Dagje heg

Tekst:
Leestijd: .

Ik was laatst een dagje heg. De dag maakte deel uit van een weekend dat geheel in het teken van de heg stond. Georganiseerd door de landschapsarchitecten van Landscape Collected in samenwerking met de mensen van Wongema.

In Hornhuizen, ver van het stadsleven, werd een weekend lang gesproken over de liefde voor de heg, en over het belang van heggen voor landschap en leven. Er werd gelachen, gepraat en gezongen. De dag werd geopend met een ‘hagenpreek’, een korte bezinning op het belang van onze bijeenkomst, en afgesloten met een heggenbelofte. Daarbij legden de deelnemers vast hoeveel strekkende meter heg ze dit jaar in hun werk- of privéleven gingen introduceren.

Ik schreef 350 meter op.

Biologische boeren uit de buurt vertelden over hun relatie tot de heg – over het biodiversiteitseffect van heggen, maar ook over hun eigen visie op een veranderd landschap. Een landschapsarchitect nam ons mee in de ontwikkeling van het vormsnoeien en de wijze waarop hedendaagse landschapsarchitecten dit in hun werk vertalen. Er was zelfs een heuse speeddate waarbij we drie minuten de tijd kregen andere deelnemers op hun heggenliefde te bevragen, om te merken of er een heggenklik was.

Het komt wellicht allemaal wat kolderiek over, maar dat was het allerminst. De samenkomst had een bloedserieuze bedoeling: met een bont gezelschap het belang van de heg onderschrijven.

Deelnemers tijdens Weekendje Heg // Foto: Lieke Jildou de Jong

Terug in Groningen vertelde ik er een buurman over. ‘Wist je wel dat er in Nederland ruim 225.000 kilometer minder heg is dan in het jaar 1900?’, vroeg ik hem.
‘Maar dat is toch ook logisch’, zei hij. ‘Toen waren er immers allemaal kleine perceeltjes, door ruilverkaveling zijn die veel groter geworden.’

Daar had hij gelijk in. De ruilverkaveling was een belangrijke veroorzaker van het verdwijnen van veel heggen. En dat is ontzettend jammer voor het landschap. Door die grote percelen is de afwisseling in het landschap klein geworden. Heggen scheidden die percelen, maar werkten ook verbindend.

Het gaat slecht met de natuur, maar de heg zou een fantastische bijdrage kunnen leveren aan natuurherstel, opperde ik. En het ziet er ook nog eens fijn uit. Je hoeft ze niet per se te knippen, een houtwal is ook een heg.

‘We hebben hier toch natuur genoeg?’, zei mijn buurman. ‘Half Nederland is tot Natura 2000-gebied benoemd.’
Nu ken ik natuurlijk niet alle onderzoeken inhoudelijk, maar ik weet er genoeg van om te kunnen zeggen dat het met de natuur en de biodiversiteit slecht gesteld is in Nederland. Maar ik overtuigde hem niet.
‘Als ik buiten de stad een rondje fiets, zie ik toch echt enorm veel groen’, zei hij.

Het gaat slecht met de insecten in Nederland. Die hadden kunnen schuilen in een heg

Een veel gehoorde misvatting. Dat het ergens groen van kleur is, zegt niks over het leven op die plek. Het gaat ontzettend slecht met de hoeveelheid insecten. Die hadden kunnen schuilen in een heg… Vogels en andere dieren hebben daardoor geen voedsel. Weidevogels zijn er ook steeds minder.

‘Dat wil je toch niet ontkennen?’, vroeg ik. ‘Maar de heg heeft een biodiversiteitseffect van bijna 300 meter. Dan weten we dus hoe groot de percelen weer moeten worden, denk ik dan.’

‘Ik hoor wel vaker dat het slecht gaat met de insecten,’ reageerde hij, ‘maar als ik naar de lavendel op mijn balkon kijk dan zie ik daar toch regelmatig een bij op zitten.’
‘Omdat er verder in de stad niks te eten is, voor die bij! En het gaat trouwens niet alleen slecht met de insecten, maar ook met het water!’
‘Daarmee gaat het anders een stuk beter dan vroeger. In de jaren 50 lag er bij ons een laag bruin schuim op het kanaal, en nu is het water prachtig.’
‘Dat het vroeger nóg beroerder was betekent toch niet dat het nu goed gaat?’

Het gesprek was een discussie geworden. En die ging al lang niet meer over de heg.

Foto: Peter MacDiarmid / London News Pictures

‘Je had het net over die biologische boer’, ging hij verder. ‘Maar het is toch niet reëel dat iedereen biologisch gaat boeren? Je jaagt boeren daarmee gewoon de grens over, dan beginnen ze in Oekraïne of ergens anders een nieuwe boerderij, en dan tien keer zo groot. Dat doen ze in Canada ook, daar is alles veel groter dan hier.’

‘Precies!’, zei ik. ‘Daarom ligt de sleutel ook bij ons als consument. Als wij wat minder vlees eten en wat meer willen betalen voor onze voeding, of gezonde voeding bijvoorbeeld meer gestimuleerd wordt, dan verandert vanzelf ook de vraag. Het gaat erom of je onderkent dat er een probleem is, en dat we samen het tij moeten keren… Toch?’

‘Zolang ik zie dat de biologische groente uit Brazilië komt en de niet-biologische versie uit Nederland, dan maak je mij niet wijs dat biologisch beter is.’ Hij deed zijn armen over elkaar. ‘Ach ja, de wereld vergaat sowieso’, besloot hij het gesprek, waarna hij hard begon te lachen. 

Een beetje verbouwereerd kwam ik even later op kantoor. Diezelfde dag nog tekende ik in het project waar ik mee bezig was 80 meter heg in. Zo, dacht ik, nog 270 meter te gaan.

Headerbeeld: Lieke Jildou de Jong