Bouwen aan de gezonde stad is common sense

4 december 2019 Door Leestijd: 7 minuten

Groningen bracht de afgelopen decennia met een aantal agenderende conferenties de wereld van zorg en gezondheid samen met die van de architectuur. Maar hoe staat ‘de gezonde stad’ er nu voor, en wat is het precies? In de aanloop naar het Boumasymposium van 10 december zochten we een aantal sprekers van de conferentie Building the Future of Health op. Bram Esser interviewde stedenbouwkundige Han Dijk van het Haagse bureau PosadMaxwan.

Het project Mechelen Boulevard van PosadMaxwan // Foto: Joost Joossen 

Transitiedenken

Het uitzicht vanuit BINK36, tussen twee spoorlijnen achter Den Haag Centraal, is fenomenaal. De Vulpen, Het Strijkijzer en de Haagse Tieten steken scherp af tegen een blauwe lucht.

‘Wat een geweldige skyline’, zeg ik verrast.
‘Ja, mooi hè?’, beaamt Han. ‘En het zijn ook nog eens de goedkoopste vierkante meters van de stad.’

Stedenbouwkundig bureau Posad (in 2018 met Maxwan gefuseerd tot PosadMaxwan) zat vanaf haar oprichting op de Binckhorst, een voormalig industriegebied dat vooral bekend stond om z’n sloperijen en autoshowrooms. Later kwam hier de creatieve industrie op gang. Kunstenaars, ontwerpers en culturele ondernemers namen bezit van de oude loodsen en fabrieken.

De transformatie van de Binckhorst wordt ieder jaar gevierd door het I’M BINCK Festival, waarbij industrie, theater, kunst, wonen en werken een wonderlijke relatie met elkaar aangaan. Ik vraag Han of ze bewust in een transitiegebied zijn gaan zitten, aangezien transitie ook hun belangrijkste thema is.
‘Haha, nee, niet bewust. Maar misschien heeft deze plek wel mede onze koers bepaald.’

Tien jaar geleden, toen Posad nog maar net was opgericht, begonnen Han en mede-oprichter Boris Hocks na te denken over stedenbouw in relatie tot de energietransitie. Inmiddels is dat een goed lopende tak van het bureau geworden, die is ondergebracht in een aparte bv.

Han heeft al enige jaren zijn pijlen gericht op een andere transitie. Zoals we van oude naar nieuwe energie moeten, zo moeten we ook evolueren van een ongezonde stad naar een gezonde stad. Het is de vraag hoe we een omgeving kunnen creëren waarin we worden uitgedaagd onze ongezonde gewoontes af te leren.

Doktersjas

Halverwege de negentiende eeuw begon overal de industriële revolutie om zich heen te grijpen. Steden werden in sneltreinvaart ongezonder om in te wonen. De verbranding van kolen in stoomturbines veroorzaakte smog en de vele lozingen door fabrieken vervuilden het oppervlaktewater. Stoflongen en tuberculose waren aan de orde van de dag.

De roep om gezondere steden zwol aan. Niet uit altruïsme, maar omdat in het industriële proces de mens nu eenmaal de zwakste schakel is. Fabrieksdirecteuren die hun productieproces wilden optimaliseren hadden er baat bij dat arbeiders langer productief zouden zijn, en zagen zich genoodzaakt hun leefomstandigheden te verbeteren. Zo werden deze directeuren een drijvende kracht achter de stedenbouwkundige ingrepen van die tijd: riolering, stromend water en geïsoleerde huizen.  

‘Alles werd ineens glashelder door de lens van de ruimte’

In de jaren zestig van de vorige eeuw droegen oudere stedenbouwkundigen van de Amsterdamse dienst Stadsontwikkeling, in navolging van Cornelis van Eesteren (1897-1988), een doktersjas als ze aan het werk gingen. Ze voelden zich ‘artsen voor de ruimte’, of ‘hygiënisten’.

‘Momenteel wordt door stedenbouwers opnieuw naar de stad gekeken, om de uitwassen van het kapitalisme aan te pakken’, vertelt Han.

Helaas herkent de markt, in tegenstelling tot in de negentiende eeuw, vandaag de dag niet de voordelen van gezondere stedelingen. De arbeidskrachten van weleer zijn consumenten geworden en hebben gezondheidsklachten als overgewicht, depressie en eenzaamheid. Het is alleen niet evident – vanuit de markt geredeneerd – dat het nuttig is deze mensen gezond te maken en te houden.

Hoewel je zou kunnen zeggen dat geluk en gezondheid collectieve waarden zijn waar we allemaal voor willen betalen, werkt het in Nederland nog niet zo. Geld is en blijft nog altijd een drijvende kracht en het is niet duidelijk wie harde cash wil betalen voor deze waarden.

Verademing

Ondanks de moeizame relatie met de markt is de gezondheidsthematiek voor PosadMaxwan toch de weg naar voren. Het denken in die richting werd concreet in 2014, met een opdracht vanuit het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Rijkswaterstaat en de gemeente Utrecht.

‘Voor de gemeente Utrecht hebben we een toolbox gezonde verstedelijking gemaakt, met vragen en richtlijnen. Het lijkt vrij eenvoudig, maar is gebaseerd op heel veel data en onderzoek. Het komt erop neer dat je het publiek verleidt meer te bewegen, dat je genoeg gezonde basisvoorzieningen in de buurt hebt en dat er synergie ontstaat tussen publiek privaat.’

Synergie?

Han knikt: ‘Zodat er een optimale samenwerking ontstaat, waarbij bijvoorbeeld de fietsenstalling van een instelling buiten kantooruren als publieke stalling gebruikt kan worden.’ Door het onderzoek in Utrecht is PosadMaxwan gaan inzien dat gezondheid werkelijk een sterke factor kan zijn achter stedelijke ontwikkeling.

Beeld uit de Toolbox gezonde verstedelijking // ©PosadMaxwan

‘Gezondheid is bovendien politiek kleurloos. Je kunt al je beslissingen in het stedenbouwkundig proces toetsen aan gezondheid zonder voor links of rechts te worden uitgemaakt. Energie- en milieumaatregelen waren toch lange tijd vooral een links thema – nog steeds wel.’

Ook bij andere partijen blijkt de ruimtelijke aanpak ten aanzien van gezondheid de ogen te openen. Toen PosadMaxwan in de eerste fase betrokken raakte bij de omgevingsvisie van Rotterdam, was de GGD aldaar blij verrast hun tekeningen en kaarten te zien. De Dienst probeerde de gezondheidsthematiek al jaren in woord uit te leggen, zonder dat het echt landde.

‘Projectontwikkelaars beweren doodleuk dat je in hun appartementen jaren langer leeft’

‘Die verbeelding was een verademing voor hen. Alles werd ineens glashelder door de lens van de ruimte. We hebben het architectenhandboek en het medisch handboek laten versmelten tot een nieuw boek om naar mens en omgeving te kijken.’

Alle steden zijn verplicht een omgevingsvisie te maken, alleen is niet helemaal duidelijk wat dat precies betekent. Er zijn tenslotte tal van visies mogelijk op de omgeving, vanuit verschillende groepen die de stad gebruiken. Welke kies je?

‘Wij hebben dat opgelost door naar de toekomstige scenario’s van de stad te kijken door de ogen van diverse doelgroepen: van gezinnen en sportclubs tot grote ondernemingen.’

Hervonden narratief

Eigenlijk is het bouwen van de gezonde stad geen hogere wetenschap, maar common sense. Als je wilt dat het menselijk lichaam gezonder wordt, kun je mensen stimuleren een gezondere levensstijl aan te nemen. Op eet- en drinkgewoonten heb je geen invloed, dat zou betuttelend zijn. Maar je kunt er wel rekening mee houden dat er geen snelwegen in de buurt van een park worden aangelegd.

‘Het klinkt logisch en vanzelfsprekend,’ merkt Han op, ‘maar omdat we het nou eenmaal willen controleren en vergelijken en afrekenen, gaan we vanuit ons vakgebied en de politiek toch op zoek naar een soort wetenschappelijke basis. Daar wordt het vervolgens weer complexer van. Dat is samengevat eigenlijk wat de omgevingswet inhoudt: een complexe verzameling richtlijnen waar je nog niet zo makkelijk je weg in kan vinden.’

Het hoort wat hem betreft bij het spel dat gespeeld moet worden: data verzamelen en combineren, een mooi beeld schetsen en zo mensen overtuigen.

‘Toch kleeft daar ook een gevaar aan. In de duurzaamheidsdiscussie heb je het fenomeen greenwashing gehad. Binnen de gezondheidsdiscussie heb je iets vergelijkbaars, healthwashing noem ik het maar even. Projectontwikkelaars beweren doodleuk dat je in hun appartementen jaren langer leeft dan in een ander gebouw, zonder dat daarvoor bewijs wordt geleverd. Volkomen onzin natuurlijk.’ 

Desondanks is Han ervan overtuigd dat de gezonde stad het hervonden narratief is waarmee de stedenbouw zich in de eenentwintigste eeuw opnieuw relevant kan maken. Samen met gemeentes kunnen stedenbouwkundigen ‘poortjes’ verzinnen waar projectontwikkelaars doorheen moeten om aan de gezonde stad mee te mogen bouwen. Poortjes die scannen op fijnstof en geluid, bijvoorbeeld, of op groen in de omgeving en op het inzetten op duurzame transportmiddelen.

‘Door innovatief te werk te gaan kan de gemeente aan tal van knoppen draaien om de onwillige markt toch de goede kant op te sturen.’

***

PosadMaxwan ontstond in 2018 na een fusie en werd opgericht door Han Dijk en Rients Dijkstra. Dijkstra was Rijksadviseur voor stad en infrastructuur en opdrachtgever voor de opdracht Toolbox gezonde verstedelijking. Na deze opdracht fuseerden Posad en Maxwan. Het bureau is onder meer verantwoordelijk voor het stedenbouwkundig plan van Leidsche Rijn. Op 10 december is Han Dijk te horen op het Boumasymposium.