hebben ze boven geplaatst. Het oude plafond is de nieuwe vloer van het plateau. En op de muur zit het rubber van de rubberboer.’ In de week voor Open Monumentendag is de beurt aan de drie jonge architecten: Sjoerd Willem Bosch, Anna Zán en Eline Hoftiezer. Op verschillende plekken in en om de boerderij doen ze vier proeven. 'Ze voelen precies aan wat hier nodig is', zegt Verhave. 'Je kunt wel het hele pand in één keer restaureren, maar dan ben je het kwijt.’

Kalkhennep

Terwijl ik met Eline Hoftiezer en Sjoerd Willem Bosch van de romp naar de eerste kop van de boerderij loop, merk ik een bijzondere geur op. 'Dat is de kalkhennep’, zegt Bosch. Het is een fijne geur, aarde-achtig.

De drie architecten gaven aan de Rotterdamse Academie van Bouwkunst een vak over bouwen met kalkhennep: een mix van kalkpoeder en hennepvezels. Naast lesgeven over de materialen wilden ze er ook mee experimenteren op een passende plek. Bosch komt uit Groningen en stuitte op Maarhuizen 1. Met ondersteuning van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie en toestemming van Staatsbosbeheer konden ze hier samen met materiaalexperts van IsoHemp en Architectural Skin een week aan de slag. Inmiddels is het werk in volle gang.

Het is vandaag vrijdag, er moet nog een boel gebeuren voor morgen, als Open Monumentendag plaatsvindt. Anna Zán is samen met een aantal jongens van Binnenwerk een buitenmuur van binnenuit aan het isoleren met kalkhennepblokken. Eerder deze week gaf Dirk van Impe van IsoHemp hen een workshop. Het ziet eruit als leuk en makkelijk werk, alsof ze met grote legoblokken spelen.

‘Het gaat niet alleen over het materiaal, maar over de bredere context', zegt Zán. 'We hebben ervoor gekozen om in deze regio aan de slag te gaan omdat hier de meeste hennep van Nederland groeit. Het is een lokaal toegankelijk materiaal. Als onderdeel van de agrarische transitie wordt hier meer en meer van deze plant geteeld. Dat is ook erg goed voor het herstellen van de vruchtbaarheid van de grond.'

'We bedenken iets, maar dan komen we hier en beseffen we dat het misschien net iets anders moet. Dat maakt je ook nederig als architect'

Vroeger werd ook kalksteen geproduceerd in deze regio, door het verbranden van schelpen. In Maarhuizen 1 is het materiaal ook aanwezig. Zán: ‘Je kunt de fysieke eigenschappen van een materiaal uitleggen, en hoe je ermee werkt. Maar elk materiaal wordt anders, afhankelijk van de context waarin het wordt toegepast.' Dat zie je ook terug in het werk van hun studenten, dat in de boerderij wordt gepresenteerd. 'Ze hebben echt geprobeerd het materiaal te interpreteren, gebaseerd op de specifieke plaats van de ingreep. Zo krijg je heel verschillende representaties van hetzelfde materiaal.’

De architecten zelf doen in samenwerking met materiaalexperts vier proeven. De eerste is de muur waar Zán aan werkt, met geprefabriceerde blokken kalkhennep. De tweede proef vindt een ruimte verder plaats. Daar wordt een stuk vloer gelegd door kalkpleisterexpert Raquel Rodríguez Puebla. Ze gebruikt er tegels uit het pand voor, in combinatie met een mortel en voeg van kalk.

Hoftiezer vertelt hoe ze bij de vloer eerst een ander patroon in gedachten hadden. 'Maar als we willen dat het echt een begin is, dan moeten de Binnenwerkers zich daar ook comfortabel bij voelen.' In overleg met Rodríguez Puebla pasten ze het patroon iets aan, zodat het ook zonder de architecten goed verder te leggen is. 'We bedenken iets, maar dan komen we hier en beseffen we dat het misschien net iets anders moet. Dat maakt je ook nederig als architect, het zet je aan om echt te kijken naar de plek en de mogelijkheden. Het is waardevol dat deze groep mensen er nu eigenaarschap over kan nemen.’

Makkelijk materiaal

Op weg naar de tweede kop van de boerderij komen we langs de derde proef. Hier is een stuk muur van 1 bij 2 meter gestuct met luchtkalk. ‘Er zijn twee verschillende soorten kalk, globaal gezien', legt Hoftiezer uit. 'Je hebt hydraulische kalk, die door contact met water droogt. En dit is kalk die droogt door contact met lucht. Het is een soort pasta, een yoghurtachtige consistentie, maar dan dikker. Daar voeg je bijvoorbeeld metselzand aan toe. Het is eigenlijk heel makkelijk, en ook fijner te verwerken dan een materiaal als gips.’

Hoftiezer heeft de randen van het vlak expres met een hoek van 45 graden af laten lopen. Mocht de wens ontstaan om de hele muur af te maken, dan kan er makkelijk tegenaan gepleisterd worden. Wederom: het is een begin.

Door de gestucte muur krijgt de kamer opeens een functie: hier kan nu een film geprojecteerd worden. Dat komt goed uit, met Open Monumentendag wordt een film vertoond over het proces van de architecten. Maar ook in de toekomst zal het vast nog van pas komen.

Vanuit deze kamer kun je ook goed de gevel van het halsgedeelte van de boerderij zien. Hier wilde meneer De Bruin ooit de buitenmuur isoleren door deze te bespuiten met pur. De bedoeling was dat daar dan nog iets overheen zou komen, baksteen bijvoorbeeld. Maar dat is nooit gebeurd. De pur zit er wel, geeloranje verkleurd en vol gaten. Het ziet er mooier uit dan je zou denken, haast alsof het zo bedoeld is.

Hoe verder we komen, hoe meer tekenen van een woonhuis verschijnen. Je kunt zien dat dit ooit een statig huis is geweest: er zijn mooie, houten details, de ouderwetse turquoise kleur op de muren brengt sfeer en de opstapjes van kamer naar kamer doen aanvoelen alsof je in een museum loopt. Maar als ik me bedenk dat hier tot voor kort iemand woonde, kan ik me daar toch weinig gezelligs bij voorstellen.

Kijken naar de context

In een van de kamers laten de architecten verschillende kalkstenen en hennepvezels zien, om bezoekers een gevoel bij het materiaal te geven. Hoftiezer: ‘Hier zie je het mooie van de hennepplant, die lange vezels aan de buitenkant. Die leveren het meeste geld op, bijvoorbeeld voor de textielindustrie. Een restproduct daarvan zit aan de binnenkant, de hennepscheven. En juist dat is wat gebruikt wordt voor kalkhennep.’

We lopen naar buiten voor de laatste proef. Het regent, de met pur bespoten muur wordt nat. Het vierde experiment is te zien op de voorgevel. Hier is een deel van de oude voeg weggehaald, en is met luchtkalkmortel een deel opnieuw gevoegd. De witte mortel geeft de oude kloostermoppen een heel nieuwe uitstraling.

Bosch: ‘Hennep en kalk zijn zonder twijfel bouwmaterialen van de toekomst. Maar hun toepassing moet altijd in de context worden beoordeeld. Geprefabriceerde kalkhennepblokken zijn een stuk duurzamer dan veel gangbare alternatieven, omdat het geen op olie gebaseerd isolatieproduct is. De blokken zorgen bovendien voor goede akoestiek, vochtregulatie en esthetiek. Ze isoleren niet alleen het gebouw, maar helpen dankzij hun massa ook bij koeling in de zomer.’

'Als architecten denken we vanuit het materiaal, maar hier voegen we iets toe aan een plek waar al liefde en aandacht aan wordt gegeven'

Vooral bij het restaureren van bestaande en historische gebouwen, waar het behoud van de buitengevel vaak prioriteit heeft, is dat relevant. Met de prefab kalkhennepblokken kun je een enkele laag direct tegen de bestaande muur plaatsen – zonder spouw, extra platen of regelwerk. De afwerklaag van pleister kan direct op het oppervlak van de blokken worden aangebracht. Het is een eenvoudige bouwmethode die ook toegankelijk is voor niet-professionals.

Bij restauratiewerk is het belangrijk om de eigenschappen van materialen te matchen, benadrukt Hoftiezer. Zo wordt een nieuwe voeg tegenwoordig vaak met cement gemaakt. 'Maar als het regent, trekken de poriën van de metselmortel vocht naar binnen. Bij vorst kan het water gaan zwellen en breken de voegen eruit.' Zo'n ingreep is het gevolg van verloren gegane materiaalkennis. 'Bij de restauratie van kerken en andere oude gebouwen, zoals deze boerderij, werd vroeger kalk gebruikt. Maar mensen weten vaak niet goed met welk product ze eigenlijk werken.’

Voor Bosch is het opbouwen van een relatie met het materiaal, door ermee te werken, het belangrijkst. Daarbij zoekt hij altijd de connectie met de plek en de mensen van die plek. ‘Als architecten denken we vanuit het materiaal, maar hier voegen we iets toe aan een plek waar al liefde en aandacht aan wordt gegeven. Al het mooie wat hier is ontstaan, kon ontstaan omdat hier ruimte is om te experimenteren met het benaderen van renovatie. Dat zou ik ook andere architecten mee willen geven: begin vanuit het bestaande, waardeer dat en reageer erop.’

Aandacht voor oefenen

'Een vreemde edelsteen in de kroon van Groningen', noemt Bram Verhave de boerderij op Maarhuizen 1. 'Maar wel een hele bijzondere.' Daar passen geen gestucte wandjes en traditioneel kleuronderzoek bij. '“Ruwbouw is afbouw”, zegt la-di-da, dat vind ik inspirerend.' Hij wijst: 'Die rode muur daar is schoon, maar hier zie je nog stront aan de muur. Dit hoeft niet schoon, hier heb je het authentieke beeld van de stal, dit is al goed.'

Bij zo'n insteek hoeft niet alles vooraf ingekaderd te zijn. 'Dat rubber dat la-di-da op de muur geplaatst heeft, gaat dat werken of gaat het eraf rollen? De plees zijn hergebruikt, sommige zijn stuk, is dat handig? Die vragen krijgen hier de ruimte.’

Aandacht voor oefenen is belangrijk, vindt Verhave, voor heel Groningen. Bijvoorbeeld met het oog op de aardbevingsproblematiek en de toekomst van het landelijk gebied. 'Hoe gaan we eigenlijk om met die grote gebouwen? Want we hebben niet anderhalf miljoen euro per gebouw. Wie wil komen experimenteren, zouden we met open armen en financiën welkom moeten heten.’

Dat oefenen levert soms mislukkingen op, maar ook vaak geslaagde experimenten. ‘Heel veel lukt. En wat me echt emotioneert is dat hier iets aangesproken wordt bij mensen. Wat je hier kunt leren is dat het goede vanzelf bovenkomt. Het beste antwoord ontstaat door het gesprek met elkaar aan te gaan, over de ruimte en het materiaal.’

Wat gaat er na deze week van experimenteren gebeuren? Wat zouden de architecten zelf willen? Moet iedereen kalk en kalkhennep veelvuldig gaan gebruiken? Het gaat hier juist om het proberen, het openlaten, benadrukken Bosch en Hoftiezer. Ze stimuleren andere architecten om ook te gaan experimenteren. ‘Er zijn soms vooroordelen over ecologische producten', zegt Hoftiezer. 'Ze zijn ook anders om mee te werken, maar als je dat weet en je planning daarop aanpast, kun je ze op de juiste manier inzetten en tot hun recht laten komen.’

Ook Verhave blikt niet te ver vooruit. Hoe het er hier over tien jaar uitziet? ‘Geen idee, ik heb er geen beeld bij. Ooit heb ik het gemunt als zijnde: de leegte als programma. Het feit dat hier niks is, dat is juist de aantrekkelijkheid. We hebben een zomerjazzfietsour gehad, toen stonden hier 400 mensen te dansen. Nu de architecten en studenten hier bezig zijn is het net een galerie – sjiek, artistiek. Maar een barbecue doen we hier ook. En de uitvaart van meneer De Bruin heeft hier plaatsgevonden. Dat kan allemaal, omdat je geen programma hebt. We zijn al tweeënhalf jaar onderweg met deze chaos en dat is fantastisch.’