Waardering

Bescheidenheid als kwaliteit

De Oosterpoort van architect Marius Duintjer

Tekst:
Leestijd: .

Groningers mogen meedenken over een opvolger van cultuurgebouw De Oosterpoort. Daarbij mogen ze hun mening geven over een aantal kwesties, behalve over behoud van het bestaande gebouw – die optie ligt niet op tafel. Onder het motto ‘je gaat het pas missen als het er niet meer is’, vroeg GRAS architectuur- en cultuurhistoricus Ella Boelens het verhaal rondom de totstandkoming van De Oosterpoort op te schrijven. 

De Harmonie aan de Oude Kijk in ’t Jatstraat, in het centrum van Groningen, was ooit de voorloper van De Oosterpoort. Het culturele complex wordt in 1856 gebouwd, en in 1891 ingrijpend gewijzigd. Daarbij wordt onder andere de bestaande concertzaal afgebroken en door het architectenduo Schill & Haverkamp opnieuw ontworpen. De nieuwe zaal is groter, daarnaast voegen de architecten een voorgebouw toe met een monumentale hoofdingang en een voorplein aan de Oude Kijk in ’t Jatstraat.

De grote zaal in De Harmonie is beroemd om zijn akoestiek. Er zijn wekelijks optredens, onder meer van grote orkesten. De zaal wordt ook gebruikt voor bokswedstrijden en andere sportevenementen.

In 1941 beschadigt een brand de bovenverdieping van De Harmonie. Het gebouw wordt daarna nog jaren gebruikt voor allerlei evenementen, maar nooit echt gerenoveerd. De staat waarin het pand verkeert, leidt er mede toe dat de Groninger gemeenteraad in 1973 besluit dat De Harmonie gesloopt moet worden. Ze voert daarvoor onder meer achterstallig onderhoud als reden aan.

Groningers protesteren hevig tegen het besluit. Een groep muziekliefhebbers, musici en dirigenten verenigt zich in de stichting Redt de Harmonie. Zij strijden tot het laatste moment tegen de sloop van het gebouw, maar zonder succes. Van De Harmonie blijven alleen de gevel en het voorplein aan de Oude Kijk in ’t Jatstraat behouden. Ze zijn nu onderdeel van het gebouw van de faculteiten Letteren en Rechtsgeleerdheid van de RUG.

Veiling van delen van de gesloopte Harmonie in opvolger De Oosterpoort (1978) // Persfotobureau D. van der Veen // Collectie Groninger Archieven

Ruim voordat De Harmonie daadwerkelijk gesloopt wordt, begint het ontwerpproces van een nieuw cultuurcentrum. Hoewel aanvankelijk plannen worden gemaakt voor een gebouw op de locatie van De Harmonie, komt begin jaren zestig de oostzijde van de Grote Markt als locatie in beeld. De gemeenteraad gaat unaniem akkoord met het ontwerp dat de Amsterdamse architect Marius Duintjer voor die plek maakt.

Ondertussen neemt het autoverkeer in Groningen toe. Als gevolg van de steeds nijpender wordende verkeersproblemen in de binnenstad besluit de gemeenteraad uiteindelijk om het nieuwe cultuurcentrum toch niet op het daarvoor bestemde terrein aan de Grote Markt te bouwen. Een bijkomend probleem van die plek is dat het beschikbare bouwoppervlak te klein is om tot een verantwoorde oplossing te komen.

Een nieuwe locatie wordt gevonden op het toenmalige veemarktterrein in de Oosterpoortwijk, net buiten het stadscentrum. Door de sanering van de Meeuwerderbuurt komt hier de gewenste ruimte vrij. De plek staat in nauw contact met het hart van de stad, is het idee, en is een toevoeging aan het stedelijke complex van hoogwaardige voorzieningen. Op deze locatie kan het nieuwe cultuurcentrum bijdragen aan de ontwikkeling van het stadscentrum.

1970: de laatste keer veemarkt aan de Trompsingel // Persfotobureau D. van der Veen // Collectie Groninger Archieven

Nieuwe plek, nieuwe mogelijkheden

Hoewel architect Duintjer het cultuurcentrum specifiek voor een plek aan de Grote Markt heeft ontworpen, laat hij weten ‘bijzonder gelukkig’ te zijn met de nieuwe locatie. Het veemarktterrein heeft rondom meer ruimte. Dat geeft de mogelijkheid voor een gebouw waarin alle ontworpen ruimtes toegankelijk zijn, zonder trappen en niveauverschillen. Bovendien biedt het terrein genoeg ruimte voor een eventuele toekomstige uitbreiding.

Dat de nieuwe locatie een goede verbinding met het station en het hoofdwegennet heeft, is voor Duintjer ook een pluspunt. Met het oog op het toenemende autoverkeer is op het veemarktterrein parkeerruimte voor in totaal 550 auto’s.

In samenwerking met de Dienst Stadsontwikkeling maakt Duintjer in 1964 een situatieplan voor het nieuwe cultuurcentrum. Vervolgens wordt allereerst de veemarkt in de oostelijke hoek van het terrein ontruimd. De tweede fase bestaat uit het aanleggen van een markant voorplein en het bouwen van hoogbouwkantoorflats met een parkeergarage en parkeerterreinen. 

Allure

 De bouwmassa en de volumes van De Oosterpoort zijn gebaseerd op een heel andere omgeving dan die waarin het complex zich nu bevindt. In de jaren zestig is een grootschalig stedenbouwkundig plan van de gemeente het uitgangspunt, met kantoren, winkels en openbare gebouwen. Hoewel dit nooit in een bestemmingsplan is vastgelegd, is De Oosterpoort wel vanuit dit idee gerealiseerd.

In een vergadering zegt architect Duintjer blij te zijn dat De Oosterpoort geen monumentaal karakter krijgt. Het is niet zijn bedoeling om ‘drempelvrees’ op te roepen

In het oorspronkelijke plan zijn de volumes van het cultuurcentrum betrekkelijk laag, helemaal in verhouding tot de open ruimte aan de Trompsingel en de achterliggende terreinen. Daarom is de plaatsing van een hoge kantoorflat stedenbouwkundig gezien een werkzaam en noodzakelijk element. Duintjer schrijft in 1964 dat ‘de ligging van het gebouw en het bijbehorende voorplein, in het ruimtelijk samenspel met de hoogbouw van de kantorenflat, een allure krijgt van een cultuurcentrum van die tijd’.

Doordat Duintjer de meeste functies op de begane grond plaatst, zijn de volumes niet dominant. Daarnaast is zijn gedachte dat het voorplein overgaat in het gebouw, waardoor het niet de ‘van ouds bekende monumentaliteit van het zwaarwegende gebouw’ krijgt. In een vergadering zegt de architect blij te zijn dat het cultuurcentrum geen monumentaal karakter krijgt. Het is niet zijn bedoeling om ‘drempelvrees’ op te roepen.

Tussenplan van architect Duintjer - schetsontwerp met beplantingsschema (1974) // Collectie Groninger Archieven

Toegankelijk gebouw

Het idee van Duintjer is om De Oosterpoort als een sterk gelede vorm te ontwerpen, waardoor het gebouw een zeer plastische verschijning krijgt. Daarbij bestudeert hij de opbouw in de overgang van de menselijke maat naar de grote massa van het gebouw. Zijn bedoeling is om een gebouw te ontwerpen waar bezoekers nergens overdonderd worden door monumentaliteit.

Duintjer vindt het belangrijk dat de bezoeker zich gemakkelijk thuis voelt. Middelen hiertoe zijn het kleiner worden van de volumes, daar waar bezoekers het gebouw benaderen, en het aanbrengen van een aantal overgangselementen, zoals luifels bij de entree, pergola’s en schermen bij de terrassen. Die laatste drie elementen dienen daarnaast ter beschutting. Duintjer wil de publieksruimte een sterk open karakter geven en de overgangen van binnen naar buiten geleidelijk laten verlopen.

Uit bovenstaande uitgangspunten komt de gevelstructuur voort. De horizontaal uitkragende vloeren vormen een tussengebied dat zich enerzijds in het gebouw voortzet en anderzijds aansluit op de plastische elementen van wat ooit het voorplein was. Het betonskelet van het gebouw laat hij daarbij zichtbaar, het geeft de gevel een duidelijk ritme.

De Oosterpoort in aanbouw (1972-74)// Bureau Voorlichting Gemeente Groningen // Collectie Groninger Archieven

Tegenover de rijkdom aan plasticiteit kiest de architect in de materiaalkeuze voor grote eenvoud. De afwerking van de uitkragende elementen zijn uitgevoerd in hout en metaal. De gevels bestaan uit betonelementen (de borstwering) en stalen ramen. Waar functioneel meer privacy nodig is voor de achterliggende vertrekken, past Duintjer gesloten gevels toe. Deze zijn uitgevoerd in Groninger rode baksteen. De afsluiting van de gevels en de in de horizontale raamstroken voorkomende kolommen zijn van beton.

Met het gebruik van de rode baksteen zoekt Duintjer aansluiting bij enerzijds de oude stad aan de overzijde van het kanaal en anderzijds de bebouwing in de Oosterpoortwijk. De witte voegen versterken de helderheid van de rode steenkleur in het metselwerk.

De vloeren van de foyers en ingangshal zijn op de begane grond bekleed met natuursteen van een gladde structuur, zodat er ook gedanst kan worden. De wanden van deze ruimten worden gevormd door stalen puien en metselwerk met grof geschuurde stucafwerking.

De Oosterpoort is niet alleen bestemd voor een kleine groep ‘cultuurconsumenten’, vinden de architecten

In de grote zaal zijn de wanden uitgevoerd in een dikke stuclaag. De plafondelementen zijn gemaakt van houtfineerplaten in een sterk plastische ruitvormige structuur. In de kleine zaal gebruikt de architect, met het oog op de akoestiek, zoveel mogelijk hout voor de wanden en het plafond. Ook andere daarvoor in aanmerking komende ruimtes (de foyers, de vergaderzalen en het restaurant) krijgen een akoestisch plafond. Duintjer wil De Oosterpoort een warme sfeer geven, passend bij de feestelijke stemming van de uitgaande mens.

De Oosterpoort moet in de ogen van Duintjer een brandpunt van allerlei activiteiten worden. Alle ruimtes zijn daarom toegankelijk vanuit één centrale hal, die ook dient als ontmoetingsruimte. De hal is een voortzetting van de stedelijke buitenruimte en als zodanig altijd open voor publiek. Overgangselementen tussen gebouw en plein zorgen voor een sterke verbinding tussen binnen- en buitenruimte. Het plein biedt daarnaast ruimte aan andere culturele activiteiten, zoals een geïmproviseerd amfitheatertje voor openluchtspel.

Duintjer Istha Kramer Van Willegen, zoals het architectenbureau vanaf 1968 heet, verwacht dat het plan een gebouw oplevert dat kan bijdragen aan een minder plechtstatige opvatting van het woord cultuur. Een gebouw, bovendien, dat niet alleen bestemd is voor een betrekkelijk kleine vaste groep ‘cultuurconsumenten’.

Cultureel billboard

In 1987 maakt de Rotterdamse architect en stedenbouwkundige Rem Koolhaas voor Groningen het Masterplan Verbindingskanaalzone. Ook de locatie van De Oosterpoort is onderdeel van het plan. Omdat het gebied in de jaren tachtig als verouderd beschouwd wordt, duidt het Structuurplan van 1986 de Verbindingskanaalzone aan als intensiveringsgebied voor de ontwikkeling van nieuwe sociaaleconomische functies, zoals luxe kantoorcomplexen. De stad schakelt Koolhaas en de Duitse architect Josef Paul Kleihues in als adviseurs. 

Koolhaas maakt in zijn rol als supervisor een schets voor het ‘opkrikken’ van de Verbindingskanaalzone. Voor De Oosterpoort is zijn idee om het gebouw te integreren in een nieuw bebouwingsblok dat aan de noordzijde aansluit op de rooilijn van de Trompsingel. De noordgevel van dat blok ziet Koolhaas niet als een gebouw, maar als een ‘cultureel billboard’ met een nieuwe hoofdingang, de inrit van een parkeergarage, een ‘show-window’ voor een kunsthal en een elegante voorrijlus voor theaterbezoekers. 

De Oosterpoort, begin jaren negentig, met de nieuwe voorzijde van architect Kramer // Foto: Michael Hermse // Collectie Groninger Archieven

Architect J.H. Kramer, die tijdens de bouw van De Oosterpoort in de jaren zeventig al met Duintjer samenwerkte en een decennium later nog altijd werkzaam is bij het bureau dat dan Architectengroep Duintjer heet, ontwerpt het nieuwe bouwblok. De kunstenaars Tom Postma en Alexander Schabracq ontwerpen het grote kunstwerk bij de nieuwe hoofdingang van het cultuurgebouw.

Zo’n twintig jaar later, aan het begin van de huidige eeuw, starten onderhoudswerkzaamheden aan De Oosterpoort. Deze revitaliserende ingrepen betreffen diverse onderdelen en ruimtes. Er komen nieuwe plafonds in de foyers en er komt een café en restaurant in de entreehal. De grote zaal krijgt onder andere nieuwe stoelen, een luchtbehandelingssysteem en betere akoestische wanden.

Rond 2019 wordt duidelijk dat de gemeente en SPOT een nieuwe Oosterpoort willen. Het hoe en waarom lees je uitgebreid terug in het essay dat Peter Michiel Schaap erover schreef. Een paar jaar later constateert hij dat de plannen voor De Nieuwe Poort, zoals de opvolger van De Oosterpoort moet gaan heten, nog altijd niet rijp zijn.

In 2024 vraagt de gemeente Groningers om hun mening over De Nieuwe Poort. Maar van behoud van het bestaande gebouw is geen sprake.

Gaat De Oosterpoort daadwerkelijk verdwijnen? Of komen we tot bezinning? In plaats van het gebouw te slopen, is het tijd om het juist te gaan waarderen om zijn toegankelijkheid en bewuste bescheidenheid.

Marius Duintjer

Marius Frans Duintjer wordt op 22 december 1908 geboren in Veendam. Hij groeit op als derde van de vier zoons van Engbert Jurjen Duintjer, directeur van een aardappelmeelfabriek, en notarisdochter Jetske Ottema. Na zijn eindexamen in 1927 studeert Duintjer in Zürich aan de Eidgenössische Technische Hochschule bouwkunde. Dat doet hij onder professor Karl Moser: een erudiet architect met veel contacten in de wereld van het moderne bouwen. Moser mag Walter Gropius, Le Corbusier en Siegfried Giedion tot zijn kennissenkring rekenen, en organiseert in 1928 samen met Le Corbusier het eerste Congres International d'Architecture Moderne (CIAM).

Duintjer keert na zijn afstuderen in 1931 terug naar Nederland. Na zijn dienstplicht vertrekt hij naar Parijs om in de leer te gaan bij Le Corbusier. Tot 1935 werkt hij bij het bureau van de Franse architect. Terug in Nederland is hij korte tijd werkzaam bij architectenbureau Hooykaas en Lockhorst in Rotterdam, om vervolgens zijn eigen architectenbureau op te richten in Amsterdam.

In zijn carrière volgt Duintjer nooit een specifieke architectuurstroming. Dat leidt uiteindelijk tot een duidelijk herkenbare, zeer eigen en consequente architectuurvorm. Kenmerkend voor Duintjer zijn de open plattegronden, krachtige horizontalen, ver uitkragende vloeroverstekken en grote glazen puien. Je ziet hier de invloed van zijn tijd bij Le Corbusier in terug. Ook Frank Lloyd Wright en de Japanse traditionele architectuur zijn belangrijke invloeden.

In de architectuur van Duintjer worden de maatschappelijke veranderingen van zijn tijd zichtbaar. Hij ontwerpt geen monumentale gebouwen, maar bouwwerken met een open en heldere structuur, die toegankelijk zijn voor iedereen. Duintjer heeft een grote voorliefde voor natuurlijke materialen, zoals hout in combinatie met onbehandeld beton, Groninger baksteen en grès-tegels. Je zou 'daglicht' daar nog als één van zijn belangrijkste bouwstenen aan toe kunnen voegen.

In de jaren vijftig van de vorige eeuw breekt Duintjer door als toonaangevend architect. In 1956 wordt hij benoemd tot buitengewoon hoogleraar aan de Technische Hogeschool in Delft en in 1958 tot lid van de Commissie van Advies voor de Restauratie van het Koninklijk Paleis in Amsterdam. In datzelfde jaar ontvangt hij de Architectuurprijs van de stad Amsterdam voor het Ontspanningsgebouw voor Werkspoor aan de Oostenburgergracht. Duintjer overlijdt op 2 mei 1983.

De belangrijkste werken uit het oeuvre van Duintjer komen tot stand in de jaren zestig, als de economie na de Tweede Wereldoorlog weer aantrekt. Het hoofdgebouw voor Schiphol, De Nederlandsche Bank en het ABN-kantoorgebouw in Amsterdam, de provinciehuizen in Zwolle en Assen, het Christelijk Lyceum Buitenveldert in Amsterdam, de Thomaskerk in Zeist en het Andreas Ziekenhuis in Amsterdam springen eruit. Op basis van de architectuur- en cultuurhistorie zou je wellicht ook De Oosterpoort onder Duintjers belangrijkste werken kunnen schalen.

Bij dit artikel is een uitgebreide literatuurlijst beschikbaar. Geïnteresseerd? Neem dan even contact met ons op!